Na de Amerikaanse presidentsverkiezingen volgende week zullen we even wachten met een analyse van de impact op de financiële markten. Haast en spoed is zelden goed op dat gebied. Kijk maar naar vier jaar geleden. Toen was de initiële reactie ronduit negatief op de verrassende overwinning van Donald Trump tot 45ste president van de Verenigde Staten. Maar dat keerde snel en in het eerste jaar van de ambtstermijn van Trump kende Wall Street een fantastische periode.
...

Na de Amerikaanse presidentsverkiezingen volgende week zullen we even wachten met een analyse van de impact op de financiële markten. Haast en spoed is zelden goed op dat gebied. Kijk maar naar vier jaar geleden. Toen was de initiële reactie ronduit negatief op de verrassende overwinning van Donald Trump tot 45ste president van de Verenigde Staten. Maar dat keerde snel en in het eerste jaar van de ambtstermijn van Trump kende Wall Street een fantastische periode. Er is nog een andere reden. Veel meer dan de regeringsleiders besturen de centrale bankiers de financiële wereld. Hun strategie is van doorslaggevender belang dan wat de persoon in het Witte Huis doet of laat. Momenteel heerst er een ernstige gezondheids- en zware economische crisis. Die laatste voelen we niet allemaal, dankzij forse ingrepen van de politieke en monetaire overheden. De belangrijkste erfenis van de coronacrisis voor de financiële wereld zal nog hogere overheidsschulden zijn. Men zal nog meer moeten leunen op de centrale banken. Er is geen draagvlak meer voor een bezuinigingsbeleid. De bankencrisis bracht de nulrente en de monetaire versoepeling (QE, het opkopen van obligaties) met zich. De coronacrisis brengt ons wellicht de combinatie van de controle over de rentecurve en een hogere inflatie. Met andere woorden, een financiële repressie 2.0. Wie de voorbije tien jaar zijn spaargeld onaangeroerd heeft laten staan, verloor 13 procent koopkracht. In reële termen werd 100 euro dus 87 euro. De kans is groot dat de ontwaarding van cash geld door de hogere inflatie de komende jaren nog sneller zal gaan. Elk handboek zegt ons dat wanneer de financiële toestand van de uitgever van obligaties verslechtert, de rente zal stijgen omdat de obligatiehouders een hogere vergoeding willen in ruil voor het verhoogde risico. Die theorie zal de komende jaren niet opgaan voor overheidsobligaties. De toestand van de overheidsfinanciën is dit jaar drastisch verslechterd. Toch zien we dat niet in de rentestanden en we zullen het ook de komende jaren niet zien. Centrale bankiers zullen verhinderen - desnoods via een ongelimiteerde QE - dat de rente echt stijgt. Ze zullen indien nodig de rente vastleggen en de rentecurve controleren. Dat beleid zal aanvaard worden omdat landen zullen omvallen als ze een stevige rente op hun gigantische staatsschuld moeten betalen.Zodra de coronacrisis over haar piek is en de turbulenties rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn gaan liggen, verwachten we dat steeds meer spaarders beleggers zullen worden. Ze zullen nog meer wegtrekken van vastrentende beleggingen, zoals spaarboekjes en obligaties, en in aandelen beleggen. Voor de beurzen zien we de eerstvolgende jaren rooskleurig tegemoet. Dat moeten we in het achterhoofd houden als de aandelenmarkten de komende weken een moeilijke periode beleven. De dalingen bieden fraaie koopkansen richting 2021-2022. Binnenkort is het tijd om de kaspositie aan te spreken.