Die wordt onder de IFRS-regels negatief beïnvloedt door de boekhoudkundige minwaarden op de financiële indekkingsinstrumenten.

Deze minwaarden zijn in feite niet relevant, want die evolueren naar nul naarmate die indekkingsinstrumenten hun eindvervaldag naderen.

De intrinsieke waarde volgens de EPRA-berekening maakt abstractie van die minwaarden, waardoor de intrinsieke waarde hoger uitkomt met als gevolg dat de premie terugvalt tot 27,5%. Dat is nog steeds hoog, maar waarom is de markt bereid deze hoge premie te betalen?

Een analyse van het rendement op eigen vermogen van alle vastgoedbevaks geeft de oplossing. Met een cijfer van 10,2% scoort WDP het hoogst (tweede is Montea met 9%), het gemiddelde van de Belgische vastgoedbevaks is 7,3%.

Dat hoge rendement op eigen vermogen is een gevolg van het uitspelen van de schuldhefboom (verschil in rendement tussen de vastgoedactiva en de financiële kost van de schulden) en van de goede financiële en operationele prestatie in het algemeen.

Aan de beoordeling van de vastgoedbevaks kan De Mesure nog een andere dimensie toevoegen en dat is een waardering op basis van de koers/winst.

Als winst bij de vastgoedbevaks gebruikt De Mesure het courante of uitkeerbare resultaat. En wat blijkt? Met een cijfer van 12,7 is WDP de 4e goedkoopste in het rijtje, het gemiddelde bedraagt 15,5.

Wat beleggers natuurlijk het meest zal interesseren, is het dividendrendement. Dat van WDP bedraagt netto 4,7%, een cijfer dat licht boven het gemiddelde van de vastgoedbevaks van 4,6% ligt.

Zet De Mesure alle argumenten op een rijtje, dan moeten we misschien concluderen dat WDP een van de goedkopere Belgische vastgoedbevaks is. En dan heeft hij nog niets gezegd over de track record van de voorbije jaren en de hoge ambities voor de nabije toekomst.

Zo heeft WDP de ambitie om het uitkeerbare resultaat per aandeel met 20% te laten groeien in de periode 2013-16, de vastgoedportefeuille zou dan met de helft moeten aangroeien.

Die wordt onder de IFRS-regels negatief beïnvloedt door de boekhoudkundige minwaarden op de financiële indekkingsinstrumenten. Deze minwaarden zijn in feite niet relevant, want die evolueren naar nul naarmate die indekkingsinstrumenten hun eindvervaldag naderen. De intrinsieke waarde volgens de EPRA-berekening maakt abstractie van die minwaarden, waardoor de intrinsieke waarde hoger uitkomt met als gevolg dat de premie terugvalt tot 27,5%. Dat is nog steeds hoog, maar waarom is de markt bereid deze hoge premie te betalen? Een analyse van het rendement op eigen vermogen van alle vastgoedbevaks geeft de oplossing. Met een cijfer van 10,2% scoort WDP het hoogst (tweede is Montea met 9%), het gemiddelde van de Belgische vastgoedbevaks is 7,3%. Dat hoge rendement op eigen vermogen is een gevolg van het uitspelen van de schuldhefboom (verschil in rendement tussen de vastgoedactiva en de financiële kost van de schulden) en van de goede financiële en operationele prestatie in het algemeen. Aan de beoordeling van de vastgoedbevaks kan De Mesure nog een andere dimensie toevoegen en dat is een waardering op basis van de koers/winst. Als winst bij de vastgoedbevaks gebruikt De Mesure het courante of uitkeerbare resultaat. En wat blijkt? Met een cijfer van 12,7 is WDP de 4e goedkoopste in het rijtje, het gemiddelde bedraagt 15,5. Wat beleggers natuurlijk het meest zal interesseren, is het dividendrendement. Dat van WDP bedraagt netto 4,7%, een cijfer dat licht boven het gemiddelde van de vastgoedbevaks van 4,6% ligt. Zet De Mesure alle argumenten op een rijtje, dan moeten we misschien concluderen dat WDP een van de goedkopere Belgische vastgoedbevaks is. En dan heeft hij nog niets gezegd over de track record van de voorbije jaren en de hoge ambities voor de nabije toekomst. Zo heeft WDP de ambitie om het uitkeerbare resultaat per aandeel met 20% te laten groeien in de periode 2013-16, de vastgoedportefeuille zou dan met de helft moeten aangroeien.