Dat is een angst die voornamelijk in Duitsland leeft, waar men zich de hyperinflatie van 1923 collectief herinnert. Maar bij de relatief bescheiden economische groei in de VS en de stagnatie in Europa zal een groot deel van het door centrale banken gecreëerde geld eerder worden gespaard dan uitgegeven.

Dan nog kan echter niet worden uitgesloten dat QE op enig moment in de toekomst tot meer inflatie zal leiden, vooral wanneer het een fors aantal jaren achter elkaar wordt toegepast.

De beleidsmakers lijken bereid dat risico te nemen, in de wetenschap dat centrale banken in elk geval over instrumenten beschikken om inflatie te bestrijden, terwijl ze geen bewezen medicijn tegen hardnekkige deflatie hebben.

Wat betekent dit voor beleggers?, zo vraagt Ad van Tiggelen zich af. In de komende twee jaar is het risico van een sterke stijging van de inflatie in onze visie klein.

Centrale banken zullen de rentevoet waarschijnlijk laag houden en beleggers zullen moeten accepteren dat het 'zekere' behoud van kapitaal in nominale termen tot enig koopkrachtverlies zal leiden.

Om de pijn te verzachten is een partiële diversificatie naar hoger renderende vastrentende vermogenssoorten, zoals obligaties uit opkomende markten, aan te bevelen.

Maar voor beleggers met een langere horizon die niet schrikken van een beetje volatiliteit is een verdere diversificatie naar redelijk geprijsde inflatiehedges, zoals vastgoed en aandelen (met een focus op sectoren van de maakindustrie), nog steeds heel zinvol, niet alleen vanwege de lage rendementen op alternatieve vermogenssoorten, maar ook vanwege de onvoorspelbaarheid van het 'eindspel' van QE.

Dat is een angst die voornamelijk in Duitsland leeft, waar men zich de hyperinflatie van 1923 collectief herinnert. Maar bij de relatief bescheiden economische groei in de VS en de stagnatie in Europa zal een groot deel van het door centrale banken gecreëerde geld eerder worden gespaard dan uitgegeven. Dan nog kan echter niet worden uitgesloten dat QE op enig moment in de toekomst tot meer inflatie zal leiden, vooral wanneer het een fors aantal jaren achter elkaar wordt toegepast. De beleidsmakers lijken bereid dat risico te nemen, in de wetenschap dat centrale banken in elk geval over instrumenten beschikken om inflatie te bestrijden, terwijl ze geen bewezen medicijn tegen hardnekkige deflatie hebben. Wat betekent dit voor beleggers?, zo vraagt Ad van Tiggelen zich af. In de komende twee jaar is het risico van een sterke stijging van de inflatie in onze visie klein. Centrale banken zullen de rentevoet waarschijnlijk laag houden en beleggers zullen moeten accepteren dat het 'zekere' behoud van kapitaal in nominale termen tot enig koopkrachtverlies zal leiden. Om de pijn te verzachten is een partiële diversificatie naar hoger renderende vastrentende vermogenssoorten, zoals obligaties uit opkomende markten, aan te bevelen. Maar voor beleggers met een langere horizon die niet schrikken van een beetje volatiliteit is een verdere diversificatie naar redelijk geprijsde inflatiehedges, zoals vastgoed en aandelen (met een focus op sectoren van de maakindustrie), nog steeds heel zinvol, niet alleen vanwege de lage rendementen op alternatieve vermogenssoorten, maar ook vanwege de onvoorspelbaarheid van het 'eindspel' van QE.