Als hij de evolutie van de Nederlandse olietoeleverancier vergelijkt met het koersverloop van de WTI (West Texas Intermediate, de richtinggevende olieprijs op de Amerikaanse markt) is het gemakkelijk om te zien dat de koerstoppen van het aandeel SBM Offshore (mei 2008, april 2010, april 2011 en maart 2012) en koersbodems (december 2008, juni 2010, oktober 2011 en juli 2012) nagenoeg samenvallen (op enkele weken na) met de koerstoppen en bodems van de WTI.

De economische redenering is simpel: hoe hoger de olieprijzen, hoe rendabeler de activiteiten van de olie- en gasmaatschappijen en hoe meer ze inversteren in FPSO's en andere offshore-installaties.

Instappen in het aandeel SBM Offshore komt volgens Arnaud Delaunay dan ook neer op een positieve visie op de evolutie van de olieprijzen.

Met andere woorden: het kopen van aandelen van deze Nederlandse groep (voor de middellange en lange termijn) is inzetten op stijgende olieprijzen.

Opnieuw in de zwarte cijfers!

Op het vlak van de resultaten heeft de groep in de eerste helft van 2012 een nettowinst van 157,8 miljoen dollar geboekt t.o.v. een verlies van 250,8 miljoen dollar in dezelfde periode van 2011.

Deze groei werd vooral gerealiseerd door de dynamiek in de divisie "sleutel-op-de-deurinstallaties" die kon profiteren van de uitgebreide orders die vorig jaar werden binnengehaald.

Op het vlak van de operationele contracten en de verhuur van FPSO's (waar de marges het hoogst zijn: de operationele marge van deze activeit bedroeg 33,7% in H1/2012 tegen 30,3% in H1/2011) is SBM Offshore wereldleider op het gebied van het aantal

vaartuigen.

De groep richt zich vooral op de FPSO's met een hoge productiviteit (productie van meer dan 100.000 vaten olie per dag). Met schepen en projecten die stees duurder worden, heeft de verhuurmarkt van FPSO's mooie dagen in het vooruitzicht.

De hemel klaart op, maar de olieprijs moet in de gaten gehouden worden. Als de evolutie van de olieprijs belangrijk is voor het begrijpen van de koersevolutie van SBM Offshore moet Arnaud Delaunay inzicht krijgen in de economische factoren die vandaag een invloed op de olieprijs hebben.

Drie factoren beïnvloeden olieprijs

Tot op heden kan hij drie factoren ontwaren. De eerste factor is de impact van de enorme groei van de onconventionele olie- en gasreserves in de VSA en Canada zoals schaliegas en teerzanden.

Deze groei drukt op de olieprijsontwikkeling (hoger aanbod).

De Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs verwacht nu dat in 2013 één vat olie zo'n 110 USD zal kosten en niet 200 USD zoals verwacht in 2008.

De tweede factor zijn de geopolitieke spanningen in Iran en Syrië die de olieprijs sterk de hoogte kunnen injagen.

En tenslotte zijn er volgens Arnaud Delaunay de perspectieven voor de wereldwijde economische groei die de belangrijkste fundamentals zijn voor de prijs van een vat olie op lange termijn.

Momenteel zijn er veel factoren die op de koers wegen en de

koersontwikkeling is dan ook volatiel (bèta van 1,69).

Echter, de waarderingen zijn zeer laag en de koers (net zoals die van olie) is dicht bij een belangrijk steunniveau. Daarnaast is er enkele dagen geleden een akkoord gesloten met Talisman Energy voor het boorplatform Yme.

Tenslotte lijken ook de beurzen weer op te veren en Arnaud Delaunay geeft dan ook het advies op te bouwen in de koerszone van 9,50 - 10 euro.