De Europese beurzen doken andermaal diep in het rood. De toonaangevende Eurostoxx50 ging 3,5 procent lager. In Brussel sloot de Bel-20 met een verlies van net geen 3 procent. Eerder op de dag was de Japanse Nikkei-index al bijna 4 procent lager gestrand. De beurs van Tokio is daarmee officieel in een berenmarkt beland, een daling van 20 procent tegenover de vorige piek. Later op de dag volgde de MSCI World, een wereldwijde aandelenindex, het voorbeeld uit Japan. Op de Europese aandelenmarkten blijft de malaise voorlopig 'beperkt' tot een correctie, een daling van 10 procent of meer. De brede Stoxx600-index bijvoorbeeld noteert 13 procent onder zijn piek van eind december.

De grote boeman op de markten blijft de olieprijs. Een vat ruwe Brent-olie uit de Noordzee ging nog eens 4,7 procent goedkoper over de toonbank tegen 27,4 dollar. De voorspelling van het Internationaal Energie Agentschap, dat een overvloed aan olie de wereld dreigt te overspoelen, zinderde duidelijk na.

De lage olieprijs zadelt veel landen in het Midden-Oosten met een financiële kater op. Om de dalende inkomsten te compenseren, zien sommige olie-exporterende landen zich verplicht een deel van de aandelenportefeuille in hun staatsfondsen, een soort collectief spaarpotje gespekt met oliedollars, van de hand te doen. Dat zorgt voor nog extra verkoopdruk op de beurzen.

Oliereuzen

Ook in de bedrijfswereld laat de oliecrash zich steeds meer voelen. Opvallend, ook 'big oil' blijkt niet langer immuun. Lange tijd konden de oliereuzen de dalende inkomsten uit de ontginning van olie compenseren door de stijgende vraag naar geraffineerde producten. Maar uit de cijfers van Royal Dutch Shell, dat als eerste major met een voorlopig kwartaalrapport kwam, blijkt die vlieger niet meer op te gaan. Shell maakte in het vierde kwartaal 42 procent minder winst dan een jaar eerder en bleef daarmee fors onder de verwachtingen.

Shell kwam met die voorlopige winstcijfers, omdat eind deze maand een aandeelhoudersvergadering gepland staat waar de overname van BG definitief goedgekeurd moet worden. De aankondiging van die deal dateert al van bijna een jaar geleden, toen de olieprijs nog bijna het dubbele van vandaag bedroeg. De vraag rijst dan ook of Shell niet te diep in de buidel tast voor zijn Britse sectorgenoot. De top van Shell blijft de overname verdedigen en herhaalt dat er waarde voor de aandeelhouders gecreëerd wordt. Daarom blijft het bedrijf ook in de kosten snoeien en de investeringen terugschroeven. Het dividend blijft ondanks de moeilijke markt wel behouden. Na de koersdaling van 7 procent vandaag bedraagt het brutodividendrendement van Shell zo'n 10 procent. Maar zelfs dat kon beleggers niet inspireren om het aandeel op te pikken.

Financiële industrie

Naast de olie- en grondstoffensector had ook de bank- en verzekeringssector het opnieuw bijzonder lastig. De sectorindex Stoxx600 Banks verloor 4 procent. Beleggers zijn duidelijk op hun hoede na het bericht eerder deze week dat de Europese Centrale Bank (ECB) meer toelichting wil bij de probleemkredieten in de Italiaanse banksector. Frankfurt probeerde de gemoederen al te sussen door te beklemtonen dat het om een standaardcontrole gaat, maar het kwaad is geschied. Beleggers lijken zich plots te realiseren dat vooral in Italië de probleemkredieten nog niet van de baan zijn. Dat terwijl premier Matteo Renzi draalt met de oprichting van een zogenaamde bad bank om de slechte leningen in onder te brengen. Vooral het aandeel van Banca Monte dei Paschi (-18,5%) stond opnieuw zwaar onder druk. De toezichthouder schortte de handel vandaag net als maandag op. Sectorgenoot Intesa Sanpaolo liet weten niet geïnteresseerd te zijn in een overname van de oudste bank ter wereld.

Veilige havens

Het tumult op de aandelenmarkten doet beleggers traditioneel voor veiligheid kiezen. Door de vlucht naar Amerikaans staatspapier daalde de tienjaarsrente in de VS voor het eerst sinds oktober onder 2 procent. De Duitse rente zakte opnieuw onder 0,5 procent. Ook ons land beschouwt de markt als 'veilig', met een lichte daling van de rente tot gevolg. Zuid-Europees papier biedt even geen toevluchtsoord meer, onder meer door de ongerustheid over de banken in Italië. Daardoor zien we dat de renteverschillen tussen noord en zuid in Europa opnieuw oplopen, het patroon dat we nog kennen uit de hoogdagen van de eurocrisis. Beleggers vonden ten slotte ook onderdak in goud (+1,5%), waardoor de prijs opnieuw boven 1100 dollar per ounce kroop.