"De inflatie kreeg de wereldeconomie in 2022 een wurggreep", zegt Koen De Leus. De inflatie van 10 procent en meer verplichtte de centrale banken tot een brutale koerswijziging. Steun aan de economie maakte plaats voor een agressieve strijd tegen de inflatie. Zowel de Amerikaanse als de Europese centrale bank koelen met een krapper geldbeleid de economie af om de inflatie onder controle te krijgen. Volstaat een milde recessie om terug te keren naar prijsstabiliteit? Of zal de sterke stijging van de rentevoeten nog meer brokken maken?
...

"De inflatie kreeg de wereldeconomie in 2022 een wurggreep", zegt Koen De Leus. De inflatie van 10 procent en meer verplichtte de centrale banken tot een brutale koerswijziging. Steun aan de economie maakte plaats voor een agressieve strijd tegen de inflatie. Zowel de Amerikaanse als de Europese centrale bank koelen met een krapper geldbeleid de economie af om de inflatie onder controle te krijgen. Volstaat een milde recessie om terug te keren naar prijsstabiliteit? Of zal de sterke stijging van de rentevoeten nog meer brokken maken? "De inflatie zal in 2023 langzaam dalen", verwacht Koen De Leus, de hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis. "De daling van de vraag en de vrij grote voorraden van de bedrijven gooien koud water op de Amerikaanse inflatie. Daar staan de sterke stijging van de lonen en de krappe arbeidsmarkt tegenover. De inflatie zal daarom slechts langzaam afkoelen. We verwachten dat de Fed de beleidsrente verhoogt tot 5 à 5,25 procent." Ook in het eurogebied is de inflatie over de top, zonder dat er snel victorie kan worden gekraaid. "De aardgas- en de elektriciteitsprijzen zijn weliswaar gedaald, maar kunnen nog drie tot vier jaar hoog blijven. Straks moeten de aardgasvoorraden opnieuw worden aangevuld, zonder Russisch gas. Ook het soepele begrotingsbeleid blijft de inflatie voeden. We verwachten van de ECB een maximale beleidsrente van 3 procent", zegt De Leus. Door de afkoeling van de inflatie kan de recessie vrij mild blijven. "In het eurogebied verwachten we een kleine negatieve groei vanaf dit kwartaal tot het tweede kwartaal van 2023. Een grotere recessie is echter onvermijdelijk, als Europa toch met energieschaarste te maken krijgt. We moeten het aardgasverbruik verminderen. In de Verenigde Staten houden we rekening met een krimp van de economie met 0,1 procent in 2023 en 0,2 procent in 2024", zegt De Leus. De landing kan hobbeliger worden, als de piloten inschattingsfouten maken. Mogelijk pakken de centrale bankiers de inflatie te hard aan, zeker omdat recent studiewerk van het Internationaal Monetair Fonds aantoont dat het risico op een loonprijsspiraal beperkt is. De hoge inflatie en de stijgende rentevoeten wogen dit jaar op de financiële markten. Aandelen én obligaties gingen lager. "Alles daalde in prijs, de meest speculatieve activa het eerst en het meest", zegt Philippe Gijsels, de hoofdstrateeg van BNP Paribas Fortis. "Zelfs de edelmetalen, die in tijden van oorlog en inflatie bescherming horen te bieden, deelden in de klappen. De markten dansten op het ritme van de rente." Die volatiliteit zal niet snel wegebben. "De situatie verschilt totaal van die in de jongste veertig jaar", zegt Gijsels. "Sinds 1987 werd elke crisis gesmoord met een soepeler geldbeleid. De inflatieopstoot heeft daar een punt achter gezet. De centrale banken en de overheden kunnen de markten en de economie niet meer ondersteunen zoals voorheen. Na de pandemie zagen we bijvoorbeeld een krachtig herstel op de beurzen, omdat de centrale banken de geldkraan opendraaiden. Die reactie was de laatste voor een generatie. We krijgen een nieuw regime op de