Het nadeel is evenwel dat het effectieve probleem wordt vooruitgeschoven. Men hoopt hierbij dat op middellange termijn de impact van de besparingen voldoende is om het competitiviteitsnadeel terug te compenseren.

Duchateau denk dat dit een (verregaand) onrealistisch uitgangspunt is, zodat meer probate acties zich opdringen indien we de implosie van de Eurozone willen voorkomen.

Nochtans heeft Duitsland er bijzonder veel belang bij om de muntunie in deze vorm te behouden. Concurrentie vanuit Spanje en Italië moet men immers steeds minder vrezen , terwijl de rentevoet in Duitsland bijzonder laag blijft en de relatief zwakke euro-wisselkoers eerder een zwakke export-positie weerspiegeld i.p.v. een zeer sterke positie, die in overeenstemming zou zijn met de prestaties van Duitsland op dat vlak.

Zwakke euro geeft Duitsland concurrentieel voordeel

Dankzij deze zwakke eurokoers over de laatste 4 jaar kon de reële effectieve wisselkoers van Duitsland sedert 2008 met 9% afnemen t.o.v. haar belangrijkste handelspartners buiten de eurozone, terwijl bijvoorbeeld over dezelfde periode de Zwitserse reële wisselkoers toenam met 16%.

Simulaties geven aan dat indien Duitsland een muntevolutie had gekend zoals Zwitserland, haar exportgroei gehalveerd zou zijn. Dat zou meteen ook het einde van het succesverhaal hebben betekend voor de Duitse export.

Ook China zag zijn reële wisselkoers in die periode met 10% toenemen, zodat mag worden gesteld dat indien een geïsoleerd Duitsland een flexibele nominale wisselkoers zou kennen, deze wisselkoers dermate zou zijn gestegen dat de Duitse exportgroei snel tot stilstand zou zijn gekomen.

De nominale appreciatie van de Duitse munt zou naar alle waarschijnlijkheid de structurele inspanningen hebben geneutraliseerd, zodat de competitiviteit van Duitsland zeker in mindere mate zou zijn gestegen.

Duitsland heeft er dus alle belang bij dat de huidige muntunie blijft bestaan. Voor zover de kosten voor het bijeenhouden van de Unie de baten niet beginnen te overstijgen, natuurlijk. Voor sommige waarnemers ( niet enkel Duitse ) is dat punt intussen in bereik.

Het nadeel is evenwel dat het effectieve probleem wordt vooruitgeschoven. Men hoopt hierbij dat op middellange termijn de impact van de besparingen voldoende is om het competitiviteitsnadeel terug te compenseren. Duchateau denk dat dit een (verregaand) onrealistisch uitgangspunt is, zodat meer probate acties zich opdringen indien we de implosie van de Eurozone willen voorkomen. Nochtans heeft Duitsland er bijzonder veel belang bij om de muntunie in deze vorm te behouden. Concurrentie vanuit Spanje en Italië moet men immers steeds minder vrezen , terwijl de rentevoet in Duitsland bijzonder laag blijft en de relatief zwakke euro-wisselkoers eerder een zwakke export-positie weerspiegeld i.p.v. een zeer sterke positie, die in overeenstemming zou zijn met de prestaties van Duitsland op dat vlak. Zwakke euro geeft Duitsland concurrentieel voordeel Dankzij deze zwakke eurokoers over de laatste 4 jaar kon de reële effectieve wisselkoers van Duitsland sedert 2008 met 9% afnemen t.o.v. haar belangrijkste handelspartners buiten de eurozone, terwijl bijvoorbeeld over dezelfde periode de Zwitserse reële wisselkoers toenam met 16%. Simulaties geven aan dat indien Duitsland een muntevolutie had gekend zoals Zwitserland, haar exportgroei gehalveerd zou zijn. Dat zou meteen ook het einde van het succesverhaal hebben betekend voor de Duitse export. Ook China zag zijn reële wisselkoers in die periode met 10% toenemen, zodat mag worden gesteld dat indien een geïsoleerd Duitsland een flexibele nominale wisselkoers zou kennen, deze wisselkoers dermate zou zijn gestegen dat de Duitse exportgroei snel tot stilstand zou zijn gekomen. De nominale appreciatie van de Duitse munt zou naar alle waarschijnlijkheid de structurele inspanningen hebben geneutraliseerd, zodat de competitiviteit van Duitsland zeker in mindere mate zou zijn gestegen. Duitsland heeft er dus alle belang bij dat de huidige muntunie blijft bestaan. Voor zover de kosten voor het bijeenhouden van de Unie de baten niet beginnen te overstijgen, natuurlijk. Voor sommige waarnemers ( niet enkel Duitse ) is dat punt intussen in bereik.