Het gebeurde al een eerste keer in 2000 om in 2003 tot circa 175 punten terug te vallen. Een tweede poging kregen we in 2007, maar weer mis. De tuimeling was nog wat harder, tot net boven 150 punten. Twee jaar geleden leek de derde keer de goede keer toen de belangrijkste graadmeter van de Europese beurzen op 15 april een piek zette op 414 punten. Maar door de Chinese groeicrisis en de brexit doken we opnieuw richting 300 punten. Met de verminderde politieke druk in Europa komt er nu een vierde poging aan.

Dat noemen ze een seculaire of langdurige berenmarkt (baissemarkt, dalende beurstendens), waarbij je niet jaren, maar doorgaans decennia moet wachten op een substantiële doorbraak van de vorige top. Van een klassieke berenmarkt is al sprake vanaf een daling van 20 procent tegenover de vorige piek. Dat is een heel ander verhaal dan de situatie op de Amerikaanse markt, waar de 'dubbele top' uit 2000 en 2007 al in de loop van 2013 substantieel werd doorbroken.

De Bel-20-index haalde het nieuws door hoger dan 4000 punten af te sluiten. Het was van begin 2008 geleden. Maar onze referentie-index piekte op 4750 punten in 2007 en stond begin 1999 al in de buurt van 3700 punten. Nog erger is de prestatie van de Eurostoxx50-index, de belangrijkste referentie-index voor de eurozone. Daar dateert de piek van 6 maart 2000 op 5464 punten. In 2007 kwam hij niet verder dan 4500 punten, in 2015 bleek hij net onder 4000 punten. Nu moet hij nog 10 procent klimmen om het niveau van 2015 te halen.

Inhaalbeweging

Er zijn weinig redenen waarom de Europese indexen zouden achterblijven op de Amerikaanse. De politieke onzekerheid is substantieel verminderd, de gemiddelde waardering ligt zo'n 20 procent lager, de Europese bedrijfsresultaten stijgen forser dan de Amerikaanse,... Na ruim vier maanden doen de Europese indices het dan ook beter dan de Amerikaanse en zien we Amerikaans kapitaal duidelijk weer naar de Europese beurzen vloeien.

Een inhaalbeweging - al dan niet fors - van de Europese aandelenmarkten tegen de zomer behoort dan ook tot de mogelijkheden. Die situatie is vergelijkbaar met de eerste helft van 2015, toen Europa voor een keer spectaculair uitblonk tegenover Amerika.

Daar kan op verschillende manieren worden op ingespeeld. Heel breed is een Europees aandelenfonds kopen of een algemene tracker zoals de iShares Stoxx Europe 600. Maar in Europa zijn er sectoren die extreem zijn achtergebleven en de zwakke gemiddelde Europese prestatie mee hebben veroorzaakt. We denken onder meer aan de banken (iShares Stoxx Europe 600 Banks; ticker SX7PEX; ISIN-code DE000A0F5UJ7) en de nutssector (Lyxor Stoxx Europe 600 Utilities ETF, ticker UTI; ISIN-code FR0010344853).