Renteniers kregen het zwaar te verduren de voorbije jaren. Door het nulrentebeleid van de Europese Centrale Bank krijgen ze geen risicovrije rente meer op hun kapitaal. Om te kunnen leven van de inkomsten uit hun beleggingen zijn ze verplicht steeds meer risico te nemen. Bovendien moeten ze op die schamele rente steeds meer belasting betalen. Tot 2011 bedroeg de roerende voorheffing 15 procent. In 2012 werd het tarief opgetrokken tot 21 procent, in 2013 tot 25 procent en in 2016 tot 27 procent. Welke uitwegen heeft de kleine rentenier nog?
...

Renteniers kregen het zwaar te verduren de voorbije jaren. Door het nulrentebeleid van de Europese Centrale Bank krijgen ze geen risicovrije rente meer op hun kapitaal. Om te kunnen leven van de inkomsten uit hun beleggingen zijn ze verplicht steeds meer risico te nemen. Bovendien moeten ze op die schamele rente steeds meer belasting betalen. Tot 2011 bedroeg de roerende voorheffing 15 procent. In 2012 werd het tarief opgetrokken tot 21 procent, in 2013 tot 25 procent en in 2016 tot 27 procent. Welke uitwegen heeft de kleine rentenier nog? Begin december loopt de populairste Leterme-bon af. Dat is een vijfjarige staatsbon met een jaarlijkse coupon van 4 procent bruto, die werd uitgegeven in december 2011. In juni dit jaar gaf de Belgische overheid staatsbons op tien jaar uit met een luttele brutorente van 0,5 procent. In september werd de uitgifte van staatsbons geschrapt, omdat er geen vraag meer naar was. Voor de rente moet u dus al lang niet meer bij overheidsobligaties zijn. Zelfs de Belgisch-Tsjechische vastgoedontwikkelaar VGP moet geen 4 procent rente meer betalen op zijn obligatieleningen met een looptijd van zeven jaar. VGP gaf vorige week papier uit met een brutocoupon van 3,9 procent, waarvan netto 2,847 procent overblijft. In 2013 moest het nog 5,1 procent betalen op vijf jaar. De activiteiten van VGP zijn niet zonder risico. Met de opbrengst van zijn vorige obligatie kocht de ontwikkelaar terreinen in Duitsland, met deze uitgifte wil hij zijn eerste stappen op de Spaanse markt financieren. "Als je 3 à 4 procent rente wilt opstrijken, moet je gewoon risico nemen", reageert Alex Goldwasser laconiek. Hij is de zaakvoerder van de gelijknamige beursvennootschap, die zich heeft gespecialiseerd in obligaties. "Ik zie bijvoorbeeld dat er een obligatie van de vliegtuigen- en treinenbouwer Bombardier te koop is, in euro, die nog iets minder dan vijf jaar loopt. Ze levert een nettorendement van 3,348 procent op. Die obligatie heeft een zeer zwakke kredietrating B. Dat betekent dat de kredietbeoordelaars vinden dat het risico op een wanbetaling niet te negeren valt." Goldwasser koopt liever obligaties met wat meer risico van zeer solide bedrijven. "Dat kunnen obligaties in een andere munt zijn, of obligaties waarbij je in de rij van de schuldeisers achter de gewone obligatiehouders staat." In 2012 lanceerde Goldwasser Oblis+, een product voor klanten die op zoek zijn naar regelmatige inkomsten. "We investeren met die portefeuille ongeveer 65 procent in obligaties in euro, 20 procent in dollar en nog eens 15 procent in andere munten zoals de Noorse en de Zweedse kroon, de Canadese dollar en een beetje in Mexicaanse peso", legt Goldwasser uit. "Vooral in euro is het moeilijk nog obligaties te vinden met een degelijke rente. Voor Amerikaanse bedrijfsobligaties krijg je al snel 1,5 tot 2 procent meer per jaar dan voor vergelijkbare Europese bedrijfsobligaties. De uitgaven van onze klanten zijn in euro. Daarom is het niet verstandig meer wisselkoersrisico te nemen." Om het rendement van de obligaties in euro op te krikken, investeert Goldwasser ongeveer 15 procent van de portefeuille in eeuwigdurende obligaties. "Je moet heel veel toegeven op de kredietwaardigheid van bedrijven om nog wat extra rente te krijgen. Dan kopen we liever perpetuals van kredietwaardige bedrijven als Vienna Insurance. We kopen bij voorkeur eeuwigdurende obligaties waarvan de rente na verloop van tijd wordt gekoppeld aan de marktrente. Als het bedrijf beslist niet terug te betalen, ben je door de variabele coupon beschermd tegen de stijging van de rente, die er uiteindelijk toch zal komen." Ook de internetbank MeDirect kreeg de