Het gebeurt wel vaker: iemand loopt een bankkantoor binnen voor een formaliteit en de kantoordirecteur nodigt hem uit voor een gesprek in zijn bureau. "Er staat zo veel geld op uw spaarboekje", steekt hij van wal. "Dat brengt toch niets op. Ik heb hier iets veel beter voor u: een beleggingsfonds, zo veilig als het maar kan zijn, en u betaalt er geen roerende voorheffing en geen beursbelasting op."

Dat product blijkt een gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht te zijn, dat op zijn beurt investeert in obligatiefondsen die intresten herinvesteren en niets uitkeren. Het dakfonds is opgericht in onverdeeldheid: de beleggers zijn mede-eigenaars van de deelbewijzen van de onderliggende obligatiefondsen.

Een gemeenschappelijk beleggingsfonds bezit geen eigen rechtspersoonlijkheid en is zogenaamd fiscaal transparant. Dat wil zeggen dat de coupons van de obligaties en de dividenden van de aandelen in de ogen van de fiscus rechtstreeks naar de houders van de deelbewijzen vloeien, en dus niet blijven plakken bij het gemeenschappelijk beleggingsfonds.

In theorie moet de particuliere belegger zelf belasting betalen op al die inkomsten op het moment dat ze door het gemeenschappelijk beleggingsfonds worden geïnd. In de praktijk betaalt een gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht die voorheffing in de plaats van de belegger. De vraag is echter of er wel inkomsten in het dakfonds binnenkomen, want de onderliggende obligatiefondsen keren niets uit. Het is niet helemaal duidelijk hoeveel belastingen die dakfondsen betalen.

Aangifte op de belastingbrief

"Er is geen aangifteplicht meer voor de natuurlijke personen die onderworpen zijn aan de personenbelasting"

Dat is helemaal anders bij gemeenschappelijke beleggingsfondsen naar buitenlands recht, zoals de fondsen van Carmignac Gestion, Flossbach von Storch, Rouvier Associés, Ethenea en AXA Rosenberg. Zij hebben via een ruling met de fiscus verkregen dat de beleggers één keer per jaar de optelsom van al die roerende inkomsten mogen invullen op hun belastingbrief. De buitenlandse vermogensbeheerders die in België populair zijn, hebben op hun website een calculator waarmee de klant kan berekenen hoeveel roerende inkomsten hij elk jaar moet invullen op zijn belastingbrief in het vak VII 'Inkomsten van kapitalen en roerende goederen' onder de code 1444/2444 (andere inkomsten zonder roerende voorheffing).

De vermogensbeheerders die gemeenschappelijke beleggingsfondsen naar Belgisch recht aanbieden, besparen de klant dat klusje door de roerende voorheffing meteen te voldoen op alle inkomsten. "Er is geen aangifteplicht meer voor de natuurlijke personen die onderworpen zijn aan de personenbelasting", bevestigt de woordvoerder van Belfius. De klant hoeft ook geen beursbelasting te betalen als hij zijn deelbewijzen verkoopt. Het grote voordeel van dat type fondsen is dat de belegger aan het einde van de rit geen hoge belastingfactuur krijgt voorgeschoteld en dat altijd een goed zicht heeft op de waarde van zijn beleggingen.

Wie investeert in een beleggingsfonds met een andere juridische vorm, riskeert veel meer belasting te betalen. De meeste beleggingsfondsen zijn Belgische beveks of Luxemburgse sicavs. Bevek staat voor 'beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal' en sicav voor 'société d'investissement à capital variable'. Die vennootschappen bezitten in tegenstelling tot de gemeenschappelijke beleggingsfondsen wel een rechtspersoonlijkheid.

De gewone beleggingsvennootschappen betalen roerende voorheffing op sommige roerende inkomsten, maar niet op allemaal. Op dividenden van Belgische aandelen bijvoorbeeld zijn ze 30 procent roerende voorheffing verschuldigd, op dividenden van Franse aandelen dan weer niet. Het gemeenschappelijk beleggingsfonds betaalt op Franse dividenden een bronheffing én de Belgische roerende voorheffing.

Bittere pil

Bij de verkoop van deelbewijzen van een beleggingsvennootschap die geen dividenden uitkeert, is 1,32 procent beursbelasting verschuldigd. Als de portefeuille voor meer dan 25 procent uit obligaties bestaat, wordt ook nog 30 procent belasting geheven op de meerwaarde van de deelbewijzen die afkomstig is van de intresten en op de meerwaarde van de obligaties. Die laatste belasting staat in de fondsenwereld bekend als de 'Reynders-taks'. Ze werd in 2006 ingevoerd, in de jaren daarop telkens verhoogd en in 2013 uitgebreid naar fondsen die voordien niet aan de belasting onderworpen waren. Voor beleggers die die belasting niet verwachten, kan dat een bittere pil zijn.

Verscheidene Belgische banken, waaronder Belfius en KBC, prijzen daarom gemeenschappelijke beleggingsfondsen naar Belgisch recht aan hun klanten aan. Voorbeelden van gemeenschappelijke beleggingsfondsen zijn Belfius Plan Medium en Belfius Plan Bonds, die 2,1 en 1,5 miljard euro beheren. Ze investeren vooral in fondsen van Candriam, de vermogensbeheerder die Belfius enkele jaren geleden heeft afgesplitst. KBC Managed Portfolio Core Sattelite Dynamic is een dakfonds dat in KBC-fondsen investeert en 2,6 miljard euro onder zijn hoede heeft.

Het aantal gemeenschappelijke beleggingsfondsen naar Belgisch recht steeg in 2014 spectaculair van 2 naar 34, en naar 49 in 2015. Het beheerde vermogen van dat type fondsen groeide met 35 procent, van 15 miljard euro in 2014 naar ruim 20 miljard euro in 2015. Cijfers voor 2016 zijn er nog niet.

Addertje onder het gras

Er schuilt wel nog een addertje onder het gras. In het jaarverslag van 2015 van de dienst voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, ofwel de rulingdienst, staat een passage waarin de vraag wordt gesteld of de vrijstelling van roerende voorheffing voor de inkomsten van een gemeenschappelijk beleggingsfonds nog wel logisch is. Er wordt verwezen naar de invoering van de Reynders-taks en de belasting die wordt geheven op de verkoop van deelbewijzen van zowat alle andere soorten fondsen. We vonden geen fiscalisten die bereid waren daarover uitleg te geven. Een liet zich wel ontvallen dat die materie "zeer gevoelig" ligt in het wereldje.

De kans is groot dat veel Vlamingen zonder het te weten deelbewijzen van een gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht hebben, want alle pensioenspaarfondsen nemen die juridische vorm aan. De spaarder merkt daar weinig van, omdat voor pensioensparen een apart fiscaal regime geldt. Wie een pensioenspaarfonds heeft, krijgt een jaarlijkse belastingvermindering ter waarde van 30 procent van zijn stortingen tot 940 euro, in ruil voor een eindbelasting van 8 procent op zijn 60ste.