Er bestaan vandaag twee totaal verschillende beurswerelden. Op Wall Street lopen de nieuwe noteringen elkaar voor de voeten. Bij beheerders heerst het FOMO-fenomeen ( fear of missing out). Uit angst een spectaculaire nieuwkomer mis te lopen doen ze mee aan zowat alle beursintroducties. De analisten kunnen niet meer volgen om alle nieuwkomers in hun sector te bestuderen en de rapporten met hun waardering en hun beoordeling tijdig aan de beheerders te bezorgen. Het contrast met Europa, en zeker met ons land, kan niet groter zijn. We mochten al blij zijn toen er met Hyloris, Nyxoah en UnifiedPost in korte tijd drie bescheiden introducties op Euronext Brussel bij kwamen.
...

Er bestaan vandaag twee totaal verschillende beurswerelden. Op Wall Street lopen de nieuwe noteringen elkaar voor de voeten. Bij beheerders heerst het FOMO-fenomeen ( fear of missing out). Uit angst een spectaculaire nieuwkomer mis te lopen doen ze mee aan zowat alle beursintroducties. De analisten kunnen niet meer volgen om alle nieuwkomers in hun sector te bestuderen en de rapporten met hun waardering en hun beoordeling tijdig aan de beheerders te bezorgen. Het contrast met Europa, en zeker met ons land, kan niet groter zijn. We mochten al blij zijn toen er met Hyloris, Nyxoah en UnifiedPost in korte tijd drie bescheiden introducties op Euronext Brussel bij kwamen. Die werden de voorbije weken helemaal overschaduwd. De familie Sioen bond ruim een maand geleden de kat de bel aan door aan te kondigen dat de familiale holding Sihold overwoog Sioen van de beurs te halen tegen 23 euro per aandeel. Kort daarna volgde de aankondiging van een bod van de referentieaandeelhouder 3 d investors op Zenitel. En nu wil het Franse moederbedrijf Orange (voorheen France Télécom) zijn Belgische dochter Orange Belgium (voorheen Mobistar) tegen 22 euro per aandeel van de beurs halen. Dat is een premie van bijna 36 procent boven op de koers, maar wel een overnameprijs die gelijk is aan de koers van vijf jaar geleden en die nauwelijks de helft bedraagt van de koers van tien jaar geleden. Het is zelfs minder dan de introductieprijs van 23,46 euro van oktober 1998. De covid-19-pandemie heeft voor het ideale scenario gezorgd om van de beurs weg te trekken. Orange wil Orange Belgium al zeker een decennium van de beurs halen. Maar dit jaar heeft de coronacrisis een uitzonderlijke impact op de economie en de beurskoersen. De crisis is maar tijdelijk. Voordat de toestand weer is genormaliseerd, willen de referentieaandeelhouders hun slag slaan. Telkens is het de bedoeling minstens 95 procent van de aandelen in handen te krijgen, om dan een uitrookbod te doen en de bedrijven van de beurs te halen. De argumenten om beursgenoteerd te blijven, zijn de voorbije jaren afgenomen. Een van de belangrijkste redenen voor een beursgang is de behoefte aan financiering. Via kapitaalverhogingen wordt een beroep gedaan op de aandeelhouders om de groei te bekostigen. Maar sinds de bankencrisis is de rente structureel gedaald door de forse geldinjecties van de centrale banken, zodat goedkope financiering via de obligatiemarkten en de banken best mogelijk is. Kapitaalverhogingen op de beurs zijn dan ook bijna het exclusieve terrein van vastgoedmaatschappijen en biotechbedrijven. Het zijn de enige sectoren waar er nog geregeld beursintroducties zijn. Aan een beursnotering hangen ook kosten en verplichtingen vast. De meest vervelende voor veel bedrijfsleiders is de transparantie en de verplichting om minstens twee, en liefst vier keer