vraag van klanten om een modelportefeuille te ontwikkelen met fondsen die inkomsten genereren. MeDirect werkt voor de selectie van de fondsen samen met het onafhankelijke onderzoeksbureau Morningstar. "Dat let erop dat er naast de dividenduitkering ruimte is voor kapitaalgroei", zegt Wim Wuyts, de woordvoerder van MeDirect. Er zitten tien fondsen in de modelportefeuille, die allemaal regelmatig een dividend uitkeren. JPMorgan Emerging Markets Dividend leverde het voorbije jaar het hoogste nettodividendrendement op (4,87%) en kreeg een weging van 7 procent in de portefeuille. Threadneedle Global Equity Income Retail is de belangrijkste positie (20%), maar keerde het voorbije jaar slechts 3,26 procent netto aan dividenden uit. De dividenden worden na afhouding van de roerende voorheffing van 27 procent meteen doorgestort naar een rekening van de cliënt. Let wel: bij de verkoop is ook nog eens 27 procent belasting verschuldigd op de meerwaarde van het vastrentende deel van de fondsen waarvan de portefeuille voor meer dan een kwart uit obligaties bestaat. U kunt natuurlijk ook op eigen houtje distributiefondsen kopen. Als u verschillende fondsen aanschaft met een verschillende betaaldatum, kunt u ervoor zorgen dat u het hele jaar door extra inkomsten krijgt. Of u kunt een fonds kopen dat maandelijks een dividend uitkeert. Volgens Keytrade Bank zijn Carmignac Portfolio Patrimoine, Franklin Templeton Asian Bond Fund, Franklin Templeton Global Total Return Fund, Invesco Emerging Local Currencies Debt Fund en Invesco Global High Income Fund populaire fondsen die een maandelijkse uitkering aanbieden. Check vooraf bij uw bank of uw broker of die kosten aanrekent voor de uitbetaling van de dividenden. ING en BNP Paribas Fortis rekenen voor sommige fondsen wel kosten aan. Met fondsen die de banken zelf in de kijker zetten, zit u safe. KBC heeft nog een andere oplossing: een inkomensplan. "De klant brengt een fonds onder in het plan en vervolgens worden periodiek fracties van deelbewijzen verkocht", zegt Pieter Kussé, de woordvoerder van KBC. "Als hij het kapitaal wil behouden, wordt dat periodieke bedrag bepaald afhankelijk van het verwachte rendement. Hij kan er ook voor kiezen een deel van het kapitaal uit te keren. Daar kan een veiligheid worden ingebouwd, zodat de uitkeringen worden stopgezet als het restkapitaal onder een bepaald niveau zakt." KBC gebruikt vooral defensieve gemengde fondsen met een bodembewaking in zo'n inkomensplan. Ook andere banken bieden zulke plannen aan, onder andere benamingen. Bij BNP Paribas Fortis heet het bijvoorbeeld een 'afkoopplan'. Trackers zijn beursgenoteerde fondsen die de prestatie van een index of een korf van activa spiegelen. Ze kunnen de dividenden of de rente van de onderliggende activa herinvesteren, of die uitkeren aan de houders. De fiscaliteit van trackers is vrij complex en hangt af van het land waar ze geregistreerd zijn en van de onderliggende activa. U betaalt 27 procent belasting op elke uitkering en op de meerwaarde van de rentecomponent van trackers die meer dan 25 procent in obligaties investeren. Daarnaast betaalt u 0,09 procent beursbelasting op elke aan- en verkoop van aandelen in een distributietracker die in België geregistreerd is, met een maximum van 650 euro. Onder meer BNP Paribas Fortis, ING, Belfius en Deutsche Bank hebben een tak23-levensverzekering in hun gamma, die regelmatig geld op de rekening van de houders stort. Het voordeel is dat u via zo'n contract de roerende voorheffing vermijdt. De enige belasting die u moet betalen, is de premieheffing van 2 procent op elke storting. ING en Deutsche Bank verdelen hetzelfde product, Lifelong Income, dat door de Nederlandse verzekeraar NN ontwikkeld werd. Het geld wordt geïnvesteerd in een fonds dat door BlackRock wordt beheerd. "Dat product is enkel bestemd voor klanten tussen 50 en 79 jaar, en het is toegankelijk vanaf 50.000 euro", legt ING-woordvoerster Anne-Catherine Zoller uit. "De klant kan de frequentie van de uitbetalingen kiezen: maandelijks, driemaandelijks, halfjaarlijks of jaarlijks. Het bedrag van de rente wordt bepaald door de leeftijd van de verzekerde en de gestorte premie." De rente wordt uitbetaald door deelbewijzen