De S&P500-index, de trendsetter van de aandelenmarkt, heeft de neiging zijn stijgende trend te verlaten. Dat heeft onmiddellijk gevolgen voor de Europese beursindexen. Op de grafiek zijn de terugval tot 1350 punten en het knappe 50%-Fibonacci-herstel duidelijk te zien. We herkennen de vorming van een nieuwe trendkanaal (R1-S1). We schreven eerder dat de trend sterk opwaarts gericht blijft, op voorwaarde dat de index boven 1350 punten noteert.

Om een mogelijke trendwijziging te voorspellen, is het belangrijk meerdere analyses met elkaar te vergelijken. De analyse van het dagelijkse volume - het aantal verhandelde aandelen - is er één van. Het volume wordt bepaald door de som te maken van alle verhandelde aandelen die deel uitmaken van de index.

Op de tweede grafiek staat de S&P500 naast de Chaikin Money Flow-indicator - een volume-indicator die werd ontworpen door Marc Chaikin. Noteert die boven 0,25 of onder -0,25, dan wordt een sterke opwaartse of neerwaartse trend verwacht. Deze volume-indicator doet het uitstekend voor aandelen, maar voor de S&P500 komen de signalen weleens te laat: het verkoopsignaal in juli 2011 en het aankoopsignaal in januari 2012 konden beter.

De Chaikin Money Flow-indicator is echter geen uitzondering. Willen we beursindexen correct analyseren op basis van de verhandelde volumes, dan bestuderen we beter alle onderliggende waarden van die index. We doen er ook goed aan verscheidene volume-indicatoren met elkaar te vergelijken.

De derde grafiek toont nog zo'n indicator: de Volumebarometer op de S&P500. Elk van de vijfhonderd aandelen van de S&P500 krijgt punten op basis van vijf volume-indicatoren. Dat resultaat wordt weergegeven door een groene en een rode lijn. We krijgen dus een beeld van het aantal aandelen van de S&P500 die positief of negatief gestemd zijn. Het verschil tussen die twee lijnen wordt weergegeven door een histogram; dat is de zwarte lijn op de grafiek. Noteert de waarde van het histogram boven nul, dan is de meerderheid van de aandelen in de S&P500 positief gestemd.

In augustus 2011 daalden de S&P500 en de Volumebarometer tot een dieptepunt (A). Zes weken later ging de index opnieuw onderuit (B), maar de barometer bleef ver boven het vorige dieptepunt. Dat betekent een krachtig aankoopsignaal (BUY), want de trend van de indicator volgt niet langer de trend van de koersgrafiek. We noemen dat fenomeen 'divergentie'. We zien ook duidelijk dat de barometer sinds december 2011 positief stond, wat wordt aangeduid met de groen gearceerde zone.

Blijft de S&P500 boven de 1350 punten en stijgt de Volumebarometer opnieuw, dan is het volume positief voor het merendeel van de vijfhonderd grootste Amerikaanse aandelen. Daalt de barometer, dan moeten we onze portefeuille afbouwen: we verkopen de aandelen die door hun steun gaan. Bij een negatieve barometer worden de vrijgekomen middelen niet gebruikt om andere aandelen te kopen, want bij eb zakken zowel de grote als de kleine schepen.

Paul Gins

Zaakvoerder CompuGraphics nv

De S&P500-index, de trendsetter van de aandelenmarkt, heeft de neiging zijn stijgende trend te verlaten. Dat heeft onmiddellijk gevolgen voor de Europese beursindexen. Op de grafiek zijn de terugval tot 1350 punten en het knappe 50%-Fibonacci-herstel duidelijk te zien. We herkennen de vorming van een nieuwe trendkanaal (R1-S1). We schreven eerder dat de trend sterk opwaarts gericht blijft, op voorwaarde dat de index boven 1350 punten noteert.Om een mogelijke trendwijziging te voorspellen, is het belangrijk meerdere analyses met elkaar te vergelijken. De analyse van het dagelijkse volume - het aantal verhandelde aandelen - is er één van. Het volume wordt bepaald door de som te maken van alle verhandelde aandelen die deel uitmaken van de index.Op de tweede grafiek staat de S&P500 naast de Chaikin Money Flow-indicator - een volume-indicator die werd ontworpen door Marc Chaikin. Noteert die boven 0,25 of onder -0,25, dan wordt een sterke opwaartse of neerwaartse trend verwacht. Deze volume-indicator doet het uitstekend voor aandelen, maar voor de S&P500 komen de signalen weleens te laat: het verkoopsignaal in juli 2011 en het aankoopsignaal in januari 2012 konden beter.De Chaikin Money Flow-indicator is echter geen uitzondering. Willen we beursindexen correct analyseren op basis van de verhandelde volumes, dan bestuderen we beter alle onderliggende waarden van die index. We doen er ook goed aan verscheidene volume-indicatoren met elkaar te vergelijken. De derde grafiek toont nog zo'n indicator: de Volumebarometer op de S&P500. Elk van de vijfhonderd aandelen van de S&P500 krijgt punten op basis van vijf volume-indicatoren. Dat resultaat wordt weergegeven door een groene en een rode lijn. We krijgen dus een beeld van het aantal aandelen van de S&P500 die positief of negatief gestemd zijn. Het verschil tussen die twee lijnen wordt weergegeven door een histogram; dat is de zwarte lijn op de grafiek. Noteert de waarde van het histogram boven nul, dan is de meerderheid van de aandelen in de S&P500 positief gestemd.In augustus 2011 daalden de S&P500 en de Volumebarometer tot een dieptepunt (A). Zes weken later ging de index opnieuw onderuit (B), maar de barometer bleef ver boven het vorige dieptepunt. Dat betekent een krachtig aankoopsignaal (BUY), want de trend van de indicator volgt niet langer de trend van de koersgrafiek. We noemen dat fenomeen 'divergentie'. We zien ook duidelijk dat de barometer sinds december 2011 positief stond, wat wordt aangeduid met de groen gearceerde zone. Blijft de S&P500 boven de 1350 punten en stijgt de Volumebarometer opnieuw, dan is het volume positief voor het merendeel van de vijfhonderd grootste Amerikaanse aandelen. Daalt de barometer, dan moeten we onze portefeuille afbouwen: we verkopen de aandelen die door hun steun gaan. Bij een negatieve barometer worden de vrijgekomen middelen niet gebruikt om andere aandelen te kopen, want bij eb zakken zowel de grote als de kleine schepen.Paul GinsZaakvoerder CompuGraphics nv