• De onderliggende nettorente-inkomsten bedroegen 1 406 miljoen euro, vergelijkbaar met het cijfer van vorig kwartaal en van het overeenkomstige kwartaal van vorig jaar. In België stond de nettorentemarge wat onder druk, maar steeg het kredietvolume verder in het derde kwartaal, vooral wat betreft hypotheekleningen.

In Centraal- en Oost-Europa steeg de nettorentemarge lichtjes. Voor de groep als geheel bedroeg de gemiddelde nettorentemarge voor het kwartaal 1,92%.

• De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 367 miljoen euro, dat is een daling van 8% jaar-op-jaar en van 19% kwartaal-op-kwartaal. De verkoop van commissie-gerelateerde producten kende een moeilijk derde kwartaal, en dat was niet alleen het gevolg van seizoenseffecten.

Daardoor werden er minder instapkosten en beheersvergoedingen gegenereerd en dat heeft geleid tot de bovenvermelde daling van de nettoprovisie-inkomsten.

• Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde (dat omvat de dealingroomactiviteiten) bedroeg 264 miljoen euro, beter dan de lage 147 miljoen euro die in het vorige kwartaal werd geboekt.

• Na aftrek van de technische lasten en het nettoresultaat uit afgestane herverzekering bedroeg het technisch verzekeringsresultaat 90 miljoen euro, een derde beter dan in het tweede kwartaal, onder meer dankzij een lagere schadelast in Centraal- en Oost-Europa.

• De exploitatiekosten bedroegen 1 214 miljoen euro. Als we de boeking van de bankenheffing in Hongarije buiten beschouwing laten, is dat vergelijkbaar met het vorige kwartaal.

• De waardeverminderingen op kredieten bedroegen 356 miljoen euro. Dat is meer dan in het tweede kwartaal van 2010 en vergelijkbaar met het derde kwartaal van 2009. De kredietkostenratio sinds het begin van het jaar bedroeg 0,80%: 0,12% voor de Belgische retailportefeuille, 1,32% in Centraal- en Oost-Europa (lager dan de 1,70% voor 2009) en 1,01% voor Merchantbanking (t.o.v. 1,19% voor 2009).

• Aan het einde van het lopende kwartaal heeft de KBC-groep in het reglementair kapitaal een overschot van ongeveer 4,3 miljard euro opgebouwd (inclusief de impact van alle desinvesteringen waarvoor tot op heden een verkoopovereenkomst is ondertekend) boven de Tier 1-doelstelling van 10%.

• De onderliggende nettorente-inkomsten bedroegen 1 406 miljoen euro, vergelijkbaar met het cijfer van vorig kwartaal en van het overeenkomstige kwartaal van vorig jaar. In België stond de nettorentemarge wat onder druk, maar steeg het kredietvolume verder in het derde kwartaal, vooral wat betreft hypotheekleningen. In Centraal- en Oost-Europa steeg de nettorentemarge lichtjes. Voor de groep als geheel bedroeg de gemiddelde nettorentemarge voor het kwartaal 1,92%. • De nettoprovisie-inkomsten bedroegen 367 miljoen euro, dat is een daling van 8% jaar-op-jaar en van 19% kwartaal-op-kwartaal. De verkoop van commissie-gerelateerde producten kende een moeilijk derde kwartaal, en dat was niet alleen het gevolg van seizoenseffecten. Daardoor werden er minder instapkosten en beheersvergoedingen gegenereerd en dat heeft geleid tot de bovenvermelde daling van de nettoprovisie-inkomsten. • Het nettoresultaat uit financiële instrumenten tegen reële waarde (dat omvat de dealingroomactiviteiten) bedroeg 264 miljoen euro, beter dan de lage 147 miljoen euro die in het vorige kwartaal werd geboekt. • Na aftrek van de technische lasten en het nettoresultaat uit afgestane herverzekering bedroeg het technisch verzekeringsresultaat 90 miljoen euro, een derde beter dan in het tweede kwartaal, onder meer dankzij een lagere schadelast in Centraal- en Oost-Europa. • De exploitatiekosten bedroegen 1 214 miljoen euro. Als we de boeking van de bankenheffing in Hongarije buiten beschouwing laten, is dat vergelijkbaar met het vorige kwartaal. • De waardeverminderingen op kredieten bedroegen 356 miljoen euro. Dat is meer dan in het tweede kwartaal van 2010 en vergelijkbaar met het derde kwartaal van 2009. De kredietkostenratio sinds het begin van het jaar bedroeg 0,80%: 0,12% voor de Belgische retailportefeuille, 1,32% in Centraal- en Oost-Europa (lager dan de 1,70% voor 2009) en 1,01% voor Merchantbanking (t.o.v. 1,19% voor 2009). • Aan het einde van het lopende kwartaal heeft de KBC-groep in het reglementair kapitaal een overschot van ongeveer 4,3 miljard euro opgebouwd (inclusief de impact van alle desinvesteringen waarvoor tot op heden een verkoopovereenkomst is ondertekend) boven de Tier 1-doelstelling van 10%.