Tegengestelde indicatoren in VS en in Europa

Na een positief begin van de week schoten de internationale aandelenbeurzen volgens ABN Amro vorige week zonder uitzondering omlaag. Door de stijging op maandag bleef daar in de Verenigde Staten per saldo nog een kleine winst over maar in Europa en de opkomende markten was de daling groter en sloten de beurzen op donderdag in de min.

Op zich was het verschil tussen vooral de Verenigde Staten en Europa vreemd want de economische indicatoren waren de afgelopen week tegengesteld. In Europa steeg het Franse consumentenvertrouwen onverwacht en liepen in Duitsland zowel de inflatie als de werkloosheid terug.

Dat laatste had overigens ongetwijfeld te maken met het betere weer in maart ten opzichte van februari. De Duitse Ifo-index - een goede maatstaf voor het ondernemersvertrouwen - liep tegen de verwachtingen zelfs wat verder op. Wellicht dat de bijeenkomst van Europese ministers van financiën op vrijdag, waar onder andere wordt gesproken over een vergroting van de Europese steunfondsen, de angst in Europa wat heeft doen toenemen.

S&P 500 levert beste prestatie af ten opzichte van goud sinds 1998

Dat de Standard & Poor's 500 Index een sterk kwartaal achter de rug heeft, wordt aangetoond door een vergelijking te maken met de prestaties van het goud tijdens de eerste drie maanden van dit jaar. Het verschil in prestaties tussen de index en het edelmetaal zijn in 14 jaar niet zo groot geweest.

De S&P 500 steeg over het eerste kwartaal met 12%, of 5,30% meer dan de stijging van de goudprijs. Hiermee wordt duidelijk aangetoond dat de risicobereidheid bij de beleggers opnieuw is toegenomen.

De S&P GSCI Total Return Index (SPGSCITR), een index bestaande uit 24 grondstoffen gaf over de afgelopen drie maanden een stijging met 5,90% te zien. Amerikaanse staatsobligaties lieten een verlies van 1,30% optekenen, het grootste sinds 2009.

Tegengestelde indicatoren in VS en in Europa Na een positief begin van de week schoten de internationale aandelenbeurzen volgens ABN Amro vorige week zonder uitzondering omlaag. Door de stijging op maandag bleef daar in de Verenigde Staten per saldo nog een kleine winst over maar in Europa en de opkomende markten was de daling groter en sloten de beurzen op donderdag in de min. Op zich was het verschil tussen vooral de Verenigde Staten en Europa vreemd want de economische indicatoren waren de afgelopen week tegengesteld. In Europa steeg het Franse consumentenvertrouwen onverwacht en liepen in Duitsland zowel de inflatie als de werkloosheid terug. Dat laatste had overigens ongetwijfeld te maken met het betere weer in maart ten opzichte van februari. De Duitse Ifo-index - een goede maatstaf voor het ondernemersvertrouwen - liep tegen de verwachtingen zelfs wat verder op. Wellicht dat de bijeenkomst van Europese ministers van financiën op vrijdag, waar onder andere wordt gesproken over een vergroting van de Europese steunfondsen, de angst in Europa wat heeft doen toenemen. S&P 500 levert beste prestatie af ten opzichte van goud sinds 1998 Dat de Standard & Poor's 500 Index een sterk kwartaal achter de rug heeft, wordt aangetoond door een vergelijking te maken met de prestaties van het goud tijdens de eerste drie maanden van dit jaar. Het verschil in prestaties tussen de index en het edelmetaal zijn in 14 jaar niet zo groot geweest. De S&P 500 steeg over het eerste kwartaal met 12%, of 5,30% meer dan de stijging van de goudprijs. Hiermee wordt duidelijk aangetoond dat de risicobereidheid bij de beleggers opnieuw is toegenomen. De S&P GSCI Total Return Index (SPGSCITR), een index bestaande uit 24 grondstoffen gaf over de afgelopen drie maanden een stijging met 5,90% te zien. Amerikaanse staatsobligaties lieten een verlies van 1,30% optekenen, het grootste sinds 2009.