van het fonds te verkopen. Hoe meer de beleggingen van het fonds opbrengen, hoe minder deelbewijzen moeten worden verkocht. NN garandeert een levenslange rentebetaling, ook als het volledige kapitaal is opgegeten door de uitkeringen. "De klant kan op elk moment zijn contract afkopen en het resterende kapitaal ontvangen. Als de verzekerde overlijdt, krijgen de begunstigden het resterende kapitaal", zegt Zoller. Dat is het grote verschil met een levensverzekering met een lijfrente, waarbij u uw kapitaal opgeeft in ruil voor een levenslange rentebetaling. Als u dan overlijdt, laat u uw erfgenamen niets na. Een appartement of een woning kopen en die verhuren: ook dat levert regelmatige inkomsten. "Voor wie een beetje uitkijkt, is een nettohuurrendement van 2 à 4 procent in residentieel vastgoed haalbaar. Maar veel hangt af van de locatie", zegt Céline Janssens van het adviesbureau Stadim. "Ik waarschuw klanten altijd dat ze voorzichtig moeten zijn met de hoge gegarandeerde rendementen die sommige advertenties beloven. Vaak werken ze met huurgaranties. Zodra de looptijd van die garantie verstreken is, loop je het risico op leegstand en een overaanbod in de omgeving, waardoor je rendement een stuk lager ligt." "Je moet heel erg oppassen met mede-eigendom", waarschuwt Janssens. "Doe het niet, of enkel als het gebouw in heel goede staat is. Als je een appartement in een blok koopt, ben je afhankelijk van de mede-eigenaars. Je kunt je appartement nog zo mooi inrichten, als de buitenkant is verloederd en de mede-eigenaars niet mee willen investeren in een opfrissing, wordt het moeilijk het appartement te verhuren en de waarde te bestendigen." Het is volgens Janssens ook een slecht idee om voor een zo hoog mogelijk brutohuurrendement te gaan. "Hoe hoger het brutohuurrendement, hoe groter de risico's en hoe groter de kloof met het nettohuurrendement. Het verschil tussen bruto en netto wordt bepaald door de kosten voor het onderhoud, het beheer, verzekeringen, belastingen, de makelaar en het risico op leegstand. Neem een pand op de Meir, een van de drukste winkelstraten in Antwerpen. Als de ene huurder zijn winkel stopzet, staat de volgende al klaar. Het risico op leegstand is op zo'n toplocatie bijzonder klein. De kosten voor het onderhoud liggen er bovendien zeer laag, want je kunt 40 tot 50 keer meer huur vragen per vierkante meter dan bijvoorbeeld voor een pand in de Driekoningenstraat in Berchem. Daardoor is de kloof tussen het bruto- en het nettohuurrendement van winkels op de betere locaties heel klein." U moet proportioneel een hoger bedrag op tafel leggen om een woning, een appartement of een winkelpand te verwerven waarvoor u een hogere huurprijs kunt vragen. Maar het loont wel. "Het risico op leegstand en wanbetalingen is groter bij vastgoed in goedkopere wijken. Als een huurder minder zorgzaam is met het pand, staat de eigenaar voor grote kosten. Het is nog belangrijker geworden daarmee rekening te houden, omdat de verhuurders nog maar een huurwaarborg van twee maanden huur mogen vragen. Vroeger was dat drie maanden." Janssens legt uit dat vastgoed, waarvan de waarde van de grond zwaarder weegt in de prijs dan de waarde van de constructie, automatisch een lager huurrendement met zich brengt. Tegelijk is er minder risico aan verbonden. Een gebouw moet u onderhouden en geregeld vernieuwen, om aan de behoefte van moderne huurders tegemoet te komen. Aan een grond daarentegen is er geen of nauwelijks onderhoud. Alles draait om de ligging. "Een ligging dicht bij de winkels en het openbaar vervoer en met een mooi uitzicht zijn grote troeven. Je moet je daarvoor goed laten adviseren en eventueel gaan rondkijken in de buurt." Als u een gemeente goed kent, weet u wellicht ook beter waar de hippe wijken en de verkommerde buurten zijn. Er is een binnenwegje voor wie niet de middelen heeft om vastgoed te kopen, of voor wie het niet ziet zitten de administratieve rompslomp en het regelmatige opknapwerk erbij te nemen. Er noteren zeventien gereglementeerde vastgoedvennootschappen (GVV's) op de Brusselse beurs, die al het werk voor u doen. Ze kopen gebouwen en verhuren die, en laten u royaal meegenieten van de winst. De nettodividendrendementen schommelen