"De weg naar de hel is bezaaid met goede bedoelingen", zegt een spreekwoord. Dat gevoel heerst rond de Europese beleggersrichtlijn, MiFID II, die goed een jaar van kracht is. Niemand twijfelt aan de oorspronkelijke bedoeling ervan: de betere bescherming van particuliere beleggers. Het panacee daarvoor? Doorgedreven transparantie. Zonlicht is de beste ontsmetting, aldus een ander spreekwoord. Te veel zonlicht kan echter verblinden. De goede intenties zijn verwaterd in de tienduizenden pagina's die de uiteindelijke regelgeving telt.

Een van de gevolgen is dat de particuliere belegger niet veel wijzer is geworden. De complexiteit rond de kostentransparantie van beleggingsfondsen verdoezelt meer dan ze verheldert. Ook zijn financiële instellingen in een risicoschuwe kramp geschoten en durven ze niet langer alle producten aan particulieren aan te bieden. Risico's en de kansen op een hoger rendement zijn daarmee een privilege voor vermogende beleggers, nog meer dan voordien.

Risico's en de kansen op een hoger rendement zijn privileges voor vermogende beleggers.

Behalve de kleine beleggers bijten ook de kleine beursgenoteerde bedrijven in het stof. Een andere MiFID-uitwas is dat steeds minder aandelenanalisten die kleinere beursbedrijven volgen. De politieke gevoeligheid van het dossier blijkt uit de onderhandelingsduur. In 2011 lanceerde de Europese Commissie een herziening van MiFID I uit 2007. Daarop reageerde het Europees Parlement met meer dan 1300 amendementen. Pas in 2014 bereikte het samen met de Raad een akkoord. De vier daaropvolgende jaren brachten een massa aanvullend beleidswerk. Pas begin 2018 werd de richtlijn van kracht.

En we hebben het nog niet over de veranderingen die de financiële sector heeft ondergaan sinds 2011. Van blockchain en bitcoin werd nog gedacht dat het videospelletjes waren, en voor crowdfunding bestond nog geen crowd. Geen wonder dat in de Europese bubbel nu al hardop wordt nagedacht over MifID III. The saga continues.