We kunnen er niet naast kijken dat de (lange) rente het voorbije half jaar is gestegen. Zo klom de 10-jarige Amerikaanse rente van een dieptepunt van 1,35 procent vorige zomer naar een (voorlopige) piek van 2,60 procent in december. Haast een verdubbeling. Vandaag zitten we rond 2,40 procent voor Treasuries.

Le Pen-premie

Eenzelfde verhaal zien we in Europa, maar toch met de nodige nuances. Begin juli, na het brexit-referendum, dook de Duitse 10-jarige rente tot -0,2 procent om enkele weken later tot +0,50 procent te zijn hersteld. Nu varieert de Bund rond 0,30 à 0,35 procent. Opvallend is dat de spreads tussen Duitsland en de andere landen van de eurozone weer zijn beginnen oplopen. Zo 'vertienvoudigde' de Belgische 10-jarige rente van 0,1 naar 1 procent. Idem dito voor de Franse 10-jarige rente: van 0,1 naar 1,1 procent. Het vooruitzicht op een mogelijke 'frexit', een uitstap van Frankrijk uit de Europese Unie en uit de eurozone, als FN-voorzitter Marine Le Pen het tot Franse president schopt, houdt de Europese financiële markten toch wel bezig.

Tweede strafste in 800 jaar

De globale ommekeer in de rentestanden heeft uiteraard te maken met het verdrijven van het deflatiespook (daling van het gemiddelde prijzenpeil) en verbeterde groeiperspectieven. Mede dankzij de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaanse president, van wie een sterke focus op economische groei wordt verwacht en veel minder op budgettaire discipline.

Voorlopig houden de centrale banken het bij een inflatie-opstoot door de gestegen olieprijzen. Zeker MarioDraghi, de voorzitter van de Europese Centrale Bank, heeft daarop recentelijk de klemtoon gelegd. In elk geval dreigt een einde te zijn gekomen aan een van de strafste stierenmarkten in obligaties in acht eeuwen financiële geschiedenis. In drie en een half decennium (sinds 1981) zakte de gemiddelde rente op een kwaliteitsobligatie in de westerse wereld met afgerond 1200 basispunten (12 %). Enkel in de vijftiende eeuw (1441-1482) hebben we met 1525 basispunten rentedaling nog één straffere klim van de obligatiekoersen gekend.

Nog geen bedreiging

Tot nader order is dat nog niet echt bedreigend voor de aandelenmarkten. Hoofdzakelijk omdat we van zulke lage niveaus zijn vertrokken. De beursgeschiedenis leert dat, zolang de 10-jarige rente onder 3 procent blijft, er zelden of nooit een probleem is. Boven 3 procent beginnen de beurzen zich wel zorgen te maken en een stijging boven 4 procent leidt doorgaans tot minstens een serieuze correctie of zelfs een crash. Maar op die niveaus zijn we natuurlijk nog (lang) niet.

De rentestijging wegens de verbeterde groeiperspectieven en de verhoogde inflatieverwachtingen zorgt nu al wel een tijdje voor een verschuiving in de geprefereerde aandelen. De verschuiving van monetaire naar de budgettaire expansie verlegt de marktfocus. De switch wordt gemaakt van de vele jaren uitermate populaire stabiele dividendaandelen naar de jarenlang achtergebleven cyclische waarden.