Met de cijfers van Alcoa is vorige week traditioneel en officieus het Amerikaanse resultatenseizoen op gang geschoten. Na de resultaten over het tweede kwartaal heerste de overtuiging dat de periode van 'winstrecessie' die al vijf kwartalen duurt, vanaf het derde kwartaal achter ons zou liggen. Maar op basis van de prognoses van de analisten zouden de winsten van de bedrijven uit de Standard&Poor's500-index nu toch een zesde kwartaal op rij gezakt zijn. Gemiddeld met 1,6 procent volgens de analistenconsensus.

Winstrecessie

Dat is vervelend, want sinds 1936 is het nog maar negen keer gebeurd dat een winstrecessie vijf kwartalen of meer heeft geduurd. Twee op de drie keren was dat verbonden met een economische recessie, waarvan nu voorlopig nog absoluut geen sprake is. Ook ongeveer twee op de drie keren viel zo'n langere winstrecessie samen met een berenmarkt of baissemarkt. Een dalende beurstrend met andere woorden. Vorige week hebben we aangegeven dat de huidige hausse- of stierenmarkt al 90 maanden loopt en er dus al 7,5 jaar geen correctie van meer dan 20 procent vanaf de top is geweest. Het is dus uitkijken geblazen!

Degelijke start

Maar er zijn ook hoopvolle signalen. De afgelopen vijf jaar werden analisten bijna telkens te pessimistisch in de aanloop naar het resultatenseizoen, waardoor de prestaties van de ondernemingen hun voorspellingen overtroffen. Sinds 2010 zijn er maar twee kwartalen geweest waarin de bedrijven het niet minstens 1,6 procent beter deden dan de analistenconsensus. De kans is dus reëel dat er na vijf kwartalen toch een einde komt aan de winstrecessie. We zagen al enkele positieve verrassingen, zoals de banksector (JPMorgan Chase, Citigroup, Bank of America). Een van de beste boodschappen kregen we echter van Netflix,dat dan ook werd beloond met een spectaculaire koersstijging van bijna 20 procent.

Betere periode

Na het beëindigen van een langere periode van lagere winsten beleeft Wall Street doorgaans een sterke(re) periode. In het daaropvolgende jaar is er de voorbije 80 jaar sprake geweest van gemiddelde stijging van 12 procent tegenover de gemiddelde jaarlijkse beursklim van 8 à 9 procent op de lange termijn. Niet dat veel analisten voor de komende jaren uitgaan van een dergelijke stijging. Ze zijn een stuk voorzichtiger. Precies omdat we al een uitzonderlijk lange en forse klim achter de rug hebben. Maar last van hoogtevrees hebben ze ook niet. Daarvoor blijft de rente te laag en lijkt de Amerikaanse centrale bank nog steeds te kiezen voor een slechts zeer geleidelijk optrekken van de basisrente. Een tweede opeenvolgend jaar met een renteverhoging in december past perfect in dat plaatje en is al door de markten ingecalculeerd. Nu is het eerst uitkijken hoe Wall Street zal reageren op de nieuwe Amerikaanse president.