Traditioneel leidt dit tot een expansie van de koers/winst-verhoudingen op aandelenbeurzen. Dit houdt onder meer in dat zelfs bij een stagnatie van de bedrijfswinsten, de beurzen toch resoluut voor een opwaarts pad durven te kiezen.

Los van het zeer specifieke Europese probleem, nam Duchateau ook aan dat de onderliggende economische structuur van de VSA en China voldoende flexibel zijn om de negatieve impact van een tijdelijke globale economische vertraging geleidelijk te keren.

Het vertrouwen van de financiële markten kwam volgens Duchateau echter slechts met enige vertraging op gang en zette zich pas door in beurswinsten nadat de economische conjunctuur onmiskenbaar in de richting van een (bescheiden) herstel begon te wijzen.

Een dergelijk wantrouwen is weliswaar begrijpelijk na het recente debacle op de financiële markten maar vormt geen goede basis voor een evenwichtige prognose.

Duchateau vertrekt hierbij liever van een objectieve analyse van de rentetarieven, enkele betrouwbare vooruitlopende economische indicatoren, de verwachte risicopremies en de ontwikkeling van het financiële systeemrisico.