De gemiddelde Belg leeft in grotere luxe dan de Franse koning Lodewijk XIV. De Zonnekoning had geen badkamer en geen centrale verwarming. Hij zat voortdurend in angst om ziek te worden. De levensverwachting in Frankrijk was minder dan dertig jaar. Je verplaatsen in het Frankrijk van de zeventiende eeuw ging moeizaam, want alles verliep met paard en kar. Verse voeding aan kassa vier was er niet en informatie over wat er zich afspeelde in Frankrijk, laat staan de wereld, evenmin.

De jongste vierhonderd jaar heeft de mensheid een enorme vooruitgang gemaakt. De gemiddelde wereldburger heeft vandaag een inkomen dat gelijk is aan het gemiddelde inkomen van een Amerikaan in 1960. Die vooruitgang hebben we te danken aan wetenschap en technologie. Er zijn regelmatig doorbraken. Maar dat gaat met horten en stoten.

Historici herkennen een patroon. Innovatie heeft kapitaal nodig in de vorm van krediet of investeringen van zij die erin geloven of een kans willen wagen. In een eerste fase moet de economische waarde van nieuwe technologie zich eerst nog bewijzen. Daar profiteert het kapitaal veel meer van dan zij die werken en zwoegen in de oude orde. Zo groeit de ongelijkheid. Daardoor ontstaan sociale onrust en soms oorlogen. In de laatste fase zorgt een goede overheid voor een herverdeling van de winst uit de technologierevolutie, zodat er weer meer gelijkheid ontstaat.

Stoomschepen en treinen verhoogden pas de algemene welvaart toen de overheid havens en spoorwegen aanlegde. Elektriciteit betekende pas vooruitgang voor de gewone man toen de overheid zorgde voor centrales en distributie. Olie en auto's betekenden pas progressie voor iedereen toen de overheid wegen en bruggen bouwde. Dankzij nieuwe infrastructuur kan iedereen van innovatie genieten. In de fase ervoor maken enkel kapitaalkrachtige burgers en bedrijven uitzonderlijke winsten dankzij nieuwe technologie. Banken, durfkapitaal en private equity zorgen dat het kapitaal geleend of geïnvesteerd wordt in innovatieve projecten.

Straks kan iedereen zijn kans wagen om Zonnekoning te worden.

Momenteel zitten we midden in zo'n hort en stoot van progressie voor de mensheid: de opkomst van de informatietechnologische maatschappij dankzij computers en telecommunicatie. De bonanza van hemelhoge waarderingen van bedrijven die geen winst maken, durfkapitaal, private equity en SPAC's ( special purpose acquisition companies) is volop aan de gang. Zoals altijd leidt de groeiende ongelijkheid tussen kapitalisten en werkenden tot onrust.

Alleen is er ditmaal iets bijzonders aan de hand. Nieuwe technologieën en infrastructuren waren vroeger wel vernietigend voor veel oude industrieën, maar nooit voor de financiële industrie. Die voer altijd wel bij zijn rol als bemiddelaar tussen kapitaal en technologische innovatie. Deze keer is de financiële industrie zelf aan de beurt. Decentrale financiën, waarbij burgers als gelijken financiële transacties kunnen doen, gefaciliteerd door nieuwe internettechnologie, maken bemiddelaars overbodig. Dat kan voor de financiële sector pijnlijk worden.

Als er straks financiële infrastructuur komt gebaseerd op platformen voor slimme contracten, zal er iets historisch gebeuren. Voor het eerst in de geschiedenis kan iedereen die zich geroepen voelt, dan profiteren van het verlenen van geld aan technologische innovatie. Investeerders hoeven daarvoor niet langer langs poortwachters als banken, hefboomfondsen, durfkapitaal- en private-equitybedrijven. Ze hoeven ook niet langer te wachten op de overheid voor de herverdeling van de winst.

Zoals blijkt uit het enthousiasme waarmee de man in de straat al koersen van beursgenoteerde bedrijven doet bewegen, is de honger bij de bevolking groot. En als kapitaal zonder frictie naar innovatie vloeit, is het hek van de dam. Dan kan iedereen zijn kans wagen om Zonnekoning te worden. Maar dan wel een Zonnekoning mét centrale verwarming.

