Een groep Amerikaanse academici heeft kritiek geuit op Morningstar. Zij vinden dat de financiëledienstengigant, die fondsen beoordeelt en een rating geeft, de risico's van veel fondsen onderschat en beleggers zo lokt naar financiële producten die voor hen ongeschikt zijn. In een recente paper voor de Amerikaanse denktank NBER stellen de professoren Huaizhi Chen, Umit Gurun en Lauren Cohen vast dat Morningstar zijn beoordelingen van Amerikaanse obligatiefondsen heeft gebaseerd op de eigen rapportage van de vermogensbeheerders.

De onderzoekers vergeleken de informatie die de fondsenhuizen verstrekken met de gegevens die deze wettelijk moeten indienen bij de Amerikaanse beurswaakhond SEC, en stelden vast dat veel fondsen aan Morningstar hadden gemeld dat ze meer obligaties met de hoogste kredietwaardigheid (AAA en AA) in hun portefeuille hadden dan feitelijk het geval was. Door die onjuiste rapportering stoppen beleggers geld in fondsen die verkeerd geclassificeerd zijn, stellen de onderzoekers. Volgens hun schatting deed ongeveer 30 procent van de obligatiefondsen zich veiliger voor dan ze zijn.

Sterrenratings

Morningstar reageerde dat de onderzoekers de "gepatenteerde methodologie van het bedrijf verkeerd hebben begrepen" en sommige gegevens verkeerd hebben gebruikt om "algemene conclusies" te trekken. Het in Chicago gevestigde bedrijf levert data voor veel financieel adviseurs en particuliere beleggers in de Verenigde Staten. Het beoordeelt honderden vastrentende fondsen op basis van een eigen sterrenratingsysteem, dat stoelt op een combinatie van prestaties uit het verleden, kosten en andere criteria. Andere academische studies hebben verbanden aangetoond tussen die ratings en het gedrag van beleggers: na een upgrade van een fonds werd een grote instroom vastgesteld en na een downgrade een grote uitstroom.

"Mensen zien de sterrenratings als een soort goedkeuring", zegt Samuel Lee, een financieel adviseur en voormalig strateeg voor Morningstar. Hij voegt eraan toe dat het bedrijf "zich openstelt voor manipulatie" door te vertrouwen op gegevens die de fondsenhuizen zelf verstrekken. Die fondsenhuizen betalen Morningstar voor zijn diensten. "Vermogensbeheerders spelen daar een spel mee", zei hij. "Het is rationeel gedrag van hun kant."

'Hardnekkig en wijdverbreid'

In hun paper stellen de academici dat Morningstar toegang heeft tot de gegevens van de SEC over de participaties van de fondsen, maar dat Morningstar toch verkiest zich te richten op informatie van de fondsenhuizen, waardoor de onjuiste rapportering van risico's "hardnekkig en wijdverbreid is en strategisch lijkt". De verkeerde beoordelingen zijn "overwegend eenzijdig", betogen de academici. "1 procent van alle onjuiste opgaven duwt fondsen in een risicovollere categorie. 99 procent van de onjuiste opgaven duwt producten naar een veiligere categorie."

De academici voegden eraan toe dat verkeerde classificaties ertoe leidden dat het rendement van die fondsen beter afstak tegen andere fondsen. Als die verkeerd geclassificeerde fondsen werden vergeleken met fondsen met een vergelijkbaar risicoprofiel, zou de outperformance ophouden te bestaan.

"We moeten ervoor zorgen dat Morningstar zijn werk doet en dat het doet wat het zegt dat het doet, omdat zijn opdracht alleen maar belangrijker wordt", zei professor Lauren Cohen aan Financial Times. Cohen is verbonden aan de Harvard Business School, Umit Gurun is hoogleraar aan de University of Texas in Dallas en Huaizhi Chen is assistent-professor aan de universiteit van Notre Dame.

Morningstar bevestigde dat het achter de nauwkeurigheid van zijn gegevens en analyses blijft staan: "Wij reiken de hand naar de auteurs om hen te helpen begrijpen welke gegevens en methodes we hebben gebruikt."

Hoe zit het in Europa?

Het onderzoek heeft betrekking op Amerikaanse obligatiefondsen, maar de onderzoekers gaan ervan uit dat een gelijkaardig onderzoek in Europa dezelfde resultaten kan opleveren. "Onze bevindingen suggereren dat beleggers en regelgevers actiever moeten zijn bij het toezicht op, en de controle van tussenpersonen als Morningstar", liet onderzoekster Lauren Cohen weten aan de Nederlandse zakenkrant Het Financieele Dagblad. "Wij geloven dat dit fenomeen, en de manier waarop Morningstar zich gedraagt, niet specifiek landgebonden is."

De ratings van Morningstar zijn zeker niet zaligmakend en beleggers vertrouwen er dus beter niet blindelings op. De fondsenvergelijker zegt in een reactie dat hij in de academische studie geen bewijzen ziet dat ten onrechte sterren zijn uitgedeeld aan fondsen of dat obligaties systematisch in een verkeerde categorie terechtkwamen. Morningstar geeft toe dat er verschillen zijn tussen de gerapporteerde en de zelf berekende data over de fondsen, maar ziet daar andere, technische redenen voor.

Stel dat in Europa bepaalde fondsen verkeerd zouden zijn beoordeeld door Morningstar, dan zouden gedupeerden in principe een rechtszaak kunnen aanspannen en een schadeclaim kunnen indienen. Beleggers zullen dan moeten bewijzen dat ze onjuiste informatie kregen en dat ze daarvan schade ondervonden. Ten slotte rijst nog de vraag wie aansprakelijk kan gesteld worden. Het lijkt een kolfje naar de hand van advocaten die zich specialiseren in collectieve schadeclaims.