We hebben weer meer gespaard in 2020. Dat is logisch. Tijdens elke ernstige crisis ¬ en dus ook tijdens de coronacrisis ¬ zien we een aanzienlijke stijging van de spaarquote, het deel van ons inkomen dat we sparen, vaak tot boven 20 procent. Daar zijn twee belangrijke verklaringen voor. Ten eerste is er de angst om werkloos te worden en dus inkomen te verliezen. Ten tweede sparen we meer uit voorzorg. We horen dat de overheidsschuld oploopt en willen door meer te sparen voorbereid zijn op belastingverhogingen en besparingsmaatregelen die ons inkomen en/of vermogen kunnen aantasten. Een bijkomende factor tijdens de coronapandemie was dat we het geld gewoon niet konden uitgeven, omdat de winkels en de horeca dicht waren, we niet konden reizen en er geen evenementen waren.
...

We hebben weer meer gespaard in 2020. Dat is logisch. Tijdens elke ernstige crisis ¬ en dus ook tijdens de coronacrisis ¬ zien we een aanzienlijke stijging van de spaarquote, het deel van ons inkomen dat we sparen, vaak tot boven 20 procent. Daar zijn twee belangrijke verklaringen voor. Ten eerste is er de angst om werkloos te worden en dus inkomen te verliezen. Ten tweede sparen we meer uit voorzorg. We horen dat de overheidsschuld oploopt en willen door meer te sparen voorbereid zijn op belastingverhogingen en besparingsmaatregelen die ons inkomen en/of vermogen kunnen aantasten. Een bijkomende factor tijdens de coronapandemie was dat we het geld gewoon niet konden uitgeven, omdat de winkels en de horeca dicht waren, we niet konden reizen en er geen evenementen waren. Maar de centrale banken bestraffen sparen. En dat zal nog niet snel veranderen. Wie zijn geld op een spaarboekje heeft laten staan, heeft sinds de bankencrisis 13 procent aan koopkracht moeten inleveren. Met de 100 euro van toen kun je nu nog voor 87 euro aan goederen en diensten kopen. Er is nog choquerend nieuws voor wie zijn geld op een zichtrekening of een spaarboekje laat staan: het koopkrachtverlies zou de eerstvolgende jaren nog groter kunnen zijn. We mogen uitgaan van een fors economisch herstel en een normalisering van de economie, nadat een voldoende groot deel van de bevolking gevaccineerd is. Dan zal normaal ook de inflatie toenemen. Maar reken er niet op dat de basisrente op uw spaarboekje zal omhoogschieten. De reële opbrengst (de nominale rente min de inflatie) dreigt dus nog negatiever te worden. Uit financieel oogpunt moeten we u dus aanraden minder te sparen in 2021. Dat betekent niet dat u uw spaarrekening leeg moet halen. Vooral in de eerste helft van 2021 kunnen nog heel wat mensen hun baan verliezen, en het is hoe dan ook raadzaam een spaarreserve van zes tot twaalf maanden loon aan te houden. Vreemd genoeg hebben de obligatiemarkten in 2020 nieuwe recordniveaus bereikt. Geholpen door het erg versoepelde monetaire beleid van de centrale banken en de wereldwijde recessie door de coronacrisis, zakte de Duitse en de Amerikaanse langetermijnrente op overheidsobligaties naar een nieuw historisch dieptepunt. Door de gigantische begrotingstekorten en de steile klim van de schuldgraad van veel landen hadden die landen de rente op hun obligaties moeten zien stijgen. Zelfs landen als Spanje en Italië lenen nu zonder rente te moeten betalen. Betekent een normalisering van de economie in 2021 dat we terugkeren naar een normale rentevergoeding op overheidsobligaties? Niet noodzakelijk. De langetermijnrente zou moeten herstellen in 2021, maar stevig zal dat herstel niet zijn. Nog meer dan de voorgaande jaren zullen ook obligatiebeleggers de financiële repressie van de centrale banken moeten ondergaan. Het ziet ernaar uit dat de centrale bankiers almaar meer zullen neigen naar de controle van de rentecurve, zoals we dat al jaren zien in Japan. Ze zullen vooral niet toestaan dat de rente de komende jaren veel stijgt. Dat kunnen de overheden, met hun indrukwekkende schuldenberg, niet aan. De inflatie mag van de centrale bankiers stijgen, maar de obligatierentes niet. De Amerikaanse beurs heeft zich de voorbije maanden maar weinig laten afschrikken door zaken zoals de presidentsverkiezingen en de coronapandemie. Dat geeft aan dat er veel potentieel is voor 2021. Het zou wel eens een wilde rit kunnen worden. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, blijft heel soepel en zal zelfs meer dan 2 procent inflatie toestaan. De reële rente zakt dan nog dieper onder nul, wat nog meer beleggers ertoe zal aanzetten een groter deel van hun vermogen in aandelen te beleggen. Er zal - uiteindelijk - een nieuw stimuleringspakket van de overheden komen en de meeste bedrijven hebben vooruitzicht op een stevig winstherstel in 2021. Dat zijn ingrediënten voor een fraaie beursklim in 2021. De Standard& Poor's-500, de referentie-index van Wall Street, zou in de loop van het jaar wel eens kunnen oprukken tot meer dan 4500 punten, en de Bel-20-index kan opnieuw boven 4000 punten uitstijgen. We denken wel dat er een einde is gekomen aan de extreme dominantie van de technologiesector in de beursklim. De klassieke indexen zullen niet meer hoeven onder te doen voor de techgrootheden. In 2021 laat de oude economie zal zich niet meer wegzetten door de nieuwe economie. De Belgische vastgoedmarkt toont zich nu al vele jaren erg robuust. Net zoals de klim van de beurzen wordt ook de stijging van de vastgoedmarkten sterk ondersteund door het beleid van de centrale banken. Doordat de rente al decennia daalt, heeft de Belgische vastgoedmarkt ook geen ernstige correctie meer ondergaan. Vastgoed kopen is de jongste jaren uitgegroeid tot een erg populaire beleggingsvorm. We verwachten dat dat segment van vooral tweede verblijven (villa's en appartementen aan zee, in de Ardennen of in het buitenland) het ook in 2021 goed blijft doen als alternatief voor liquiditeiten of vastrentende beleggingen. Bovendien is vastgoed in België fiscaal bevoordeeld ten opzichte van aandelen. Denk maar aan de effectentaks 2.0 versus het kadastraal inkomen op buitenlands vastgoed. Het segment van de gezinswoningen zal het wel moeilijker krijgen, zeker in de eerste helft van 2021. We zien minstens een adempauze in de transacties en de prijsevolutie door de gevolgen van de coronapandemie. De centrale banken en de overheden moesten in 2020 recordbedragen uitgeven om de economie te redden en een depressie te vermijden. Dat is een ideaal scenario voor de edelmetalen, en die blonken dan ook uit. Zolang de fiscale en de monetaire stimuli nodig zijn, denken we dat goud en zilver het goed blijven doen. Al zal dat niet in heel 2021 het geval zijn. De klassieke grondstoffen (olie en metalen zoals koper en zink) zien we ook scoren door het vooruitzicht op een normalisering van de economie en het feit dat er weinig is geïnvesteerd in nieuw aanbod. Alternatieve beleggingen, zoals kunst en oldtimers, doen het ook al jaren goed door het soepele monetaire beleid. Ook daar verwachten we nieuwe records in 2021.