Het afgelopen jaar draaide de wereldeconomie nog heel behoorlijk, maar aandelenindices verlieten het feestje onder invloed van centrale banken die de teugels voorzichtig aanhalen, toenemende spanningen tussen Amerika en China, een handelsoorlog, brexit-angst, Franse onrust, Italiaanse begrotingsperikelen en zorgen over een afzwakkende Chinese economie.

Politieke risico's, matige groei en hoge schulden: het wordt voor aandelenmarkten wellicht verre van een topjaar.

Sommige analisten claimen dat de geopolitiek terug is van weggeweest, nadat de Verenigde Staten een tijd de scepter hebben gezwaaid en de liberale democratie onoverwinnelijk leek. Maar geopolitiek is nooit weggeweest. Elke supermacht heeft momenten waarop hij en anderen zich haast niet kunnen voorstellen dat een nieuwe speler de hegemonie doorbreekt. Maar de realiteit wijst al eeuwen anders uit. Het net dat Amerika decennialang over de wereld heeft uitgespannen vertoont intussen scheurtjes.

Absoluut gezien staan de Verenigde Staten politiek, economisch, sociaal-cultureel en militair nog altijd aan de top, maar relatief gezien verliezen ze terrein aan bijvoorbeeld China, dat al lange tijd een veel grotere economische groei laat optekenen. Andere landen en machtsblokken moeten aftasten hoe ze de relaties met de Amerikanen en de Chinezen vormgeven.

In dat krachtenspel worden steeds vaker vraagtekens geplaatst bij de overlevingskansen van de westerse kapitalistische, democratische verzorgingsstaat. Het wordt ook niet meer vanzelfsprekend gevonden dat landen vroeg of laat naar een liberale democratie neigen.

Het net dat Amerika decennialang over de wereld heeft uitgespannen vertoont intussen scheurtjes.

En toch is dat bestuursmodel weerbarstiger dan het soms lijkt. In de jaren dertig kwam de liberale democratie zwaar onder vuur door de gevolgen van overproductie, de start van de integratie van financiële markten, economische depressie en fascisme. Maar de liberale democratie overleefde, zij het dankzij onder meer de New Deal, de opkomst van de moderne sociaaldemocratie met de verzorgingsstaat als ultieme succes én uiteraard een oorlog tegen het fascisme en het nazisme. Ook bij uitdagingen en twijfels in de daaropvolgende decennia werd telkens een antwoord gevonden om het systeem van de liberale democratie overeind te houden.

De erosie van democratische fundamenten wordt dan ook veelal gezien als een economische bedreiging, omdat in verreweg de meeste gevallen democratie en structurele, duurzame groei hand in hand gaan. Brokkelt de democratie af, dan krijgen corruptie, willekeur en machtsmisbruik de overhand. In zo'n context is een innovatieve, productieve en flexibele economie onwaarschijnlijk.

Dat er ook op andere manieren economische vooruitgang kan worden gerealiseerd, illustreert China. Daar hanteert de autoritaire eenpartijstaat een hybride model: de markt mag zijn werk doen, maar altijd onder het nauwlettend toezicht van de overheid. China slaagt er al geruime tijd in het onderdrukken van politieke vrijheden samen te laten gaan met innovatiekracht, hervormingsbereidheid en een zeer snelle groei. Die opmars, die ook voor andere landen een bron van inspiratie vormt, en de (nasleep van de) kredietcrisis nopen de liberale democratie ertoe zich opnieuw uit te vinden om relevant te blijven.

De vraag is of het Westen de groeiende onvrede en onzekerheid in de samenleving het hoofd kan bieden zonder die af te kopen met het te ver opblazen van schulden.

Hoe dan ook, in het Westen behoort de combinatie van hoge economische groei, stijgende productiviteit, oplopende reële lonen, technologische reuzensprongen en een sociaal vangnet voor mensen die buiten de boot vallen al enige tijd tot het verleden. De vraag is of het Westen de groeiende onvrede en onzekerheid in de samenleving het hoofd kan bieden zonder die af te kopen met het te ver opblazen van schulden.

Tegelijk speelt nog een andere factor mee. Vergeleken met de situatie tijdens de Koude Oorlog heerst in het Westen nu veel minder het beeld van een duidelijke gezamenlijke vijand, waartegen men zich moet verenigen en die dwingt onderlinge meningsverschillen opzij te zetten. De één vindt China nu het grootste gevaar, anderen blijven huiveren van Rusland, en nog anderen zien vooral interne bedreigingen, zoals de Brusselse bureaucratie die de soevereiniteit van landen erodeert. Die tweedracht in het Westen biedt kansen aan de andere actoren op het internationale politieke en economische toneel.

Misschien schuilt het grootste gevaar wel in datgene waarnaar onder meer Janan Ganesh, columnist bij Financial Times, onlangs verwees: de Trumpisten, Brexiteers en gele hesjes onderschatten vrijwel allemaal het risico dat hun acties een sneeuwbaleffect oproepen waarbij maatschappelijke ineenstorting een onbedoeld maar reëel scenario wordt. Ganesh: "Social order is to some extent self-cancelling. The longer people have it, the more they take it for granted. Historic events that warn them against such complacency pass from living memory to folklore to something more like rumour."

De politieke problemen en risico's die van 2018 doorgeschoven zijn naar 2019 kunnen dit jaar minder makkelijk genegeerd worden door de financiële markten. Er is te weinig structureel hervormd: denk maar aan de pensioenstelsels en de arbeidsmarkten. Er is afzwakkende groei, onvoldoende productiviteitsgroei, de schuldenbergen zijn onvoldoende weggewerkt en dus nog zeer hoog en centrale banken hebben hun munitie grotendeels verschoten.

Oplopende Amerikaans-Chinese spanningen, een zwakkere Duits-Franse as en een verlamd Washington met een president die steeds gekkere sprongen maakt, zullen hun tol eisen in de vorm van verder afbrokkelende internationale samenwerking en westerse allianties, minder slagkracht van de Europese Unie en druk op internationale handel.

De politieke problemen en risico's die van 2018 doorgeschoven zijn naar 2019 kunnen dit jaar minder makkelijk genegeerd worden door de financiële markten.

Waar voorheen politieke risico's een relatief kleine rol speelden voor de financiële markten in de geïndustrialiseerde landen zullen politieke risicopercepties van die groep landen en die van de opkomende landen waarschijnlijk dichter bij elkaar komen te liggen.

Een ander gevolg van oplopende spanningen tussen en in landen is dat het bij een nieuwe crisis moelijker wordt tot grootschalige gecoördineerde actie over te gaan, zoals de G20 deed na het uitbreken van de kredietcrisis. Met centrale banken die het meeste kruit hebben verschoten, zullen meer landen hun toevlucht zoeken tot fiscale stimulering en de politieke druk op centrale banken zal toenemen, zoals we al zagen in de Verenigde Staten, India en Turkije.

Met toenemende politieke risico's, centrale banken die weinig speelruimte meer hebben, matige groei en hoge schuldenposities, wordt het voor aandelenmarkten waarschijnlijk verre van een topjaar.