De S&P500-index is de belangrijkste trendsetter voor aandelen. De Europese beursindexen volgen altijd dezelfde richting, zij het met een verschillend percentage (grafiek 1). Op basis van betrouwbare technische indicatoren en een mogelijk keerpunt op de S&P500, kwamen we in november 2011 vijf interessante countertrendaandelen op het spoor. Vier van de vijf bleven netjes boven de ingestelde stoplosskoers (zie tabel).

Als beursindexen na een sterke correctie standhouden op een belangrijke steun, zijn countertrendaandelen erg interessant. In een eerste fase stijgen ze sterker dan de beursindex. Maar daar staat tegenover dat als de beursindexen toch door hun belangrijke steun vallen, countertrendaandelen meer zakken dan de index. Precies om die reden kopen we countertrendaandelen voor een beperkt kapitaal en staat de stoploss op scherp.

We denken altijd meer na over de stoplosskoers dan over de aankoopprijs. Via de stoplosskoers bepalen we op voorhand ons mogelijk verlies. We laten de stoploss ook niet automatisch uitvoeren, maar we controleren dagelijks na de bel of de slotkoers onder de limiet zit. Als dat het geval is, verkopen we het aandeel de volgende beursdag.

De S&P500 stijgt in een wigformatie en noteert op -2,48% (4 februari 2012) van zijn hoogste top sinds april 2011. Rond de zone 1350-1370 zit veel weerstand, namelijk: de wigformatie (grafiek 2), de weerstandslijnen (grafiek 2) en het Fibonacci-koersdoel (grafiek 3).

Op grafiek 3 zijn twee Fibonacci-swingbewegingen - ABC en abcd - te zien. Met de eerste swingbeweging zien we de stijging van A naar B, en daarna de gebruikelijke 61.8% Fibonacci-correctie tot C. Met de tweede swingbeweging zien we de stijging van a naar b, daarna de 61.8%-correctie tot c en vervolgens het nieuwe koersdoel d op basis van Fibonacci-getal 161.8%

Gaat de S&P500 door de weerstandszone, dan zullen de beren het kamp massaal verlaten. Maar door de forse stijging - op relatief korte termijn - en het bereiken van een belangrijke weerstandszone verwachten we veel winstnemingen. Zijn er voldoende kopers om die op te vangen?

Zakt de index door winstnemingen tot maximaal het niveau van 1290 punten, dan is dat positief en spreken we nog altijd van een sterk opwaartse trend. Daalt de index verder, dan ligt de volgende steun op 1250 punten.

We controleren de volgende dagen de steunniveaus van de aandelen en we stellen nieuwe aankopen uit. Bevat onze portefeuille aandelen die de voorbije twee maanden weinig hebben gepresteerd, dan vervangen we die door sterkere waarden, zodra de S&P door de grens van 1370 punten breekt. Maar zover zijn we dus nog niet.

Paul Gins, CompuGraphics nv

De S&P500-index is de belangrijkste trendsetter voor aandelen. De Europese beursindexen volgen altijd dezelfde richting, zij het met een verschillend percentage (grafiek 1). Op basis van betrouwbare technische indicatoren en een mogelijk keerpunt op de S&P500, kwamen we in november 2011 vijf interessante countertrendaandelen op het spoor. Vier van de vijf bleven netjes boven de ingestelde stoplosskoers (zie tabel).Als beursindexen na een sterke correctie standhouden op een belangrijke steun, zijn countertrendaandelen erg interessant. In een eerste fase stijgen ze sterker dan de beursindex. Maar daar staat tegenover dat als de beursindexen toch door hun belangrijke steun vallen, countertrendaandelen meer zakken dan de index. Precies om die reden kopen we countertrendaandelen voor een beperkt kapitaal en staat de stoploss op scherp. We denken altijd meer na over de stoplosskoers dan over de aankoopprijs. Via de stoplosskoers bepalen we op voorhand ons mogelijk verlies. We laten de stoploss ook niet automatisch uitvoeren, maar we controleren dagelijks na de bel of de slotkoers onder de limiet zit. Als dat het geval is, verkopen we het aandeel de volgende beursdag.De S&P500 stijgt in een wigformatie en noteert op -2,48% (4 februari 2012) van zijn hoogste top sinds april 2011. Rond de zone 1350-1370 zit veel weerstand, namelijk: de wigformatie (grafiek 2), de weerstandslijnen (grafiek 2) en het Fibonacci-koersdoel (grafiek 3).Op grafiek 3 zijn twee Fibonacci-swingbewegingen - ABC en abcd - te zien. Met de eerste swingbeweging zien we de stijging van A naar B, en daarna de gebruikelijke 61.8% Fibonacci-correctie tot C. Met de tweede swingbeweging zien we de stijging van a naar b, daarna de 61.8%-correctie tot c en vervolgens het nieuwe koersdoel d op basis van Fibonacci-getal 161.8%Gaat de S&P500 door de weerstandszone, dan zullen de beren het kamp massaal verlaten. Maar door de forse stijging - op relatief korte termijn - en het bereiken van een belangrijke weerstandszone verwachten we veel winstnemingen. Zijn er voldoende kopers om die op te vangen? Zakt de index door winstnemingen tot maximaal het niveau van 1290 punten, dan is dat positief en spreken we nog altijd van een sterk opwaartse trend. Daalt de index verder, dan ligt de volgende steun op 1250 punten. We controleren de volgende dagen de steunniveaus van de aandelen en we stellen nieuwe aankopen uit. Bevat onze portefeuille aandelen die de voorbije twee maanden weinig hebben gepresteerd, dan vervangen we die door sterkere waarden, zodra de S&P door de grens van 1370 punten breekt. Maar zover zijn we dus nog niet.Paul Gins, CompuGraphics nv