Dit jaar wordt duidelijk dat overheden forse leningen moeten aangaan en dat de monetaire verruiming van de centrale banken op den duur tot inflatie zou kunnen leiden.

Naar de mening van Theodoor Gilissen Bankiers is die inflatiedreiging beperkt doordat de monetaire middelen (nog) nauwelijks in de economie zijn geïnvesteerd.

Bovendien kan extra vraag makkelijk opgevangen worden omdat wereldwijd de bezettingsgraden laag zijn en de werkloosheid hoog.
De opwaartse rentedruk van de kapitaalbehoefte is krachtiger dan het effect van het opkopen van staatsleningen door de Fed (quantitative easing=QE), die juist bedoeld is om de rente laag te houden.

Sinds de eerste aankondiging van de Fed is de 10-jaarsrente meer dan 1%-punt opgelopen. Tegenover een impuls van de Fed van $ 300 mrd staat dit jaar een verwachte uitgifte van $ 3.250 mrd aan Amerikaanse staatsleningen. De yieldcurve in de VS, gemeten door het verschil tussen kort- en langlopende leningen, is steiler geworden.

Het grootste verlies wordt geleden op de langlopende obligaties, zo stelt Theodoor Gilissen Bankiers vast. De 30-jaars obligaties in de VS zijn dit jaar meer dan 25% gedaald.

De ECB is (nog) niet overgegaan tot het opkopen van leningen. Hierdoor zou de opwaartse rentebeweging eigenlijk nog sterker moeten zijn dan in de VS. Daar staat een lagere groei van de schulden tegenover.

De stijging van de rente in Europa is beperkter gebleven, zeker in landen als Italië, zodat dit jaar per saldo nog een klein positief rendement wordt behaald. Ook hier zijn de 30-jaarsleningen het hardste getroffen.

Theodoor Gilissen Bankiers verwacht dat de Europese rente nog iets verder op kan oplopen op grond van de kapitaalsbehoefte en de verminderde aantrekkelijkheid als vluchthaven en handhaaft daarom ook een voorkeur voor de kortere looptijden.

Hoewel de renteopslag voor bedrijfsobligaties inmiddels sterk gedaald is, verwachten de economen van de Nederlandse bank dat bedrijfsobligaties het beter zullen doen dan staatsleningen.

Dit jaar wordt duidelijk dat overheden forse leningen moeten aangaan en dat de monetaire verruiming van de centrale banken op den duur tot inflatie zou kunnen leiden. Naar de mening van Theodoor Gilissen Bankiers is die inflatiedreiging beperkt doordat de monetaire middelen (nog) nauwelijks in de economie zijn geïnvesteerd. Bovendien kan extra vraag makkelijk opgevangen worden omdat wereldwijd de bezettingsgraden laag zijn en de werkloosheid hoog. De opwaartse rentedruk van de kapitaalbehoefte is krachtiger dan het effect van het opkopen van staatsleningen door de Fed (quantitative easing=QE), die juist bedoeld is om de rente laag te houden. Sinds de eerste aankondiging van de Fed is de 10-jaarsrente meer dan 1%-punt opgelopen. Tegenover een impuls van de Fed van $ 300 mrd staat dit jaar een verwachte uitgifte van $ 3.250 mrd aan Amerikaanse staatsleningen. De yieldcurve in de VS, gemeten door het verschil tussen kort- en langlopende leningen, is steiler geworden. Het grootste verlies wordt geleden op de langlopende obligaties, zo stelt Theodoor Gilissen Bankiers vast. De 30-jaars obligaties in de VS zijn dit jaar meer dan 25% gedaald.De ECB is (nog) niet overgegaan tot het opkopen van leningen. Hierdoor zou de opwaartse rentebeweging eigenlijk nog sterker moeten zijn dan in de VS. Daar staat een lagere groei van de schulden tegenover. De stijging van de rente in Europa is beperkter gebleven, zeker in landen als Italië, zodat dit jaar per saldo nog een klein positief rendement wordt behaald. Ook hier zijn de 30-jaarsleningen het hardste getroffen.Theodoor Gilissen Bankiers verwacht dat de Europese rente nog iets verder op kan oplopen op grond van de kapitaalsbehoefte en de verminderde aantrekkelijkheid als vluchthaven en handhaaft daarom ook een voorkeur voor de kortere looptijden. Hoewel de renteopslag voor bedrijfsobligaties inmiddels sterk gedaald is, verwachten de economen van de Nederlandse bank dat bedrijfsobligaties het beter zullen doen dan staatsleningen.