De gemiddelde Belg leeft in grotere luxe dan de Franse koning Lodewijk XIV. De Zonnekoning had geen badkamer en geen centrale verwarming. Hij zat voortdurend in angst om ziek te worden. De levensverwachting in Frankrijk was minder dan dertig jaar. Je verplaatsen in het Frankrijk van de zeventiende eeuw ging moeizaam, want alles verliep met paard en kar. Verse voeding aan kassa vier was er niet en informatie over wat er zich afspeelde in Frankrijk, laat staan de wereld, evenmin. De jongste vierhonderd jaar heeft de mensheid een enorme vooruitgang gemaakt. De gemiddelde wereldburger heeft vandaag een inkomen dat gelijk is aan het gemiddelde inkomen van een Amerikaan in 1960. Die vooruitgang hebben we te danken aan wetenschap en technologie. Er zijn regelmatig doorbraken. Maar dat gaat met horten en stoten. Historici herkennen een patroon. Innovatie heeft kapitaal nodig in de vorm van krediet of investeringen van zij die erin geloven of een kans willen wagen. In een eerste fase moet de economische waarde van nieuwe technologie zich eerst nog bewijzen. Daar profiteert het kapitaal veel meer van dan zij die werken en zwoegen in de oude orde. Zo groeit de ongelijkheid. Daardoor ontstaan sociale onrust en soms oorlogen. In de laatste fase zorgt een goede overheid voor een herverdeling van de winst uit de technologierevolutie, zodat er weer meer gelijkheid ontstaat. Stoomschepen en treinen verhoogden pas de algemene welvaart toen de overheid havens en spoorwegen aanlegde. Elektriciteit betekende pas vooruitgang voor de gewone man toen de overheid zorgde voor centrales en distributie. Olie en auto's betekenden pas progressie voor iedereen toen de overheid wegen en bruggen bouwde. Dankzij nieuwe infrastructuur kan iedereen van innovatie genieten. In de fase ervoor maken enkel kapitaalkrachtige burgers en bedrijven uitzonderlijke winsten dankzij nieuwe technologie. Banken, durfkapitaal en private equity zorgen dat het kapitaal geleend of geïnvesteerd wordt in innovatieve projecten. Momenteel zitten we midden in zo'n hort en stoot van progressie voor de mensheid: de opkomst van de informatietechnologische maatschappij dankzij computers en telecommunicatie. De bonanza van hemelhoge waarderingen van bedrijven die geen winst maken, durfkapitaal, private equity en SPAC's ( special purpose acquisition companies) is volop aan de gang. Zoals altijd leidt de groeiende ongelijkheid tussen kapitalisten en werkenden tot onrust. Alleen is er ditmaal iets bijzonders aan de hand. Nieuwe technologieën en infrastructuren waren vroeger wel vernietigend voor veel oude industrieën, maar nooit voor de financiële industrie. Die voer altijd wel bij zijn rol als bemiddelaar tussen kapitaal en technologische innovatie. Deze keer is de financiële industrie zelf aan de beurt. Decentrale financiën, waarbij burgers als gelijken financiële transacties kunnen doen, gefaciliteerd door nieuwe internettechnologie, maken bemiddelaars overbodig. Dat kan voor de financiële sector pijnlijk worden. Als er straks financiële infrastructuur komt gebaseerd op platformen voor slimme contracten, zal er iets historisch gebeuren. Voor het eerst in de geschiedenis kan iedereen die zich geroepen voelt, dan profiteren van het verlenen van geld aan technologische innovatie. Investeerders hoeven daarvoor niet langer langs poortwachters als banken, hefboomfondsen, durfkapitaal- en private-equitybedrijven. Ze hoeven ook niet langer te wachten op de overheid voor de herverdeling van de winst. Zoals blijkt uit het enthousiasme waarmee de man in de straat al koersen van beursgenoteerde bedrijven doet bewegen, is de honger bij de bevolking groot. En als kapitaal zonder frictie naar innovatie vloeit, is het hek van de dam. Dan kan iedereen zijn kans wagen om Zonnekoning te worden. Maar dan wel een Zonnekoning mét centrale verwarming.