Volatiele prijzen zijn immers veel moeilijker te voorspellen en voegen een graad van onzekerheid toe aan toekomstige investeringen en zijn vandaar aanleiding tot grotere terughoudendheid. Lage inflatie is inherent stabieler en bevorderlijk voor investeringen.

Stefan Duchateau: "Een tegenargument zou kunnen zijn dat deze Belgische inflatieverschillen zich wellicht uitvlakken over de tijd en dat het nadeel dat we momenteel ondervinden vandaar slechts tijdelijk is. Niets is echter minder waar. Integendeel, er blijkt zich een persvers cliquet-mechanisme te hebben geïnstalleerd waardoor de opwaartse evolutie van de olieprijzen onrechtstreeks ten volle worden doorgerekend maar de dalingen slechts gedeeltelijk en met grote vertraging. Hierdoor wordt het concurrentienadeel van België steeds nadrukkelijker."

De stijgingen van de olieprijzen ( in €) verklaren veruit het grootste gedeelte van de verschillen in de Belgische gezondheidindex met zijn buurlanden.

Verwonderlijk , vermits olieprijzen uitgezuiverd zijn van dergelijke indices. Dit fenomeen is reeds lang gekend bij economisten en eenduidig toe te wijzen aan diverse onrechtstreekse doorrekeningen van substantiële orde.

Vooral de zeer dure energieprijzen en relatief hoge marges in de kleinhandel zijn hierbij de voornaamste schuldigen. De eerste is een bijzonder hinderlijk element voor economische ontwikkeling en vereist drastische ingrepen in het energiebeleid.

Duchateau: "De noodzaak kan wellicht nog het best worden geïllustreerd met volgende radicale vergelijking : bekijk even het verschil tussen de totale Belgische consumptieprijzen en deze van Euroland, maar nu zonder uitzuivering voor olieprijzen. Het verschil blijft bestaan en wordt opnieuw sterk beïnvloedt door de olieprijzen. Blijkbaar reageert België anders op olieprijzen dan zijn concurrenten ... Dit is zeer indicatief voor een substantiële, secundaire doorrekening van de olieprijzen, opnieuw met een "cliquet"-effect. Of lapidair uitgedrukt : de Belg betaalt de stijgende olieprijs aan de benzinepomp, maar ook nog eens in de rest van zijn energiebehoefte en dan nog eens als hij of zij het aandurft het winkelkarretje vol te laden."

De reactie van de vakbonden is dan ook begrijpelijk maar dat geldt tevens voor de reactie van de werkgevers. Beide zijn slachtoffers van een inefficiënt prijsbeleid en zouden meer resultaat verkrijgen door de oorzaken van deze problematiek aan te pakken in plaats van mekaar.

Stefan Duchateau: "Het is dan ook kortzichtig om momenteel de gevolgen van de Belgische inflatie te bestrijden met indexsprongen. Dit heeft daarenboven het nefaste gevolg dat de koopkracht wordt ontwricht en de Staat een aantal inkomsten zal mislopen, met verdere besparingen tot gevolg. Beleidsmakers moeten zich richten op de directe oorzaken van dit zeer belangrijke probleem. De loonnorm is hierbij slechts een zeer beperkte graadmeter. Men gaat hiermee voorbij aan de steeds grotere druk die wordt gelegd op de Belgische bedrijven om met hogere efficiëntie de stijgende inflatiedruk en hogere (para)fiscale lasten te neutraliseren. Op korte tijd verhoogt dit echter de werkloosheid bij diegenen die niet aan de hogere eisen kunnen voldoen, waardoor België een zeer hoge competitiviteit bereikt maar tegelijk de werkloosheid bij laaggeschoolden naar onacceptabele niveaus jaagt. Aanpakken dus, dat inflatieprobleem want hier wordt er niemand beter van. Toch niet in België ..."

Volatiele prijzen zijn immers veel moeilijker te voorspellen en voegen een graad van onzekerheid toe aan toekomstige investeringen en zijn vandaar aanleiding tot grotere terughoudendheid. Lage inflatie is inherent stabieler en bevorderlijk voor investeringen. Stefan Duchateau: "Een tegenargument zou kunnen zijn dat deze Belgische inflatieverschillen zich wellicht uitvlakken over de tijd en dat het nadeel dat we momenteel ondervinden vandaar slechts tijdelijk is. Niets is echter minder waar. Integendeel, er blijkt zich een persvers cliquet-mechanisme te hebben geïnstalleerd waardoor de opwaartse evolutie van de olieprijzen onrechtstreeks ten volle worden doorgerekend maar de dalingen slechts gedeeltelijk en met grote vertraging. Hierdoor wordt het concurrentienadeel van België steeds nadrukkelijker." De stijgingen van de olieprijzen ( in €) verklaren veruit het grootste gedeelte van de verschillen in de Belgische gezondheidindex met zijn buurlanden. Verwonderlijk , vermits olieprijzen uitgezuiverd zijn van dergelijke indices. Dit fenomeen is reeds lang gekend bij economisten en eenduidig toe te wijzen aan diverse onrechtstreekse doorrekeningen van substantiële orde. Vooral de zeer dure energieprijzen en relatief hoge marges in de kleinhandel zijn hierbij de voornaamste schuldigen. De eerste is een bijzonder hinderlijk element voor economische ontwikkeling en vereist drastische ingrepen in het energiebeleid. Duchateau: "De noodzaak kan wellicht nog het best worden geïllustreerd met volgende radicale vergelijking : bekijk even het verschil tussen de totale Belgische consumptieprijzen en deze van Euroland, maar nu zonder uitzuivering voor olieprijzen. Het verschil blijft bestaan en wordt opnieuw sterk beïnvloedt door de olieprijzen. Blijkbaar reageert België anders op olieprijzen dan zijn concurrenten ... Dit is zeer indicatief voor een substantiële, secundaire doorrekening van de olieprijzen, opnieuw met een "cliquet"-effect. Of lapidair uitgedrukt : de Belg betaalt de stijgende olieprijs aan de benzinepomp, maar ook nog eens in de rest van zijn energiebehoefte en dan nog eens als hij of zij het aandurft het winkelkarretje vol te laden." De reactie van de vakbonden is dan ook begrijpelijk maar dat geldt tevens voor de reactie van de werkgevers. Beide zijn slachtoffers van een inefficiënt prijsbeleid en zouden meer resultaat verkrijgen door de oorzaken van deze problematiek aan te pakken in plaats van mekaar. Stefan Duchateau: "Het is dan ook kortzichtig om momenteel de gevolgen van de Belgische inflatie te bestrijden met indexsprongen. Dit heeft daarenboven het nefaste gevolg dat de koopkracht wordt ontwricht en de Staat een aantal inkomsten zal mislopen, met verdere besparingen tot gevolg. Beleidsmakers moeten zich richten op de directe oorzaken van dit zeer belangrijke probleem. De loonnorm is hierbij slechts een zeer beperkte graadmeter. Men gaat hiermee voorbij aan de steeds grotere druk die wordt gelegd op de Belgische bedrijven om met hogere efficiëntie de stijgende inflatiedruk en hogere (para)fiscale lasten te neutraliseren. Op korte tijd verhoogt dit echter de werkloosheid bij diegenen die niet aan de hogere eisen kunnen voldoen, waardoor België een zeer hoge competitiviteit bereikt maar tegelijk de werkloosheid bij laaggeschoolden naar onacceptabele niveaus jaagt. Aanpakken dus, dat inflatieprobleem want hier wordt er niemand beter van. Toch niet in België ..."