Economische onzekerheid, inflatie en een dalende dollar doen de goudprijs stijgen. Een renteverhoging van de Amerikaanse Federal Reserve of de Europese Centrale Bank daarentegen is negatief voor het edelmetaal. In tijden van onzekerheid komt er ook een kapitaalvlucht richting obligaties op gang.

Op de grafiek Gold/Us T-Bond 30Yr is te zien dat de relatieve sterkte van het goud opnieuw samenvalt met de Amerikaanse dertigjarige obligatie-index. De grafiek toont ook een blijvende onzekerheid, want de obligatie-index stijgt verder. Maar de overwaardering van het goud tegenover obligaties is verdwenen. Dat is belangrijk: beleggers die op zoek zijn naar zekerheid, kunnen opnieuw kiezen tussen obligaties en goud.

Een stevige stierenmarkt heeft een patroon met drie opvallende fases:

1. Een uitbodeming met licht stijgende koersen;
2. Een stijging: de toppen en de bodems liggen steeds hoger;
3. Overdrijving: hevige correcties worden gevolgd door fors stijgende koersen.

Rechts op de grafiek is de Dow-Jones Index van 1980 tot 1999 te zien. De drie fases zijn duidelijk herkenbaar (aangeduid met S1, S2 en S3).

Ook op de grafiek Gold/Dow-Jones zijn de drie fases van de evolutie van de goudprijs te zien. Maar tellen we het aantal toppen in de overdrijvingsfase, dan stellen we een verschil vast. De Dow-Jones Index telt zes toppen, het goud vijf (T1 tot en met T6). Het goud is met 15% gecorrigeerd sinds de top (T5) en houdt stand boven de belangrijke steunlijn S3. De stijgende trend is dus nog altijd intact.

De Dow-Jones Index ging na de vijfde top met... 15% naar beneden tot 7500 punten. Daarna volgde een laatste stijging tot 12.000 punten (+50%). Als het goud vanaf de laatste bodem (1520 dollar per ounce) zou opveren om ook T6 te ronden, dan bedraagt het koersdoel volgens die patroonprojectie 2280 dollar per ounce (+50%).

In 1999, de maanden voor de correctie, toen de Dow-Jones Index van 1000 naar 12.000 punten was gestegen, wilde iedereen aandelen kopen. Zover staat het goud nog niet. Bij een rondvraag stelden we vast dat een minderheid in goud is belegd.

Blijven de katalysatoren voor het goud bestaan, dan herhalen we ons advies van augustus 2011: we zien elke correctie als een aankoopgelegenheid, zolang het goud zijn stijgende trend behoudt. Daalt de prijs onder de 1450 dollar per ounce, dan zullen trendvolgers massaal uitstappen.

Paul Gins (CompuGraphics nv)

in samenwerking metwww.beursgrafiek.be

Economische onzekerheid, inflatie en een dalende dollar doen de goudprijs stijgen. Een renteverhoging van de Amerikaanse Federal Reserve of de Europese Centrale Bank daarentegen is negatief voor het edelmetaal. In tijden van onzekerheid komt er ook een kapitaalvlucht richting obligaties op gang. Op de grafiek Gold/Us T-Bond 30Yr is te zien dat de relatieve sterkte van het goud opnieuw samenvalt met de Amerikaanse dertigjarige obligatie-index. De grafiek toont ook een blijvende onzekerheid, want de obligatie-index stijgt verder. Maar de overwaardering van het goud tegenover obligaties is verdwenen. Dat is belangrijk: beleggers die op zoek zijn naar zekerheid, kunnen opnieuw kiezen tussen obligaties en goud. Een stevige stierenmarkt heeft een patroon met drie opvallende fases: 1. Een uitbodeming met licht stijgende koersen; 2. Een stijging: de toppen en de bodems liggen steeds hoger; 3. Overdrijving: hevige correcties worden gevolgd door fors stijgende koersen. Rechts op de grafiek is de Dow-Jones Index van 1980 tot 1999 te zien. De drie fases zijn duidelijk herkenbaar (aangeduid met S1, S2 en S3). Ook op de grafiek Gold/Dow-Jones zijn de drie fases van de evolutie van de goudprijs te zien. Maar tellen we het aantal toppen in de overdrijvingsfase, dan stellen we een verschil vast. De Dow-Jones Index telt zes toppen, het goud vijf (T1 tot en met T6). Het goud is met 15% gecorrigeerd sinds de top (T5) en houdt stand boven de belangrijke steunlijn S3. De stijgende trend is dus nog altijd intact. De Dow-Jones Index ging na de vijfde top met... 15% naar beneden tot 7500 punten. Daarna volgde een laatste stijging tot 12.000 punten (+50%). Als het goud vanaf de laatste bodem (1520 dollar per ounce) zou opveren om ook T6 te ronden, dan bedraagt het koersdoel volgens die patroonprojectie 2280 dollar per ounce (+50%). In 1999, de maanden voor de correctie, toen de Dow-Jones Index van 1000 naar 12.000 punten was gestegen, wilde iedereen aandelen kopen. Zover staat het goud nog niet. Bij een rondvraag stelden we vast dat een minderheid in goud is belegd. Blijven de katalysatoren voor het goud bestaan, dan herhalen we ons advies van augustus 2011: we zien elke correctie als een aankoopgelegenheid, zolang het goud zijn stijgende trend behoudt. Daalt de prijs onder de 1450 dollar per ounce, dan zullen trendvolgers massaal uitstappen. Paul Gins (CompuGraphics nv)in samenwerking metwww.beursgrafiek.be