Ook fondsenanalisten zoals Morningstar gebruiken het onderscheid om aandelenfondsen onder te verdelen. Waar komt het op neer?

Bij 'value-investing' gaat de beheerder op zoek naar aandelen die op basis van één of andere dundamentele maatstaf 'goedkoop' gewaardeerd zijn.

Meestal gaat het om lage koers/winst verhoudingen, maar koers/boekwaarde wordt ook vaak gebruikt.

Bij growth is een dergelijke waarderingsoefening van totaal ondergeschikt belang. Een growth-investor gaat op zoek naar bedrijven die de komende jaren sterk kunnen groeien (omzet en winst), door de economische cycli heen.

Idee is dat de waarderingen wel zullen mee-evolueren met de stijging van de onderliggende winsten, en dat echte groeiers niet afhankelijk zijn van het wel en wee van de economische cyclus.

Bij de meeste beheerders is het volgens Aphilion trouwens meer dan alleen maar een keuze voor een bepaalde 'stijl'. Het is meestal een echt geloof in de superioriteit van de gekozen aanpak.

De consensus is wel dat value op LT beter presteert (cfr. Benjamin Graham en Warren Buffet) maar heel lange periodes van ondermaatse prestaties kan ondergaan en dat maakt het onderscheid value/growth net zo belangrijk voor een fondsenbelegger.

Omdat beide stijlen lange periodes van dominantie kennen, is het volgens Aphilion best mogelijk dat een fondsbeheerder met een mooie recente trackrecord dat enkel te danken heeft aan de stijl waarvoor hij gekozen heeft.

En eens die stijl het laat afweten glijdt zijn/haar track-record gewoon terug af naar de middelmatigheid.

Onder welke stijl valt Aphilion te catalogeren? Wie de fondsbeheerders kent weet dat het beheer steunt op een basismodel die de relatie onderzoekt tussen koers en onderliggende winst van een aandeel: K en W, net de twee variabelen waar value-investors het meest naar kijken. Het fonds kan dus in dat vakje geplaatst worden.

Ook fondsenanalisten zoals Morningstar gebruiken het onderscheid om aandelenfondsen onder te verdelen. Waar komt het op neer? Bij 'value-investing' gaat de beheerder op zoek naar aandelen die op basis van één of andere dundamentele maatstaf 'goedkoop' gewaardeerd zijn. Meestal gaat het om lage koers/winst verhoudingen, maar koers/boekwaarde wordt ook vaak gebruikt. Bij growth is een dergelijke waarderingsoefening van totaal ondergeschikt belang. Een growth-investor gaat op zoek naar bedrijven die de komende jaren sterk kunnen groeien (omzet en winst), door de economische cycli heen. Idee is dat de waarderingen wel zullen mee-evolueren met de stijging van de onderliggende winsten, en dat echte groeiers niet afhankelijk zijn van het wel en wee van de economische cyclus. Bij de meeste beheerders is het volgens Aphilion trouwens meer dan alleen maar een keuze voor een bepaalde 'stijl'. Het is meestal een echt geloof in de superioriteit van de gekozen aanpak. De consensus is wel dat value op LT beter presteert (cfr. Benjamin Graham en Warren Buffet) maar heel lange periodes van ondermaatse prestaties kan ondergaan en dat maakt het onderscheid value/growth net zo belangrijk voor een fondsenbelegger. Omdat beide stijlen lange periodes van dominantie kennen, is het volgens Aphilion best mogelijk dat een fondsbeheerder met een mooie recente trackrecord dat enkel te danken heeft aan de stijl waarvoor hij gekozen heeft. En eens die stijl het laat afweten glijdt zijn/haar track-record gewoon terug af naar de middelmatigheid. Onder welke stijl valt Aphilion te catalogeren? Wie de fondsbeheerders kent weet dat het beheer steunt op een basismodel die de relatie onderzoekt tussen koers en onderliggende winst van een aandeel: K en W, net de twee variabelen waar value-investors het meest naar kijken. Het fonds kan dus in dat vakje geplaatst worden.