Shiller werd onlangs geïnterviewd omtrent zijn beursverwachtingen voor de komende jaren en P&B Invest besteedde uitgebreid aandacht aan dat interview.

Vooreerst wees de professor erop dat hij werkt met lange termijn waarderingsmaatstaven om te bepalen of de beurs al dan niet duur gewaardeerd is. Om de impact van opwaartse en neerwaartse cycli uit te balanceren gebruikt Robert Schiller een tienjarig gemiddelde van bedrijfswinsten.

Terwijl de Amerikaanse beurs in 2000 nog aan 46 keer het 10-jarige gemiddelde van de bedrijfswinsten noteerde is dit cijfer ondertussen teruggevallen naar 14.

Voor het eerst in enkele decennia tijd noteert de beurs hiermee onder haar lange termijn gemiddelde van 15 keer het tienjarig gemiddelde van de bedrijfswinsten.

Shiller sluit niet uit dat de beurs nu al bezig is met de vorming van de finale bodem maar wijst erop dat vorige belangrijke bodems in de jaren '30, '40, '70 en '80 telkens plaatsgrepen toen de beurs aan ongeveer 10 keer het tienjarig gemiddelde van de bedrijfswinsten noteerde.

Een dergelijke waardering kan er volgens Shiller komen door een verdere val van de beurzen (van zo'n 20 à 25 procent) of door een lange zijdelingse beweging van de beurzen terwijl de bedrijfswinsten terug stijgen.

Shiller spreekt hier uitsluitend over de Amerikaanse beurs. De Europese beurzen en die van de opkomende markten noteren beduidend goedkoper dan hun Amerikaanse tegenhangers, zo merkt P&B Invest als besluit op.

Shiller werd onlangs geïnterviewd omtrent zijn beursverwachtingen voor de komende jaren en P&B Invest besteedde uitgebreid aandacht aan dat interview. Vooreerst wees de professor erop dat hij werkt met lange termijn waarderingsmaatstaven om te bepalen of de beurs al dan niet duur gewaardeerd is. Om de impact van opwaartse en neerwaartse cycli uit te balanceren gebruikt Robert Schiller een tienjarig gemiddelde van bedrijfswinsten.Terwijl de Amerikaanse beurs in 2000 nog aan 46 keer het 10-jarige gemiddelde van de bedrijfswinsten noteerde is dit cijfer ondertussen teruggevallen naar 14. Voor het eerst in enkele decennia tijd noteert de beurs hiermee onder haar lange termijn gemiddelde van 15 keer het tienjarig gemiddelde van de bedrijfswinsten.Shiller sluit niet uit dat de beurs nu al bezig is met de vorming van de finale bodem maar wijst erop dat vorige belangrijke bodems in de jaren '30, '40, '70 en '80 telkens plaatsgrepen toen de beurs aan ongeveer 10 keer het tienjarig gemiddelde van de bedrijfswinsten noteerde. Een dergelijke waardering kan er volgens Shiller komen door een verdere val van de beurzen (van zo'n 20 à 25 procent) of door een lange zijdelingse beweging van de beurzen terwijl de bedrijfswinsten terug stijgen.Shiller spreekt hier uitsluitend over de Amerikaanse beurs. De Europese beurzen en die van de opkomende markten noteren beduidend goedkoper dan hun Amerikaanse tegenhangers, zo merkt P&B Invest als besluit op.