financiële markten, gekenmerkt door een toenemende volatiliteit." Door de correctie in 2022 zijn aandelen en obligaties weer interessanter geworden. Gijsels: "De verwachte rendementen zijn gestegen. Obligaties durven we opnieuw langzaam te kopen. Kwaliteitsobligaties in dollar tegen rentevoeten van 4 procent of in euro tegen 3 procent worden interessant, al verwachten we pas volgend jaar een piek van de langetermijnrente." Op de beurzen staan de sterren gunstig voor een eindejaarsrally, met kansen voor de cyclische waarden (zie kader onderaan). "De markten hebben veel geduld moeten oefenen, maar krijgen nu eindelijk een piekende inflatie. Dat biedt meer zekerheid over het toekomstige beleid van de centrale banken, die ruimte krijgen om de voet wat van het rempedaal te halen. Bij een milde recessie komen ook de bedrijfswinsten niet te zwaar onder druk. De tussentijdse verkiezingen in de Verenigde Staten beloven ook een rally. Sinds 1950 is de periode van november tot april na de midterms altijd positief geweest voor de beurzen. Het is geen garantie, maar het trackrecord is toch indrukwekkend", zegt Philippe Gijsels. Is deze rally het begin van een nieuwe stierenmarkt? Of gaat het om een tijdelijk herstel op een berenmarkt? "Dat hangt opnieuw samen met de vraag of de inflatie onder controle is", zegt Philippe Gijsels. "Het is mogelijk dat de centrale banken in 2023, als reactie op de recessie, een pauze inlassen, met als gevolg dat de inflatie weer stijgt. De centrale banken maakten die fout in de jaren zeventig. Als de centrale banken opnieuw de rente moeten verhogen, zal dat brokken maken. Een heropflakkering van de inflatie is voor beleggers hét risico voor 2023. We verwachten dat de inflatie hoe dan ook nog lang relatief hoog blijft. Inflatiegolven nemen doorgaans jaren in beslag." De hogere rentevoeten eisen ook op de vastgoedmarkten een hoofdrol op. Een eigendom verwerven wordt in België steeds moeilijker. Een modaal Belgisch gezin moest begin dit jaar 26 procent van zijn beschikbaar inkomen aan de aflossing van zijn woningkrediet besteden. Door de stijging van de hypothecaire rente met bijna 2 procentpunten was dat eind november al 30 procent, berekende BNP Paribas Fortis. Daarmee is de betaalbaarheid van een woning teruggevallen tot het historisch lage niveau van begin jaren tachtig. Daarbij komt dat de hoge inflatie en energiekosten het consumentenvertrouwen ineen doen klappen. Consumenten hebben weinig appetijt voor grote aankopen. Dat weerspiegelt zich al in een daling van het aantal vastgoedtransacties. "Door al die indicatoren, in combinatie met de oplopende rentevoeten, verwachten we volgend jaar een lichte daling van de nominale huizenprijzen", zegt Koen De Leus. Die daling zou maar tijdelijk zijn. Vanaf 2024 verwacht De Leus opnieuw geleidelijk stijgende prijzen: "Een crash van de vastgoedmarkt in ons land is onwaarschijnlijk. De vraag naar huizen is nog altijd groter dan het aanbod, en we kennen in België weinig speculatie of verplichte verkoop van vastgoed. Bovendien wint het energielabel aan belang, waardoor de Belgen zullen moeten investeren in renovatie en isolatie. Dat kan de prijzen van energiezuinige woningen met een goed EPC-label sneller de hoogte induwen dan van die met een slecht label." Dat verschil mogen we volgens De Leus niet overdrijven. Uit berekeningen van BNP Paribas Fortis, in samenwerking met de UGent, blijkt dat het al grotendeels in de huidige verkoopprijzen verrekend zit. In Vlaanderen bedraagt het prijsverschil tussen een doorsneewoning met een A-label en een met een F-label nu al 80.000 euro. Dat komt overeen met de kostprijs van een grondige energierenovatie.