In de zomer van 2017 besliste de regering-Michel maatregelen te nemen om het spaargeld aan het werk te zetten en de Belgische economie te ondersteunen. De regeringspartners kwamen overeen dat geld investeren in aandelen een beetje meer aangemoedigd moest worden, en geld op een spaarboekje zetten een ietsiepietsie minder.
...

In de zomer van 2017 besliste de regering-Michel maatregelen te nemen om het spaargeld aan het werk te zetten en de Belgische economie te ondersteunen. De regeringspartners kwamen overeen dat geld investeren in aandelen een beetje meer aangemoedigd moest worden, en geld op een spaarboekje zetten een ietsiepietsie minder. De intresten op spaarboekjes zijn nog altijd vrijgesteld van belasting tot een plafond, maar dat plafond halveerde met het zogenoemde zomerakkoord tot 960 euro in 2018. Dat bedrag werd in 2019 geïndexeerd tot 980 euro. Boven dat plafond betalen spaarders 15 procent roerende voorheffing op de intresten, in plaats van de 30 procent die meestal geldt voor de opbrengsten van spaargeld. Het spaarboekje heeft al bij al nog altijd fiscale troeven. De spaarders zullen van de halvering van het spaarplafond voorlopig weinig merken. Ze moeten vandaag al zoeken om nog een vergoeding van 0,8 procent op spaarrekeningen te vinden. Om aan 980 euro intrest te komen, moeten spaarders op zo'n rekening 122.500 euro parkeren. De meeste spaarders beperken het spaarbedrag bij één bank tot 100.000 euro, het bedrag dat gedekt is per bank en per persoon door de depositogarantie. De maatregel heeft dan ook weinig effect. In 2018 kwam er ruim 10 miljard euro bij op de Belgische spaarrekeningen. Er stond eind februari bijna 273 miljard euro op, een record. Op langere termijn kan er wel een effect zijn. Zodra de rentevoeten opnieuw hoger gaan, zullen de spaarders meer en meer tegen het belastingvrije plafond botsen. Maar dat is niet voor de eerstkomende jaren, want economen verwachten dat de spaarrentes voor 2021 zeker niet zullen stijgen. De regering voerde tegelijk een belastingvrijstelling in voor de eerste 640 euro aan dividenden die een belegger in 2018 opstreek. Die vrijstelling geldt niet aan de bron. Iedereen betaalt dus eerst roerende voorheffing. Beleggers die dat willen - en die eraan denken - kunnen achteraf de te veel betaalde belasting terugeisen via hun aangifte van de personenbelasting. Ook gepensioneerde en andere beleggers met een laag inkomen die een vereenvoudigde aangifte ontvangen, zullen hun aangifte moeten corrigeren via de nieuwe code *437. "Op het voorstel van vereenvoudigde aangifte is in een vakje voorzien om die vrijstelling voor de roerende voorheffing op dividenden aan te geven", zegt een woordvoerder van de federale overheidsdienst Financiën. "Bij voorkeur moet die verbetering via het onlineportaal MyMinfin.be gebeuren, maar het kan ook via het antwoordformulier." Anders dan voor pensioensparen of langetermijnsparen zit er in Tax-on-web geen informatie over de te veel betaalde roerende voorheffing. De fiscus beschikt gewoon niet over die informatie. Voor pensioensparen en langetermijnsparen bezorgen de banken fiscale attesten aan de belastingplichtigen. Voor de recuperatie van de roerende voorheffing op de eerste schijf van 640 euro aan dividenden wachten de belastingplichtigen beter niet op zo'n attest. De Belgische belastingwetgeving voorziet in geen enkele verplichting voor de banken of voor de vennootschappen die de dividenden uitbetalen en de roerende voorheffing voor de fiscus inhouden. We vroegen een tiental grote en kleine banken of ze hun klanten een of ander bewijs bezorgen voor de fiscus. De antwoorden liepen uiteen, maar er is één belangrijke conclusie. Het wordt voor de belastingplichtige moeilijk een bewijsstuk te krijgen waarop enkel de dividenden staan die vrijgesteld zijn. Meestal zal het over alle in 2018 verkregen dividenden gaan. KBC Bank en zijn brokerdochter Bolero bezorgen voor het aanslagjaar 2019 geen attest, maar enkel een algemene brief aan de klanten "om hen te wijzen op deze nieuwe wetgeving". KBC begon afgelopen maandag die brieven te versturen. BNP Paribas Fortis zal zijn klanten er in mei op attent maken dat ze een recuperatie kunnen vragen via hun belastingbrief. De woordvoerder van Keytrade Bank wijst erop dat de bank geen attest kan opstellen dat "met 100 procent zekerheid aanvaard zou worden door de fiscus". "De vereisten voor zo'n attest ontbreken tot op vandaag. Onze klanten kunnen wel alle informatie die ze nodig hebben, terugvinden in hun uittreksels." Voor concurrent Binck Bank behoort een attest nog altijd tot de mogelijkheden, maar "we wachten nog op meer informatie van de fiscale regelgever om die procedure uit te werken". Bij Deutsche Bank kunnen de klanten een verklaring krijgen met alle ontvangen dividenden in 2018, als ze bereid zijn voor die verklaring te betalen. De woordvoerder van de bank merkt fijntjes op dat de gedetailleerde informatie ook te raadplegen is via internetbankieren. ING bezorgt aan alle klanten die in 2018 dividenden op een rekening van ING kregen een informatieblad. We vroegen aan de federale overheidsdienst Financiën welke bewijsstukken de belastingplichtigen moeten leveren voor de recuperatie van de roerende voorheffing. We kregen geen concreet antwoord: "De belastingplichtige