De groep Peugeot zou in de nieuwe entiteit de industriële activa (de merken Peugeot en Citroën) inbrengen, maar houdt zijn financiële tak en het belang in toeleverancier Faurecia buiten de fusie. General Motors brengt op zijn beurt de merken Opel en Vauxhall in, maar houdt zelf Chevrolet Europe. De Amerikaanse autobouwer zou het verschil tussen de waarde van Opel en Peugeot compenseren met een cashvergoeding aan de Peugeot-groep, wat de moeilijke financiële situatie van de Franse autobouwer zou verlichten.

De creatie van een gezamenlijke entiteit zou de toenadering tussen beide groepen definitief bezegelen. Dit kan leiden tot belangrijke kostenbesparingen, met name in de ontwikkeling van nieuwe platformen (de structuur van een wagen waarvan de ontwikkelingskost wordt geschat op 1 miljard euro) of nieuwe motoren (ontwikkelingskost van 200 tot 400 miljoen euro). Door samen te werken met Opel kan Peugeot op marketingvlak ook het begeerde "Made in Germany" uitspelen. Volgens de meest optimistische waarnemers kan General Motors de nieuwe entiteit ook helpen met de uitbouw van zijn internationale aanwezigheid.

De realisatie van deze kostenbesparingen zullen echter jaren werk vergen, en dus pas effect sorteren wanneer de crisis in de Europese autosector waarschijnlijk al voorbij is. Daarentegen lijden Peugeot en Opel vandaag aan dezelfde kwalen: een te sterke aanwezigheid in kleine Europese wagens en overcapaciteit. De enige zekerheid is dat Peugeot zich enkel zal kunnen herpakken wanneer de Europese automarkt stopt met krimpen. 2012 is het vijfde jaar van achteruitgang, met een daling van de verkopen in Europa met 20%. Opel/Vauxhall is op zijn beurt al tien jaar - dus al lang voor de crisis - verlieslatend.

De groep Peugeot zou in de nieuwe entiteit de industriële activa (de merken Peugeot en Citroën) inbrengen, maar houdt zijn financiële tak en het belang in toeleverancier Faurecia buiten de fusie. General Motors brengt op zijn beurt de merken Opel en Vauxhall in, maar houdt zelf Chevrolet Europe. De Amerikaanse autobouwer zou het verschil tussen de waarde van Opel en Peugeot compenseren met een cashvergoeding aan de Peugeot-groep, wat de moeilijke financiële situatie van de Franse autobouwer zou verlichten.De creatie van een gezamenlijke entiteit zou de toenadering tussen beide groepen definitief bezegelen. Dit kan leiden tot belangrijke kostenbesparingen, met name in de ontwikkeling van nieuwe platformen (de structuur van een wagen waarvan de ontwikkelingskost wordt geschat op 1 miljard euro) of nieuwe motoren (ontwikkelingskost van 200 tot 400 miljoen euro). Door samen te werken met Opel kan Peugeot op marketingvlak ook het begeerde "Made in Germany" uitspelen. Volgens de meest optimistische waarnemers kan General Motors de nieuwe entiteit ook helpen met de uitbouw van zijn internationale aanwezigheid.De realisatie van deze kostenbesparingen zullen echter jaren werk vergen, en dus pas effect sorteren wanneer de crisis in de Europese autosector waarschijnlijk al voorbij is. Daarentegen lijden Peugeot en Opel vandaag aan dezelfde kwalen: een te sterke aanwezigheid in kleine Europese wagens en overcapaciteit. De enige zekerheid is dat Peugeot zich enkel zal kunnen herpakken wanneer de Europese automarkt stopt met krimpen. 2012 is het vijfde jaar van achteruitgang, met een daling van de verkopen in Europa met 20%. Opel/Vauxhall is op zijn beurt al tien jaar - dus al lang voor de crisis - verlieslatend.