Jan Holvoet (Aphilion): "De cijfers gelden zowel in de VS als daarbuiten. Maar deze definitie van risico voldoet voor de meesten niet. Zij houden liever rekening met het "worst case scenario".

Op korte termijn zijn aandelen ontegensprekelijk risicovoller maar hun slechtste prestatie in elke vijfjaarsperiode sinds 1802 is maar nauwelijks slechter dan de slechtste obligatieperiode.

Holvoet: "En de slechtste tienjaarsperiode voor aandelen is al beter dan de slechtste tienjaarsperiode voor obligaties Nog beter: voor elke twintigjaarsperiode hebben aandelen nooit een negatief reëel rendement opgetekend, terwijl obligaties op hun slechtst zoâ€n 3% per jaar verloren. De bron van deze opmerkelijke stabiliteit is reversion to the mean: goede en slechte beursjaren wisselen elkaar af en houden elkaar op lange- termijn in evenwicht. Bijna iedereen is vertrouwd met dit fenomeen maar verrassend genoeg is er in de klassieke portefeuilletheorie geen plaats voor. Het verklaart niet alleen waarom korte termijn volatiliteit gepaard kan gaan met lange-termijn stabiliteit, maar ook waarom zoveel mensen het in aandelen moeilijk „uithouden†niettegenstaande de gunstige LT rendementen. In 2 op de 5 jaren moeten ze immers obligaties laten voorgaan."

Jan Holvoet (Aphilion): "De cijfers gelden zowel in de VS als daarbuiten. Maar deze definitie van risico voldoet voor de meesten niet. Zij houden liever rekening met het "worst case scenario". Op korte termijn zijn aandelen ontegensprekelijk risicovoller maar hun slechtste prestatie in elke vijfjaarsperiode sinds 1802 is maar nauwelijks slechter dan de slechtste obligatieperiode. Holvoet: "En de slechtste tienjaarsperiode voor aandelen is al beter dan de slechtste tienjaarsperiode voor obligaties Nog beter: voor elke twintigjaarsperiode hebben aandelen nooit een negatief reëel rendement opgetekend, terwijl obligaties op hun slechtst zoâ€n 3% per jaar verloren. De bron van deze opmerkelijke stabiliteit is reversion to the mean: goede en slechte beursjaren wisselen elkaar af en houden elkaar op lange- termijn in evenwicht. Bijna iedereen is vertrouwd met dit fenomeen maar verrassend genoeg is er in de klassieke portefeuilletheorie geen plaats voor. Het verklaart niet alleen waarom korte termijn volatiliteit gepaard kan gaan met lange-termijn stabiliteit, maar ook waarom zoveel mensen het in aandelen moeilijk „uithouden†niettegenstaande de gunstige LT rendementen. In 2 op de 5 jaren moeten ze immers obligaties laten voorgaan."