Ook in België zijn het geen onbekende begrippen. Deze vorm van coöperatie was simpel. Men trok spaargeld aan en met dat geld werden boeren gefinancierd.

Die konden zo voedsel produceren en dat zorgde voor economische groei. Om het risico van de leningen te beperken werd alleen geleend na goedkeuring van een kredietcomité. Dat bestond uit boeren uit de buurt.

Zij kenden niet alleen de geldlener en belangrijker zijn familie maar hadden wellicht ook enig inzicht in de economische haalbaarheid van de investering.

Dat wellicht men zo ook onwelgevallige concurrentie op een afstand kon houden is een detail. Toch waren de toenmalige coöperatie eigenlijk hedgefondsen.

En dat kwam door de letters W.A. achter de naam. Hetgeen stond voor Wettelijke Aansprakelijkheid. De leden van de bank stonden met hun totale vermogen garant voor de hen toevertrouwde spaargelden. Op basis hiervan konden deze banken veel meer uitlenen dan zij spaargeld hadden.

Natuurlijk ging het wel fout bij sommige leningen. Deze verliezen kwamen niet zo sterk aan de oppervlakte en werden onderling geregeld. Vaak nam de buurman de boerderij over en hoefde er niet al te veel te worden afgeschreven op de leningen.