Over obligaties zullen we kort zijn. Met een obligatie van het Zwitserse voedingsconcern Nestlé met een looptijd van tien jaar kunnen beleggers geen geld meer verdienen, terwijl het aandeel noteert tegen een dividendrendement van 2,2 procent bruto. Het dividendrendement is de verhouding tussen het dividend en de prijs van een aandeel. Wie zijn geld tien jaar of langer kan missen, mag naar zulke aandelen kijken. Let wel op: Belgische beleggers betalen 35 procent bronheffing in Zwitserland en 30 procent roerende voorheffing in België op dat dividend. Daardoor blijft er iets minder dan 1 procent nettodividendrendement over. Het dividend is wel standvastig, want het is stabiel of stijgend sinds 1959.
...

Over obligaties zullen we kort zijn. Met een obligatie van het Zwitserse voedingsconcern Nestlé met een looptijd van tien jaar kunnen beleggers geen geld meer verdienen, terwijl het aandeel noteert tegen een dividendrendement van 2,2 procent bruto. Het dividendrendement is de verhouding tussen het dividend en de prijs van een aandeel. Wie zijn geld tien jaar of langer kan missen, mag naar zulke aandelen kijken. Let wel op: Belgische beleggers betalen 35 procent bronheffing in Zwitserland en 30 procent roerende voorheffing in België op dat dividend. Daardoor blijft er iets minder dan 1 procent nettodividendrendement over. Het dividend is wel standvastig, want het is stabiel of stijgend sinds 1959.Er zijn wel risico's verbonden aan aandelen. Het aandeel van Nestlé kan minder waard worden en de Zwitserse frank kan minder waard worden tegenover de euro.Het wisselkoersrisico en het risico op een dubbele belasting van het dividend speelt niet voor Belgische dividendaandelen. "De duurzaamheid van het dividend is belangrijker dan het dividendrendement", vindt Guy Sips, executive director research bij KBC Securities. "Een hoog dividendrendement wijst er soms op dat het dividend in gevaar is", waarschuwt Sips. Dat is het geval bij bpost, waar beleggers ervan uitgaan dat het dividend van 1,31 euro bruto niet houdbaar is nu het briefverkeer in vrije val is.Sips: "Ik heb liever dat een bedrijf met een laag dividend begint en de winstuitkering gestaag laat groeien in hetzelfde tempo als de winst. Liever een laag dividend zoals bij de netbeheerder Elia en de infrastructuurbeheerder TINC én een hoge dividendzekerheid." Een bedrijf kan weleens een jaar meer uitkeren dan er winst is, zoals de verhuurder van kantoren Befimmo dat in 2019 wil doen. Het is niet houdbaar dat verschillende jaren na mekaar te doen.Gereglementeerde vastgoedvennootschappen zoals Befimmo zijn verplicht 80 procent van hun winst uit te keren aan de aandeelhouders. De vastgoedbedrijven WDP, Intervest Offices & Warehouses, Retail Estates en andere zijn dividendaandelen pur sang. "Ook familiebedrijven van de tweede of de derde generatie ontpoppen zich vaak tot dividendaandelen", weet Sips. "Wanneer de familieleden niet meer operationeel betrokken zijn, wordt het dividend belangrijker. Ik zie dat gebeuren bij bedrijven zoals de koekjesbakker Lotus Bakeries, de petspecialist Resilux en de koffiebrander Miko."De dividendhistoriek biedt enige houvast, maar nog belangrijker vindt Sips dat er een uitgesproken dividendbeleid is. Van de chemiegroep Solvay wordt vaak grappend gezegd dat de adellijke aandeelhoudersfamilies hun kastelen verwarmen met de dividenden van Solvay. Het beleid van de groep is erop gericht "waar mogelijk, een dividendverhoging voor te stellen (...) en het dividend voor zover mogelijk nooit te verlagen".Sips heeft een boontje voor kleine, Belgische familiebedrijven. "Kleine en middelgrote ondernemingen presteren over de economische cycli heen beter dan grote bedrijven. Er zitten minder wereldspelers tussen en zij zijn dus minder gevoelig aan schokken van de wereldeconomie, zoals de internationale handelsoorlog", zegt Sips. Beleggers kunnen de komende maanden rustig de tijd nemen om hun huiswerk te maken en een portefeuille met aandelen samen te stellen, want vooral in de eerste jaarhelft kloppen de Belgische kleine bedrijven de grote bedrijven. Ze komen vooral met de publicatie van hun jaarcijfers vanaf februari en maart weer op de radar van beleggers.De grootste troef van coöperatieve aandelen, zoals die van de banken Argen-co, Cera en Crelan, is dat beleggers ze doorgaans weer kunnen verkopen tegen de aankoopprijs, tenzij de coöperatieve vennootschap failliet gaat. Dat is tegelijk ook het grootste minpunt: er is in principe geen uitzicht op een meerwaarde. Een ander minpunt is dat beleggers coöperatieve aandelen niet zomaar kunnen verkopen wanneer ze dat willen. Ze moeten het melden in de eerste helft van het boekjaar en vervolgens de algemene vergadering van het daaropvolgende jaar afwachten. Als er te veel vennoten tegelijk willen uitstappen, kan het zelfs nog langer duren.Het fiscale voordeel van coöperatieve aandelen versus gewone aandelen is weg. Voor het inkomstenjaar 2019 is er een vrijstelling van roerende voorheffing voor 800 euro aan dividenden. De betaalde roerende voorheffing is te recupereren via de belastingaangifte, zowel voor coöperatieve als voor andere aandelen. Vroeger was er voor de coöperatieve aandelen een vrijstelling aan de bron voor de eerste 190 euro aan dividenden. Vandaag wordt de roerende voorheffing eerst ingehouden en kan ze daarna teruggevraagd worden.Enkel voor erkende ontwikkelingsfondsen zoals Incofin is er een extra belastingvermindering van 5 procent op het bedrag dat beleggers investeren.Voor beleggers die geen individuele aandelen willen kopen, bieden beursgenoteerde indexfondsen (ETF of trackers) of beleggingsfondsen die focussen op dividendaandelen soelaas.De Dividend Aristocrats-trackers uit het gamma van Standard & Poors (S&P) selecteren enkel bedrijven die al 25 jaar lang hun dividendbetalingen optrekken. Wie graag in individuele buitenlandse dividendaandelen investeert, kan ook altijd een kijkje nemen in de portefeuilles van deze trackers.Beleggingsfondsen met Global Dividend in de naam gaan meestal op zoek naar aandelen met dividendrendement. Kempen Global High Dividend Fund is zo'n voorbeeld. De beheerders willen enkel investeren in bedrijven met een dividendrendement van meer dan 3 procent. Ze voeren ook checks uit om bijvoorbeeld te vermijden dat ze een te hoge prijs betalen voor een aandeel of dat het dividend niet houdbaar is.