Wisselkoersbeleid wordt zo een instrument om financiële omstandigheden en economische groei te sturen. Dit verschijnsel kan verschillende gevolgen hebben.

Om te beginnen kan het koppelen van de ene munt aan de andere, zoals bijvoorbeeld wordt gedaan door de centrale banken van Hongkong (koppeling aan de US $) en Denemarken (koppeling aan de euro), ertoe leiden dat er een negatieve reële rente ontstaat.

In landen waar de nationale munt nog geheel zelfstandig is, zoals Australië, Zweden, Noorwegen, Japan en Nieuw-Zeeland, kan het sterker worden van de munt volgens Ben Emons leiden tot een ongewenst lage inflatie.

Als deze landen in reactie hierop hun rente verlagen, kan dat tot gevolg hebben dat ook daar het reëel rendement op staatsobligaties negatief wordt. In reactie hierop kan dan kapitaal uit deze landen wegvloeien, zodat de munt weer zwakker wordt.

Overgewaardeerde munt proberen te verzwakken

Op dit moment bestaat er nog een behoorlijke kloof tussen enerzijds het positieve rendement op staatspapier van landen met een sterke munt en anderzijds het rendement van landen die hun munt aan een andere munt hebben gekoppeld, of die met actief beleid hun wisselkoers laag houden.

Het is echter goed mogelijk dat deze kloof kleiner wordt, als landen met een positief rendement gaan proberen hun overgewaardeerde munt te verzwakken.

In principe zien centrale banken een zwakke munt altijd al als een nuttig instrument om hun doelstellingen te bereiken, vooral als ze met andere instrumenten weinig kunnen uitrichten.

Centrale banken die actief verzwakking van hun nationale munt nastreven, hanteren wisselkoersbeleid feitelijk als een alternatief instrument voor reflatie.

Wanneer centrale banken hun nationale munt binnen een bepaalde bandbreedte aan een andere munt koppelen, dan kan dit de concurrentiekracht van deze landen nadelig beïnvloeden. In dat geval belemmert dit de groei en zullen centrale banken nog nadrukkelijker op zoek moeten naar creatieve en agressieve manieren om de geldvoorraad te verruimen.

Indien dit proces versnelt, worden wisselkoersverhoudingen nog belangrijker voor de timing van beleid en voor het streven de groei door reflatie aan te wakkeren.

Wisselkoersbeleid wordt zo een instrument om financiële omstandigheden en economische groei te sturen. Dit verschijnsel kan verschillende gevolgen hebben. Om te beginnen kan het koppelen van de ene munt aan de andere, zoals bijvoorbeeld wordt gedaan door de centrale banken van Hongkong (koppeling aan de US $) en Denemarken (koppeling aan de euro), ertoe leiden dat er een negatieve reële rente ontstaat. In landen waar de nationale munt nog geheel zelfstandig is, zoals Australië, Zweden, Noorwegen, Japan en Nieuw-Zeeland, kan het sterker worden van de munt volgens Ben Emons leiden tot een ongewenst lage inflatie. Als deze landen in reactie hierop hun rente verlagen, kan dat tot gevolg hebben dat ook daar het reëel rendement op staatsobligaties negatief wordt. In reactie hierop kan dan kapitaal uit deze landen wegvloeien, zodat de munt weer zwakker wordt. Overgewaardeerde munt proberen te verzwakken Op dit moment bestaat er nog een behoorlijke kloof tussen enerzijds het positieve rendement op staatspapier van landen met een sterke munt en anderzijds het rendement van landen die hun munt aan een andere munt hebben gekoppeld, of die met actief beleid hun wisselkoers laag houden. Het is echter goed mogelijk dat deze kloof kleiner wordt, als landen met een positief rendement gaan proberen hun overgewaardeerde munt te verzwakken. In principe zien centrale banken een zwakke munt altijd al als een nuttig instrument om hun doelstellingen te bereiken, vooral als ze met andere instrumenten weinig kunnen uitrichten. Centrale banken die actief verzwakking van hun nationale munt nastreven, hanteren wisselkoersbeleid feitelijk als een alternatief instrument voor reflatie. Wanneer centrale banken hun nationale munt binnen een bepaalde bandbreedte aan een andere munt koppelen, dan kan dit de concurrentiekracht van deze landen nadelig beïnvloeden. In dat geval belemmert dit de groei en zullen centrale banken nog nadrukkelijker op zoek moeten naar creatieve en agressieve manieren om de geldvoorraad te verruimen. Indien dit proces versnelt, worden wisselkoersverhoudingen nog belangrijker voor de timing van beleid en voor het streven de groei door reflatie aan te wakkeren.