De onderliggende kwartaalwinst bedroeg 778 miljoen euro, tegenover 229 miljoen euro in het tweede kwartaal en een negatief resultaat van 568 miljoen euro in het derde kwartaal van vorig jaar.

Zonder rekening te houden met de evoluties op de markt en met de risicokosten kwam het resultaat uit op 2,40 miljard euro, hoofdzakelijk dankzij de inbreng van de bankpoot.

Als gevolg van de kostenreductie werden de totale operationele kosten ten opzichte van het derde kwartaal van vorig jaar met 9,30% verlaagd tot 330 miljoen euro.

In de banksector bedroeg het nettoresultaat 264 miljoen euro, tegenover een verlies van 25 miljoen euro negatief in het tweede kwartaal van dit jaar en een negatief resultaat van 101 miljoen euro in het derde kwartaal van vorig jaar.

In de verzekeringspoot was er een nettoresultaat van 514 miljoen euro, tegenover 254 miljoen euro in het tweede kwartaal en een negatief resultaat van 467 miljoen euro in het derde kwart van vorig jaar.

De onderliggende kwartaalwinst bedroeg 778 miljoen euro, tegenover 229 miljoen euro in het tweede kwartaal en een negatief resultaat van 568 miljoen euro in het derde kwartaal van vorig jaar. Zonder rekening te houden met de evoluties op de markt en met de risicokosten kwam het resultaat uit op 2,40 miljard euro, hoofdzakelijk dankzij de inbreng van de bankpoot. Als gevolg van de kostenreductie werden de totale operationele kosten ten opzichte van het derde kwartaal van vorig jaar met 9,30% verlaagd tot 330 miljoen euro. In de banksector bedroeg het nettoresultaat 264 miljoen euro, tegenover een verlies van 25 miljoen euro negatief in het tweede kwartaal van dit jaar en een negatief resultaat van 101 miljoen euro in het derde kwartaal van vorig jaar. In de verzekeringspoot was er een nettoresultaat van 514 miljoen euro, tegenover 254 miljoen euro in het tweede kwartaal en een negatief resultaat van 467 miljoen euro in het derde kwart van vorig jaar.