De verschillende Europese overheden moeten de komende maanden heel wat middelen ophalen op de kredietmarkten om hun talloze reddings- en steunplannen te financieren. Bedragen tussen de 500 à 750 miljard EUR doen de ronde. De EU heeft onlangs een stimuleringspakket van 200 miljard EUR goedgekeurd. De verdeling tussen de verschillende staten is nog niet uitgewerkt. Voegen we daar de reddingsacties voor een hele resem banken aan toe en die opgesomde bedragen lijken al veel minder onrealistisch. Wereldwijd is er zelfs sprake van 2000 miljard EUR die staten moeten zien op te halen.

Door de massale kapitaaldestructie zijn de beschikbare middelen beperkt en zal de concurrentie ervoor bikkelhard zijn. Overheden (en bedrijven) met de beste geloofsbrieven zullen op de meeste sympathie kunnen rekenen. Hoewel de lage rentes niet de massa's op de been brengen. Enkele weken terug kon de Duitse overheid, nochtans één van de betere debiteurs, niet alle leningen plaatsen. Tegen 3,06% op 10 jaar konden er weinigen over de streep worden getrokken. Door die verwachte concurrentie willen investeerders enkel over de brug komen voor meer rendement.

Renteverschillen

Ook binnen de eurozone of geheel Europa zal die concurrentie aanwezig zijn. Waar tot voor de crisis alle landen uit de eurozone ongeveer evenveel moesten betalen op hun schuldpapier, zijn de verschillen nu opgelopen tot nooit geziene niveaus. Het verschil bestaat tussen grote landen met een sterke reputatie en de kleinere die een dieper dan gemiddelde economische terugval kennen. Zo betaalt de Duitse overheid op haar 10-jarige obligaties zoals eerder aangegeven een rente van 3,06%. De Griekse staat moet 5,18% ophoesten, de Italiaanse 4,36%, de Ierse 4,32%, de Portugese 4,04% en Spaanse 3,91%. Ook België bevindt zich bij de mindere goden. Ons land betaalt 3,86%.

Tegenover een hoger rendement staat wel een hoger risico. Griekenland zou in 2009 53 miljard EUR moeten ophalen of 20% van het BBP. Het is niet uitgesloten dat het land in financiële problemen komt. Wie zal de Griekse staat geld willen toestoppen nu de kans op wanbetaling, hoe onwaarschijnlijk dit moge klinken, flink is toegenomen. Italië zou 220 miljard EUR of 13,6% van zijn BBP uit de markt willen halen. Voor die landen ziet het er gezien de toenemende concurrentie voor middelen niet bijster goed uit. Een afgeleide vraag is: kan de EUR gezien dergelijke verschillen in vraag gesteld worden?

De verschillende Europese overheden moeten de komende maanden heel wat middelen ophalen op de kredietmarkten om hun talloze reddings- en steunplannen te financieren. Bedragen tussen de 500 à 750 miljard EUR doen de ronde. De EU heeft onlangs een stimuleringspakket van 200 miljard EUR goedgekeurd. De verdeling tussen de verschillende staten is nog niet uitgewerkt. Voegen we daar de reddingsacties voor een hele resem banken aan toe en die opgesomde bedragen lijken al veel minder onrealistisch. Wereldwijd is er zelfs sprake van 2000 miljard EUR die staten moeten zien op te halen. Door de massale kapitaaldestructie zijn de beschikbare middelen beperkt en zal de concurrentie ervoor bikkelhard zijn. Overheden (en bedrijven) met de beste geloofsbrieven zullen op de meeste sympathie kunnen rekenen. Hoewel de lage rentes niet de massa's op de been brengen. Enkele weken terug kon de Duitse overheid, nochtans één van de betere debiteurs, niet alle leningen plaatsen. Tegen 3,06% op 10 jaar konden er weinigen over de streep worden getrokken. Door die verwachte concurrentie willen investeerders enkel over de brug komen voor meer rendement. RenteverschillenOok binnen de eurozone of geheel Europa zal die concurrentie aanwezig zijn. Waar tot voor de crisis alle landen uit de eurozone ongeveer evenveel moesten betalen op hun schuldpapier, zijn de verschillen nu opgelopen tot nooit geziene niveaus. Het verschil bestaat tussen grote landen met een sterke reputatie en de kleinere die een dieper dan gemiddelde economische terugval kennen. Zo betaalt de Duitse overheid op haar 10-jarige obligaties zoals eerder aangegeven een rente van 3,06%. De Griekse staat moet 5,18% ophoesten, de Italiaanse 4,36%, de Ierse 4,32%, de Portugese 4,04% en Spaanse 3,91%. Ook België bevindt zich bij de mindere goden. Ons land betaalt 3,86%.Tegenover een hoger rendement staat wel een hoger risico. Griekenland zou in 2009 53 miljard EUR moeten ophalen of 20% van het BBP. Het is niet uitgesloten dat het land in financiële problemen komt. Wie zal de Griekse staat geld willen toestoppen nu de kans op wanbetaling, hoe onwaarschijnlijk dit moge klinken, flink is toegenomen. Italië zou 220 miljard EUR of 13,6% van zijn BBP uit de markt willen halen. Voor die landen ziet het er gezien de toenemende concurrentie voor middelen niet bijster goed uit. Een afgeleide vraag is: kan de EUR gezien dergelijke verschillen in vraag gesteld worden?