In het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje is het zelfs voor meer dan 70% van de gepensioneerden duidelijk dat de volgende generaties gepensioneerden het met minder zullen moeten stellen.

Deze mening wordt overigens gedeeld door de actieve bevolking, waar ook een meerderheid van de ondervraagden denkt als gepensioneerde minder goed af te zullen zijn dan de huidige generatie gepensioneerden.

Enkel in Roemenië en Turkije blijkt men daar minder zeker van te zijn. Dit zijn net de twee landen met het laagste BBP/capita van de landen in de steekproef.

Ze zijn nog volop in een economische inhaalfase, waardoor ze nog steeds een snelle ontwikkeling meemaken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de actieve bevolking daar nog op een beter pensioen kan hopen dan de huidige generatie gepensioneerden.

Frankrijk, Italië en Spanje maken zich meer zorgen om pensioen dan België

België neemt het zekere voor het onzekere

De nog beroepsactieve Belgen maken zich in vergelijking met andere Europese landen relatief veel zorgen over de vraag of ze wel genoeg geld zullen hebben om comfortabel met pensioen te kunnen gaan. In Frankrijk, Italië en Spanje maakt men zich nog meer zorgen.

"Aangezien Spanje en Italië onder vuur worden genomen door de financiële markten en een aantal sociale verworvenheden op de helling komen te staan, is het niet onlogisch dat de bevolking ongerust is over de toekomst. Blijkbaar hebben ook de Fransen en Belgen wat twijfels omtrent de financiële stabiliteit van hun land op lange termijn," stelt Peter Vanden Houte.

Niettegenstaande zijn vrees betreffende de betaalbaarheid van de pensioenen is de gemiddelde Belg van mening dat het wettelijke pensioen nog altijd een vrij groot deel van zijn laatste inkomen zal uitmaken. Zo denkt 68% dat dit meer dan 60% van zijn laatste inkomen zal bedragen.

Maar aangezien de Belg liever het zekere voor het onzekere neemt, blijft zelf sparen belangrijk. Zelfs zonder rekening te houden met pensioenspaarplannen, doet meer dan 60% van de Belgen aan langetermijnsparen.

In het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje is het zelfs voor meer dan 70% van de gepensioneerden duidelijk dat de volgende generaties gepensioneerden het met minder zullen moeten stellen. Deze mening wordt overigens gedeeld door de actieve bevolking, waar ook een meerderheid van de ondervraagden denkt als gepensioneerde minder goed af te zullen zijn dan de huidige generatie gepensioneerden. Enkel in Roemenië en Turkije blijkt men daar minder zeker van te zijn. Dit zijn net de twee landen met het laagste BBP/capita van de landen in de steekproef. Ze zijn nog volop in een economische inhaalfase, waardoor ze nog steeds een snelle ontwikkeling meemaken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de actieve bevolking daar nog op een beter pensioen kan hopen dan de huidige generatie gepensioneerden. Frankrijk, Italië en Spanje maken zich meer zorgen om pensioen dan BelgiëBelgië neemt het zekere voor het onzekere De nog beroepsactieve Belgen maken zich in vergelijking met andere Europese landen relatief veel zorgen over de vraag of ze wel genoeg geld zullen hebben om comfortabel met pensioen te kunnen gaan. In Frankrijk, Italië en Spanje maakt men zich nog meer zorgen. "Aangezien Spanje en Italië onder vuur worden genomen door de financiële markten en een aantal sociale verworvenheden op de helling komen te staan, is het niet onlogisch dat de bevolking ongerust is over de toekomst. Blijkbaar hebben ook de Fransen en Belgen wat twijfels omtrent de financiële stabiliteit van hun land op lange termijn," stelt Peter Vanden Houte. Niettegenstaande zijn vrees betreffende de betaalbaarheid van de pensioenen is de gemiddelde Belg van mening dat het wettelijke pensioen nog altijd een vrij groot deel van zijn laatste inkomen zal uitmaken. Zo denkt 68% dat dit meer dan 60% van zijn laatste inkomen zal bedragen. Maar aangezien de Belg liever het zekere voor het onzekere neemt, blijft zelf sparen belangrijk. Zelfs zonder rekening te houden met pensioenspaarplannen, doet meer dan 60% van de Belgen aan langetermijnsparen.