Twee begrotingen en drie begrotingsconrtoles later stelde Economic.Poll@ING in mei de vraag aan de online klanten of zij minder geld uitgeven door de federale bezuinigingsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld de verhoging van de roerende voorheffing en het degressief maken van de werkloosheidsuitkeringen.

Een ruime meerderheid van 67% van de respondenten gaf aan minder geld uit te geven. Bij Franstalige respondenten liep dit op tot 73%, bij Nederlandstaligen gaf 58% minder geld uit. 26% van de respondenten verklaarde echter niet minder uit te geven, terwijl 7% het niet wist.

Het is interessant om dit resultaat te vergelijken met de pollvraag van ING van een half jaar geleden, toen we bij de klanten peilden of de besparingsmaatregelen hun koopkracht zouden aantasten.

Toen dacht liefst 81% van de respondenten van wel, wat de onzekerheid rond het economisch beleid aangaf.

Natuurlijk verschilt de koopkracht van de uitgaven: de koopkracht is het reële beschikbaar inkomen van de huishoudens, en omvat behalve de consumptie ook het spaargeld.

Hoe zijn de twee variabelen de laatste jaren geëvolueerd? En wat kunnen we verwachten voor de nabije toekomst?

Twee begrotingen en drie begrotingsconrtoles later stelde Economic.Poll@ING in mei de vraag aan de online klanten of zij minder geld uitgeven door de federale bezuinigingsmaatregelen, zoals bijvoorbeeld de verhoging van de roerende voorheffing en het degressief maken van de werkloosheidsuitkeringen. Een ruime meerderheid van 67% van de respondenten gaf aan minder geld uit te geven. Bij Franstalige respondenten liep dit op tot 73%, bij Nederlandstaligen gaf 58% minder geld uit. 26% van de respondenten verklaarde echter niet minder uit te geven, terwijl 7% het niet wist. Het is interessant om dit resultaat te vergelijken met de pollvraag van ING van een half jaar geleden, toen we bij de klanten peilden of de besparingsmaatregelen hun koopkracht zouden aantasten. Toen dacht liefst 81% van de respondenten van wel, wat de onzekerheid rond het economisch beleid aangaf. Natuurlijk verschilt de koopkracht van de uitgaven: de koopkracht is het reële beschikbaar inkomen van de huishoudens, en omvat behalve de consumptie ook het spaargeld. Hoe zijn de twee variabelen de laatste jaren geëvolueerd? En wat kunnen we verwachten voor de nabije toekomst?