per jaar inzicht te geven in de gang van zaken van de onderneming. In moeilijke tijden is dat niet vanzelfsprekend. Bovendien wordt van hen verwacht dat ze een voorbeeldfunctie opnemen en een voortrekkersrol spelen. Zo werd het eerst aan beursgenoteerde bedrijven gevraagd hun raad van bestuur te vervrouwelijken. Een manager van een beursgenoteerde onderneming loopt ook veel meer in de schijnwerpers, en als het niet goed gaat, is hij al snel de pispaal. Denk aan de heisa rond de vermeende handel met voorkennis van Dominique Leroy, de ex-CEO van Proximus. Het doet veel topmanagers en referentieaandeelhouders nadenken over het nut van een beursnotering. Wegen de lusten nog wel op tegen de lasten van de aanwezigheid op de beurs? Op zich is het geen ramp dat enkele bedrijven van de beurs willen gaan. Opportunisme, gestimuleerd door de coronacrisis, is geen misdaad. Al hoeven aandeelhouders niet automatisch op het bod in te gaan. Als Sioen en Orange Belgium van de beurs zouden gaan, verschraalt het aanbod op Euronext Brussel nog meer. Vooral omdat er zo weinig vers bloed is, laat staan betekenisvol vers bloed, met alle respect voor Hyloris, Nyxoah en UnifiedPost. Het enthousiasme op de Amerikaanse beurs heeft vooral te maken met de voortdurende instroom van nieuwe technologiebedrijven. Dat gebeurt bij ons niet. Waar is de notering van ShowPad op Euronext Brussel? Waar blijven Collibra en team.blue? Geen van die drie beloftevolle bedrijven noteert al op de beurs. Als dat Amerikaanse ondernemingen waren geweest, hadden ze wel al een notering gehad. In Europa heeft private equity (het beleggen in niet-beursgenoteerde bedrijven) voor een stuk de beurs vervangen als drijvende kracht achter de groei van bedrijven. Nochtans zouden enkele succesvolle beursgenoteerde jonge techbedrijven voor meer schwung kunnen zorgen. Successen trekken zowel andere kandidaat-beursgenoteerden als kandidaat-beleggers aan. Niet alleen het aantal nieuwkomers op de beurs viel het afgelopen decennium tegen, ook het aantal nieuwe beleggers. Belgen, en Europeanen in het algemeen, zijn slechte verliezers op de beurs. Ze blijven veel te lang treuren om een tegenvallende investering. Het trauma van Fortis en Dexia is te lang blijven nazinderen. Kandidaat-aandelenbeleggers worden nog altijd met horrorverhalen van ruim tien jaar geleden afgeschrikt. Amerikanen hebben een heel andere ingesteldheid. Ze zetten er zich veel sneller overheen, proberen er lessen uit te trekken en gaan door naar hun volgende aandeleninvestering. Geld dat de voorbije tien jaar op een spaarboekje stond, leverde een reëel koopkrachtverlies van 13 procent op. Toch houden Belgen hun geld massaal op spaarrekeningen geparkeerd. Daarnaast is vastgoed heel populair. Aandelen vallen veel minder in de smaak. Daardoor blijven de waarderingen ver achter op Wall Street en is er minder appetijt om aan een beursnotering te beginnen. Bij private equity liggen de waarderingen soms hoger. Daar is ook de fiscale politiek van de Belgische regeringen niet vreemd aan. Sinds de bankencrisis is het bijna bon ton om het beleggen in aandelen af te doen als speculeren. En het gaat veel verder dan verbale uitingen. Deze regering was amper gevormd, of ze kwam al met een nieuwe effectentaks. Het is de derde poging in enkele jaren om bezitters van aandelen fiscaal aan te pakken. De heffing wordt voorgesteld als een 'solidariteitsbijdrage' voor de zorgsector. Wie kan daar iets op tegen hebben? Effectenrekeningen van meer dan 1 miljoen euro zullen jaarlijks