Stefan Duchateau: "Dat de Europese muntunie ooit zou worden getest was onvermijdelijk en is op lange termijn niet noodzakelijk negatief of hoeft niet fataal te zijn. Zeker vermits de EMU een muntzone betreft van het Mundell-type, waarbij een groep landen bij mekaar wordt gebracht die een grote interactiviteit of intra-handel en belangrijke overeenkomsten inzake economische doelstellingen vertonen en die deze via een gezamenlijke (een dus analoge) economische politiek willen bereiken."

De onderliggende veronderstelling hierbij is dat de deelnemende landen op ongeveer symmetrische wijze zullen reageren op externe schokken en vandaar het "samen sterk" beginsel kunnen exploiteren om zich in een negatieve economische omgeving beter te kunnen verweren.

Stefan Duchateau: "Die landen worden dan toegelaten tot een dergelijke unie waarvan op basis van objectieve criteria inderdaad kan worden verwacht dat ze externe economische of financiële schokken met dezelfde discipline en op basis van een gelijkaardige structurele onderbouw zullen kunnen opvangen."

Deze voorwaarde vormde de intussen historische "Maastricht-criteria". Deze toelatingsvoorwaarden werden aangevuld met een stabiliteitspact dat in de toekomst moest overwaken dat de oorspronkelijke vereiste budgettaire discipline ook in de toekomst van toepassing zou blijven op de individuele deelnemende landen: het beruchte stabiliteitspact.

Stefan Duchateau: "Precies de meest gedisciplineerde van alle deelnemers (Duitsland) was echter de eerste om in 2008 de opgelegde budgettaire limieten om tijdelijke, conjuncturele redenen te verlaten. Dit als gevolg van de financiële crisis die een tsunami veroorzaakte van ongeziene omvang, die het meest effectief kon worden opgevangen door de bancaire verliezen te absorberen met een toenemend overheidsdeficiet. Wellicht was dit het enige alternatief op dat moment , maar als strategie toch minder geschikt voor die landen die oorspronkelijk reeds een moeizaam toelatingsexamen in Maastricht hadden afgelegd omwille van interne structurele problemen en permanente begrotingsproblemen . Men kan dan inderdaad verwijzen naar het feit dat het in oorsprong reeds geweten was dat een aantal landen hun toelatingsproeven met zeer weinig glans hadden afgelegd ( en wellicht toen reeds betwitsbare boekhoudkundige ingrepen toepasten onder het oog van de Europese toezichthouder). Was dit vragen om problemen in een latere faze?"

De redenering was echter dat over verloop van tijd de voordelen van de ééngemaakte munt deze handicap zouden wegnemen - hetgeen over het afgelopen decenium daadwerkelijk ook voor een belangrijk deel is gebeurd voor Griekenland , Portugal enz... met een belangrijke Europese groei-impuls , lage rente en inflatie en de nodige productiviteitsverbeteringen die de structuur van de economie moest helpen verbeteren.

Stefan Duchateau: "Hoe dan ook wegen deze voordelen op tegen de nadelen , inclusief de huidige lakmoestest van het gehele systeem. "

Stefan Duchateau: "Dat de Europese muntunie ooit zou worden getest was onvermijdelijk en is op lange termijn niet noodzakelijk negatief of hoeft niet fataal te zijn. Zeker vermits de EMU een muntzone betreft van het Mundell-type, waarbij een groep landen bij mekaar wordt gebracht die een grote interactiviteit of intra-handel en belangrijke overeenkomsten inzake economische doelstellingen vertonen en die deze via een gezamenlijke (een dus analoge) economische politiek willen bereiken." De onderliggende veronderstelling hierbij is dat de deelnemende landen op ongeveer symmetrische wijze zullen reageren op externe schokken en vandaar het "samen sterk" beginsel kunnen exploiteren om zich in een negatieve economische omgeving beter te kunnen verweren. Stefan Duchateau: "Die landen worden dan toegelaten tot een dergelijke unie waarvan op basis van objectieve criteria inderdaad kan worden verwacht dat ze externe economische of financiële schokken met dezelfde discipline en op basis van een gelijkaardige structurele onderbouw zullen kunnen opvangen." Deze voorwaarde vormde de intussen historische "Maastricht-criteria". Deze toelatingsvoorwaarden werden aangevuld met een stabiliteitspact dat in de toekomst moest overwaken dat de oorspronkelijke vereiste budgettaire discipline ook in de toekomst van toepassing zou blijven op de individuele deelnemende landen: het beruchte stabiliteitspact. Stefan Duchateau: "Precies de meest gedisciplineerde van alle deelnemers (Duitsland) was echter de eerste om in 2008 de opgelegde budgettaire limieten om tijdelijke, conjuncturele redenen te verlaten. Dit als gevolg van de financiële crisis die een tsunami veroorzaakte van ongeziene omvang, die het meest effectief kon worden opgevangen door de bancaire verliezen te absorberen met een toenemend overheidsdeficiet. Wellicht was dit het enige alternatief op dat moment , maar als strategie toch minder geschikt voor die landen die oorspronkelijk reeds een moeizaam toelatingsexamen in Maastricht hadden afgelegd omwille van interne structurele problemen en permanente begrotingsproblemen . Men kan dan inderdaad verwijzen naar het feit dat het in oorsprong reeds geweten was dat een aantal landen hun toelatingsproeven met zeer weinig glans hadden afgelegd ( en wellicht toen reeds betwitsbare boekhoudkundige ingrepen toepasten onder het oog van de Europese toezichthouder). Was dit vragen om problemen in een latere faze?" De redenering was echter dat over verloop van tijd de voordelen van de ééngemaakte munt deze handicap zouden wegnemen - hetgeen over het afgelopen decenium daadwerkelijk ook voor een belangrijk deel is gebeurd voor Griekenland , Portugal enz... met een belangrijke Europese groei-impuls , lage rente en inflatie en de nodige productiviteitsverbeteringen die de structuur van de economie moest helpen verbeteren. Stefan Duchateau: "Hoe dan ook wegen deze voordelen op tegen de nadelen , inclusief de huidige lakmoestest van het gehele systeem. "