Het scenario van een V-vormig herstel in de Verenigde Staten lijkt daarmee te vervagen. Verschillende economen reageerden gisteren en vergeleken het verhaal van de V-opleving met het monster van Loch Ness, de eenhoorn of de Verschrikkelijke Sneeuwman.

De jongste dagen is het scenario van een double-dip recessie weer vanonder het stof gehaald, maar dat is alleszins voorlopig nog overdreven.

De meeste analisten zien de Amerikaanse economie weliswaar herstellen, maar stellen vast dat het herstel trager dan verwacht verloopt.

Michael Strauss, chef economie bij Commonfund, zag het in jobrapport toch een paar positieve factoren. De gemiddelde werkweek steeg, evenals het gemiddelde uurloon.

Dat betekent dat de Amerikanen meer verdienen en dus meer geld kunnen spenderen. Daar kunnen op termijn nieuwe jobs uit voortkomen.

Strauss merkte verder op dat een andere indicator, het zogenaamde underemployment-percentage, daalde van 17,10% in april tot 16,60% in mei.

Dat is weliswaar nog steeds een hoog cijfer, maar hierbij dient er rekening mee te worden gehouden dat in de drie maanden voordien telkens sprake was geweest van een stijging.

Bill Cheney, hoofdeconoom bij John Hancock Financial Services in Boston, maakt zich niet druk over het rapport over één maand. Hij verwacht binnenkort een herstel van de arbeidsmarkt met een matige economische groei. Dit proces zal zichzelf voeden en dan komen er automatisch jobs bij.

Het scenario van een V-vormig herstel in de Verenigde Staten lijkt daarmee te vervagen. Verschillende economen reageerden gisteren en vergeleken het verhaal van de V-opleving met het monster van Loch Ness, de eenhoorn of de Verschrikkelijke Sneeuwman. De jongste dagen is het scenario van een double-dip recessie weer vanonder het stof gehaald, maar dat is alleszins voorlopig nog overdreven. De meeste analisten zien de Amerikaanse economie weliswaar herstellen, maar stellen vast dat het herstel trager dan verwacht verloopt. Michael Strauss, chef economie bij Commonfund, zag het in jobrapport toch een paar positieve factoren. De gemiddelde werkweek steeg, evenals het gemiddelde uurloon. Dat betekent dat de Amerikanen meer verdienen en dus meer geld kunnen spenderen. Daar kunnen op termijn nieuwe jobs uit voortkomen. Strauss merkte verder op dat een andere indicator, het zogenaamde underemployment-percentage, daalde van 17,10% in april tot 16,60% in mei. Dat is weliswaar nog steeds een hoog cijfer, maar hierbij dient er rekening mee te worden gehouden dat in de drie maanden voordien telkens sprake was geweest van een stijging. Bill Cheney, hoofdeconoom bij John Hancock Financial Services in Boston, maakt zich niet druk over het rapport over één maand. Hij verwacht binnenkort een herstel van de arbeidsmarkt met een matige economische groei. Dit proces zal zichzelf voeden en dan komen er automatisch jobs bij.