worden belast tegen een tarief van 0,15 procent. Aandelen op naam zijn uitgesloten, maar andere roerende beleggingsvormen, zoals opties, worden wel mee in rekening gebracht. Ook effectenrekeningen op naam van vennootschappen en andere rechtsvormen worden geviseerd. Wie miljoenen euro's heeft in vastgoed, kunst of oldtimers, moet van de regering die extra inspanning niet opbrengen. Integendeel: de regering zal voor buitenlands vastgoed een kadastraal inkomen bepalen om een Europese veroordeling voor discriminatie in de behandeling van inkomsten uit binnenlands en buitenlands vastgoed te ontlopen (lees ook blz. 26). In de praktijk zal dat vaak uitdraaien op een lagere taxatie. Dat dreigt te leiden tot nog meer aankopen van buitenlands vastgoed, ten nadele van aankopen van aandelen. Ook elders schiet de overheid, en meer in het bijzonder het onderwijs, tekort. De financiële geletterdheid van de Belg ligt ver onder het Europese gemiddelde. Dat leidt tot heel wat vooroordelen en misverstanden over beleggen. Onbekend maakt onbemind. Velen durven dan ook de stap naar de beurs niet te zetten. We kunnen ons voorstellen dat velen de schouders ophalen en een schrale Brusselse beursvloer als het minste van hun zorgen beschouwen. Dat lijkt ook de redenering van de Belgische overheid te zijn. Nochtans is een goed werkende beurs een surplus voor de Belgische economie. Facebook en Netflix zouden geen megabedrijven zijn zonder beursnotering. Kijk ook naar het Belgische biotechsucces argen-x. De beurswaarde van dat bedrijf bedraagt vandaag 11 miljard euro. Zonder beursnotering is het ondenkbaar dat argen-x een van de grootste Europese biotechbedrijven zou zijn geworden. De beurswaarde is wel pas de hoogte ingegaan toen argen-x ook een notering op de Amerikaanse beurs had, en niet alleen op Euronext. Vooral Amerikaanse investeerders verdienen geld aan dat fraaie biotechbedrijf. Maar het toont aan dat de beurs de motor van succes kan zijn. In zo'n vijf jaar kan de beurswaarde van 110 miljoen naar 11 miljard euro evolueren. Dat is maal honderd. Veel beurswaarnemers pleiten dan ook voor een nieuwe wet-Cooreman-De Clercq. Die aandelenwet was het geesteskind van de senatoren Etienne Cooreman (CVP) en wijlen Willy De Clercq (PVV). Bedrijven konden kapitaalverhogingen doorvoeren door aandelen uit te geven met een fiscaal voordeel. Burgers die intekenden op die kapitaalverhogingen, konden die fiscaal aftrekken van hun inkomen in de belastingaangifte. Het spaargeld werd toen gemobiliseerd richting de beurs. De overheidsfinanciën stonden er beroerd voor. Na twee olieschokken stond het water de beursgenoteerde bedrijven aan de lippen. Ze hadden behoefte aan vers kapitaal, maar de intrestvoeten waren torenhoog. Nu zijn de rentevoeten extreem laag door het optreden van de centrale banken. En ondanks de coronacrisis staan de meeste beursgenoteerde ondernemingen financieel stevig in hun schoenen. Er hoeft niet noodzakelijk een nieuwe wet-Cooreman-De Clercq te komen, gezien de toestand van de overheidsfinanciën. We pleiten wel voor een eerlijkere vermogensfiscaliteit en er mogen inspanningen komen om de financiële geletterdheid van de bevolking op te krikken. Bij de jongeren is er al een mentaliteitswijziging. Zij beseffen dat de overheid niet de middelen heeft om hen een degelijk pensioen te garanderen. Ze zullen zelf moeten zorgen voor een extraatje. Het houdt bedrijven niet meteen tegen om van de beurs te gaan, maar het kan over enkele jaren wel voor een heel andere dynamiek zorgen.