Daar bovenop komt de crisis van de Spaanse banksector, die gebukt gaat onder de slechte kwaliteit van de hypotheekleningen als gevolg van de Spaanse vastgoedcrisis.

Om de nodige herkapitalisering van de aangeslagen banken te kunnen financieren, moest de Spaanse overheid op 25 juni hulp vragen van het Europese hulpfonds EFSF.

Zoals gewoonlijk hebben de EMUbeleidsmakers hierbij weer een gouden kans laten liggen om een belangrijke oorzaak van de EMU-problematiek bij de wortel aan te pakken, namelijk de sterke verwevenheid van de banken met hun nationale overheid.

In plaats van de financiële hulp rechtstreeks aan de Spaanse banken toe te kennen en zo een belangrijke stap naar een Europese bankenunie te zetten, moest de Spaanse overheid zich garant stellen.

Hierdoor stijgt de Spaanse overheidsschuld, krijgt het vertrouwen van de financiële markten in de solvabiliteit van de Spaanse

overheid een nieuwe deuk en stijgt de Spaanse financieringskost op de obligatiemarkten.

Deze destructieve spiraal kan er snel toe leiden dat de Spaanse overheid in haar geheel onder de EFSFparaplu moet gaan schuilen.

Ook Cyprus moet om hulp vragen

Een ongeluk komt zelden alleen. Op 25 juni vroeg ook Cyprus hulp van het EFSF. Dit was echter geen verrassing, vermits

de Cypriotische economie sterk onder druk kwam door haar nauwe verwevenheid met de Griekse.

Deze neerwaartse spiraal vindt haar belangrijkste oorzaak in de onvolledige EMU-architectuur en besmet in toenemende mate de reële economie.

De recente indicatoren van het producentenvertrouwen bevestigen de neerwaartse conjunctuurtrend. Zorgwekkend is vooral het feit dat ook de Duitse conjunctuurvooruitzichten aan het verslechteren zijn.

Dit blijkt ook uit de voorlopende component van de IFO-indicator. De Duitse uitvoer naar de VS en Opkomend Azië is blijkbaar niet meer in staat om de zware recessie in Zuid-EMU te compenseren.

Ook de conjunctuur in de VS en vooral in China is immers aan het verslechteren, zij het in mindere mate als in Europa. In de VS

zorgt vooral de onzekerheid omtrent het budgettaire beleid na de verkiezingen in november tot uitstel van investeringen

en consumptie.

Daar bovenop komt de crisis van de Spaanse banksector, die gebukt gaat onder de slechte kwaliteit van de hypotheekleningen als gevolg van de Spaanse vastgoedcrisis. Om de nodige herkapitalisering van de aangeslagen banken te kunnen financieren, moest de Spaanse overheid op 25 juni hulp vragen van het Europese hulpfonds EFSF. Zoals gewoonlijk hebben de EMUbeleidsmakers hierbij weer een gouden kans laten liggen om een belangrijke oorzaak van de EMU-problematiek bij de wortel aan te pakken, namelijk de sterke verwevenheid van de banken met hun nationale overheid. In plaats van de financiële hulp rechtstreeks aan de Spaanse banken toe te kennen en zo een belangrijke stap naar een Europese bankenunie te zetten, moest de Spaanse overheid zich garant stellen. Hierdoor stijgt de Spaanse overheidsschuld, krijgt het vertrouwen van de financiële markten in de solvabiliteit van de Spaanse overheid een nieuwe deuk en stijgt de Spaanse financieringskost op de obligatiemarkten. Deze destructieve spiraal kan er snel toe leiden dat de Spaanse overheid in haar geheel onder de EFSFparaplu moet gaan schuilen. Ook Cyprus moet om hulp vragen Een ongeluk komt zelden alleen. Op 25 juni vroeg ook Cyprus hulp van het EFSF. Dit was echter geen verrassing, vermits de Cypriotische economie sterk onder druk kwam door haar nauwe verwevenheid met de Griekse. Deze neerwaartse spiraal vindt haar belangrijkste oorzaak in de onvolledige EMU-architectuur en besmet in toenemende mate de reële economie. De recente indicatoren van het producentenvertrouwen bevestigen de neerwaartse conjunctuurtrend. Zorgwekkend is vooral het feit dat ook de Duitse conjunctuurvooruitzichten aan het verslechteren zijn. Dit blijkt ook uit de voorlopende component van de IFO-indicator. De Duitse uitvoer naar de VS en Opkomend Azië is blijkbaar niet meer in staat om de zware recessie in Zuid-EMU te compenseren. Ook de conjunctuur in de VS en vooral in China is immers aan het verslechteren, zij het in mindere mate als in Europa. In de VS zorgt vooral de onzekerheid omtrent het budgettaire beleid na de verkiezingen in november tot uitstel van investeringen en consumptie.