Italië positioneert zich veel beter dan Spanje: kleiner begrotingstekort, kleinere schuld van de gezinnen, sterke basis van netto financiële activa van de gezinnen, trager stijgende ( toch verdubbeling) van de werkloosheid, gevoelige verbetering van het saldo van de lopende rekening van de betalingsbalans. Hier tegenover staat natuurlijk de veel hogere staatsschuld.

Euforie lijkt de economen van Belfius niettemin misplaatst. De ondersteunende factoren zijn zeker: goedkoop geldbeleid, liquiditeiteninjectie door de ECB, bouwstenen voor de Europese bankenunie met Europese prudentiële controle door de ECB vanaf 2014, implementatie van de fiscal compact, start van het Europees Stabiliteits Mechanisme, de relatieve sterkte van de EUR, de verbeterde concurrentiepositie van de probleemlanden, de meerjarenbegroting 2014-2020 van de EU.

Maar het positieve effect wordt flink getemperd door enkele sprekende handicaps: traag politiek beslissingsproces in de Europese Unie, het aankondigingenbeleid van de Europese Commissie dat te weinig wordt omgezet in daden, de dubieuze Spaanse partijfinanciering, de moeilijke Italiaanse regeringsvorming, het ontsporende Franse begrotingstekort, het uitblijven van de Cypriotische reddingsboei, de waarschijnlijke Europeanisering van het begrotingstekort, de zeer zwakke bbp-groei, de tegenvallende binnenlandse vraag.

De politiek van de harde sanering as such staat ter discussie. Het IMF geeft toe dat enkel sterk saneren en hervormen niet zaligmakend is. Oog hebben voor groei is onontbeerlijk.

Italië positioneert zich veel beter dan Spanje: kleiner begrotingstekort, kleinere schuld van de gezinnen, sterke basis van netto financiële activa van de gezinnen, trager stijgende ( toch verdubbeling) van de werkloosheid, gevoelige verbetering van het saldo van de lopende rekening van de betalingsbalans. Hier tegenover staat natuurlijk de veel hogere staatsschuld. Euforie lijkt de economen van Belfius niettemin misplaatst. De ondersteunende factoren zijn zeker: goedkoop geldbeleid, liquiditeiteninjectie door de ECB, bouwstenen voor de Europese bankenunie met Europese prudentiële controle door de ECB vanaf 2014, implementatie van de fiscal compact, start van het Europees Stabiliteits Mechanisme, de relatieve sterkte van de EUR, de verbeterde concurrentiepositie van de probleemlanden, de meerjarenbegroting 2014-2020 van de EU. Maar het positieve effect wordt flink getemperd door enkele sprekende handicaps: traag politiek beslissingsproces in de Europese Unie, het aankondigingenbeleid van de Europese Commissie dat te weinig wordt omgezet in daden, de dubieuze Spaanse partijfinanciering, de moeilijke Italiaanse regeringsvorming, het ontsporende Franse begrotingstekort, het uitblijven van de Cypriotische reddingsboei, de waarschijnlijke Europeanisering van het begrotingstekort, de zeer zwakke bbp-groei, de tegenvallende binnenlandse vraag. De politiek van de harde sanering as such staat ter discussie. Het IMF geeft toe dat enkel sterk saneren en hervormen niet zaligmakend is. Oog hebben voor groei is onontbeerlijk.