tussen 5 procent bij Intervest Offices & Warehouses (kantoren en magazijnen) en 1,9 procent bij Aedifica (residentieel vastgoed). Ze betalen geen vennootschapsbelasting als ze minstens 80 procent van hun operationele winst uitkeren in de vorm van dividenden. U betaalt bovendien nooit speculatiebelasting voor die vastgoedaandelen en u draagt minder belastingen per transactie af dan bij andere aandelen (0,09 in plaats van 0,27%). Jean-Pierre Delwart, de voorzitter van Solvac, liet zich in de marge van een interview met Trends ontvallen dat hij een verlaging van de vennootschapsbelasting genegen is, maar dat hij niet gediend is van een nieuwe verhoging van de roerende voorheffing. Solvac is de beursgenoteerde holding die de aandelen van de familiale aandeelhouders in de chemiegroep Solvay bundelt. De nakomelingen van de stichters van Solvay strijken elk jaar een mooi dividend op. Solvac betaalde over het boekjaar 2015 een dividend van 5,015 euro bruto in twee keer: een voorschot in augustus en een betaling in december. Het brutodividend steeg sinds 2011 om de twee jaar. "Sinds 2007 schommelt het brutodividendrendement tussen 2,9 en 4,6 procent", weet analist Hans D'Haese van Degroof Petercam. "Ook wie het aandeel vandaag koopt, heeft naar verwachting een brutodividendrendement van ongeveer 4,5 procent, of een nettodividendrendement van 3,3 procent." Het nadeel van Solvac is dat alle aandelen op naam staan, en dat ze minder snel van eigenaar wisselen dan andere aandelen. Behalve Solvac noteren op de Brusselse beurs nog twee monoholdings, die slechts in één aandeel investeren: Tubize en KBC Ancora. Het zijn de vehikels waarin de aandeelhoudersfamilies achter de biofarmagroep UCB en de bank-verzekeraar KBC zich verenigen. Hun dividendrendement ligt veel lager, en het is in het geval van KBC Ancora ook niet zo stabiel. De monoholdings hebben een nadeel tegenover andere holdings, die een spreiding van de risico's bieden doordat ze beleggen in verschillende beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde bedrijven. "Onder de Belgische holdings biedt Gimv het hoogste dividendrendement (5,1 % bruto)", zegt Hans D'Haese. Die investeringsmaatschappij hoort niet thuis in het rijtje met holdings van rijke Belgische families die leven van de dividenden van hun beleggingen. "Maar Gimv heeft met de Vlaamse overheid een grote, gulzige aandeelhouder. Zolang dat zo blijft, kunnen ook de kleine aandeelhouders rekenen op een grote deelname in de winst. Al verwacht ik niet dat het dividend in de nabije toekomst stijgt", zegt D'Haese. Ook Tinc en GBL bieden meer dan 3,5 procent brutodividendrendement. Tinc is een spin-off van Gimv en investeert in infrastructuur: opwekkers van alternatieve energie (38 % van de portefeuille), maar ook een gevangenis, een tramlijn en parkings. Het bedrijf werd pas in 2015 naar de beurs gebracht, maar D'Haese is er gerust in: "Het aandeel heeft zeer stabiele en voorspelbare kasstromen." De holding van de Frère-familie is aan een transformatie en een comeback bezig. Enkele jaren geleden zat de portefeuille nog vol grote Franse bedrijven. Nu zoekt GBL meer naar ondernemingen die inspelen op de uitdagingen van de toekomst, zoals Ontex doet met zijn incontinentieluiers voor een vergrijzende bevolking en Umicore met zijn recyclageactiviteiten. Het dividendrendement ligt vrij hoog, omdat het aandeel de voorbije tien jaar maar matig presteerde. GBL streeft naar een "continue en duurzame groei van het dividend" en slaagt daar ook in. Het dividend ging volgens de historiek op de website sinds 2003 elk jaar gestaag hoger. Het dividendrendement van Sofina, de holding van de familie Boël, bedraagt nu nog amper 2 procent bruto. Het aandeel heeft dan ook een sterke rally achter de rug. De holding verlaagde in zijn hele beursgeschiedenis nog nooit haar dividend en sinds 1976 is het elk jaar gestegen. Er zijn natuurlijk nog andere redenen dan het dividend om een holding te kopen. Sofina geeft toegang tot bedrijven die u niet via de beurs kan verwerven, zoals het Indiase kabelbedrijf ACT, waar het onlangs een participatie in nam. Meer dan de helft van de portefeuille bestaat uit niet-beursgenoteerde bedrijven, tegenover 5 procent bij GBL.