Van Nieuwenhuijzen zou echter willen stellen dat de huidige risicobalans in de macro-omgeving de gekozen aanpak (meer dan)

rechtvaardigt.

Grote inflatie-of zeepbelrisico's maken geen deel uit van zijn basisscenario voor de vooruitzichten voor de toekomst. Uiteraard kan hij deze risico's ook niet uitsluiten.

Vooralsnog is hij echter van mening dat de macro-economische omgeving grotendeels kan verklaren waarom de rentes op staats- en bedrijfsobligaties zo laag zijn en daarom niet gezien moeten worden als een zeepbelfenomeen.

Wel heeft dit deel van de financiële markten de afgelopen jaren een opmerkelijk sterke toestroom van geld gezien. Met name in opkomende markten wijst deze toestroom naar vastrentende waarden wel op het risico van een ommekeer in de geldstromen.

Ook zullen de onderliggende risico's opnieuw worden ingeprijsd zodra de wereldeconomie een nieuwe fase van herstel

ingaat.

Dat laatste wordt vooral duidelijk als men beleggingscategorieën gaat vergelijken. De risicopremies voor vastrentende waarden mogen dan niet uitzonderlijk laag zijn, ze zijn wel bescheiden vergeleken met de beloning voor het nemen van risico in

aandelen.

De premie, die kan worden verdiend door aandelen aan te houden vergeleken met obligaties, gemeten als winstrendement minus reële rente, is nog altijd opmerkelijk hoog.

Van Nieuwenhuijzen zou echter willen stellen dat de huidige risicobalans in de macro-omgeving de gekozen aanpak (meer dan) rechtvaardigt. Grote inflatie-of zeepbelrisico's maken geen deel uit van zijn basisscenario voor de vooruitzichten voor de toekomst. Uiteraard kan hij deze risico's ook niet uitsluiten. Vooralsnog is hij echter van mening dat de macro-economische omgeving grotendeels kan verklaren waarom de rentes op staats- en bedrijfsobligaties zo laag zijn en daarom niet gezien moeten worden als een zeepbelfenomeen. Wel heeft dit deel van de financiële markten de afgelopen jaren een opmerkelijk sterke toestroom van geld gezien. Met name in opkomende markten wijst deze toestroom naar vastrentende waarden wel op het risico van een ommekeer in de geldstromen. Ook zullen de onderliggende risico's opnieuw worden ingeprijsd zodra de wereldeconomie een nieuwe fase van herstel ingaat. Dat laatste wordt vooral duidelijk als men beleggingscategorieën gaat vergelijken. De risicopremies voor vastrentende waarden mogen dan niet uitzonderlijk laag zijn, ze zijn wel bescheiden vergeleken met de beloning voor het nemen van risico in aandelen. De premie, die kan worden verdiend door aandelen aan te houden vergeleken met obligaties, gemeten als winstrendement minus reële rente, is nog altijd opmerkelijk hoog.