Naarmate de eurocrisis zich verder ontvouwde, hebben de nationale munten van landen als Australië, Zweden, Zwitserland, Noorwegen, Japan en Nieuw-Zeeland aan kracht gewonnen.

Dat komt omdat veel beleggers hun vermogen deels verplaatsten van de maar matig renderende euro-obligaties naar waardepapier van deze landen, omdat daar een veel beter reëel rendement werd gehaald. Voor deze landen zelf, en in het bijzonder hun centrale banken, leverde dit een probleem op.

De toevloed van kapitaal kan immers tot een ongewenst inflatieniveau leiden. Wordt een munt te sterk, dan kan de inflatie tot onder het inflatiedoel van de centrale bank zakken.

Probeert een centrale bank de inflatie vervolgens wat hoger te maken, dan is er volgens Ben Emons juist weer het gevaar dat dit doorschiet naar een te hoog niveau.

Naarmate de eurocrisis zich verder ontvouwde, hebben de nationale munten van landen als Australië, Zweden, Zwitserland, Noorwegen, Japan en Nieuw-Zeeland aan kracht gewonnen. Dat komt omdat veel beleggers hun vermogen deels verplaatsten van de maar matig renderende euro-obligaties naar waardepapier van deze landen, omdat daar een veel beter reëel rendement werd gehaald. Voor deze landen zelf, en in het bijzonder hun centrale banken, leverde dit een probleem op. De toevloed van kapitaal kan immers tot een ongewenst inflatieniveau leiden. Wordt een munt te sterk, dan kan de inflatie tot onder het inflatiedoel van de centrale bank zakken. Probeert een centrale bank de inflatie vervolgens wat hoger te maken, dan is er volgens Ben Emons juist weer het gevaar dat dit doorschiet naar een te hoog niveau.