moet zijn aanvraag voor verrekening staven met bewijsstukken. Het is niet vereist dat die stukken bij de aangifte worden gevoegd, maar ze moeten wel ter beschikking worden gehouden van de administratie. De koning zal de manier waarop het bewijs moet worden geleverd bepalen. Het KB daarover is nog in voorbereiding." De specialisten gaan ervan uit dat rekeninguittreksels en bankafschriften het nodige bewijs zullen leveren. "De nieuwe belastingvrijstelling van dividenden vinden we terug in het vak VII van de aangifte", zegt Jef Wellens, fiscaal jurist van Wolters Kluwer. Het gaat om de codes 1437 en 2437. Wellens legt uit dat de belastingplichtigen niet het bedrag van de dividenden, maar wel het bedrag van de onterecht ingehouden roerende voorheffing moeten invullen in de nieuwe rubriek A1b van vak VII. "Heb je in 2018 voor 640 euro brutodividenden van aandelen ontvangen, waarop de bank 30 procent heeft afgehouden, dan geeft u naast de nieuwe code 1437 of 2437 een roerende voorheffing van 192 euro aan, ofwel 30 procent van 640 euro", rekent Wellens voor. Op sommige dividenden wordt weliswaar minder afgehouden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vastgoedvennootschappen Care Property of Aedifica. Hun dividenden worden slechts tegen 15 procent belast omdat ze zorgvastgoed verhuren. U moet dus zelf eventjes de rekeningmachine bovenhalen. Voor de dividenden ontvangen op een buitenlandse rekening is het recupereren van de te veel betaalde roerende voorheffing gemakkelijker. "Ontving u dividenden uit het buitenland waarop geen roerende voorheffing werd ingehouden, dan pas je de vrijstelling eenvoudig toe door de eerste 640 euro van die dividenden niet aan te geven", vervolgt Wellens. "Dat kan en mag vanaf deze aangifte. Let op, de vrijstelling is beperkt tot 640 euro en geldt voor álle dividenden van 2018 samen. De vrijstelling geldt wel per persoon." De dividenden van coöperatieve aandelen waren voor het zomerakkoord in werking trad, al tot 190 euro vrijgesteld van roerende voorheffing. De vrijstelling stijgt voor het inkomstenjaar 2018 van 190 naar 640 euro. Aan die hogere belastingvrijstelling hangt echter een prijs vast. Ook de coöperatieve aandeelhouders moeten vanaf het aanslagjaar 2019 bij de fiscus aankloppen om de te veel betaalde belasting op de dividenden terug te vorderen. De coöperanten hebben wellicht al gemerkt dat het dividend dat in 2018 op de rekening werd gestort, niet overeenkwam met het dividend dat afgesproken was op de algemene vergadering. Vroeger was bruto gelijk aan netto voor de dividenden van coöperatieve aandelen, tot een maximumbedrag. Nu moeten ook de coöperatieve vennootschappen roerende voorheffing inhouden en overmaken aan de fiscus. De coöperanten kunnen de belasting op de dividenden vervolgens recupereren, voor zover ze nog geen roerende voorheffing op andere aandelen hebben gerecupereerd. Het bedrag van 640 euro aan dividenden dat vrijgesteld is van roerende voorheffing, slaat namelijk op de optelsom van alle dividenden van coöperatieve en gewone aandelen. Heel wat mensen kochten in het verleden coöperatieve aandelen voor zichzelf en voor hun minderjarige kinderen. De kinderen verliezen in dat geval hun vrijstelling voor coöperatieve dividenden tot 190 euro die ze tot en met het aanslagjaar 2017 genoten. Kinderen kunnen de te veel betaalde roerende voorheffing niet recupereren. "De inkomsten van roerende goederen en kapitalen van niet-ontvoogde minderjarige kinderen worden samengevoegd met die van hun ouders indien de ouders er het wettelijk genot van hebben", legt de woordvoerder van Financiën uit. "Als beide ouders het wettelijk genot hebben van de inkomsten van hun kinderen, zijn de inkomsten van roerende goederen en kapitalen van hun kinderen bij elk van de ouders belastbaar voor de helft." Als de ouders zelf geen coöperatieve of andere aandelen in hun bezit hebben, dan kunnen zij de vrijstelling van maximum 640 euro gebruiken voor de coöperatieve dividenden van hun kinderen. Voorlopig zijn er nog geen duidelijke signalen dat beleggen in aandelen in de lift zit, dankzij de belastingvrijstelling voor dividenden tot 640 euro. De vraag is ook of deze maatregel veel impact zal hebben op de beslissingen van de Belgische spaarders en beleggers. Bel-20-aandelen leveren gemiddeld 3,5 procent dividendrendement op. Een aandelenportefeuille van afgerond 20.000 euro volstaat dus om meer dan 700 euro dividenden op te strijken, meer dus dan het bedrag dat vrijgesteld is. Voor de dividenden van sommige aandelen is de roerende voorheffing verdubbeld in minder dan tien jaar. In 2013 sneuvelden de VVPR-strip, een soort recht dat apart noteerde en dat beleggers konden kopen om de roerende voorheffing op dividenden te verlagen. Op de dividenden van aandelen met de bijbehorende VVPR-strips betaalden beleggers tot 2013 slechts 15 procent roerende voorheffing, in plaats van 25 procent. In 2016 vond een eerste verhoging van het tarief plaats, van 25 naar 27 procent. In 2017 volgde een tweede verhoging, van 27 naar 30 procent. In die historische context is zo'n vrijstelling voor de eerste 640 euro aan dividenden voor beleggers amper meer dan een doekje voor het bloeden. Het is dan ook de vraag of deze maatregel de populariteit van aandelen opnieuw zal aanzwengelen.