Dit is geen verrassing, gezien de stijgende markten en een (relatief) rustig hoofdstuk in de schuldenkroniek van de eurozone. Beleggers stortten in maart meer dan EUR 16 miljard aan nieuwe middelen in langetermijnfondsen, waarmee de instroom in het kwartaal tot boven EUR 50 miljard uitsteeg.

De geldmarktfondsen wisten in maart meer dan EUR 10 miljard aan te trekken, waarmee hun eerste kwartaal op een positieve EUR 5,5 miljard uitkwam. Europese fondsen moeten echter meer sterke kwartalen hebben om de uitstroom van 2011 goed te maken.

Op niveau van de vermogenscategorieën is het beeld gemengd. Na twee maanden van bescheiden instroom zagen de aandelenfondsen in maart EUR 1,3 miljard aan netto uitstroom.

Tegelijkertijd brachten Europese beleggers bijna EUR 14 miljard aan nieuwe middelen naar het obligatiesegment, waarmee het kwartaaltotaal voor obligatiefondsen op EUR 37 miljard uitkwam. Mixfondsen deden het ook prima, met een plus van EUR 3 miljard in maart en bijna EUR 7 miljard in het eerste kwartaal.

Obligaties zijn koning

In de Verenigde Staten zijn beleggers al maandenlang aandelen aan het inruilen voor obligaties.

Aan onze kant van de Atlantische Oceaan zorgde de eurozonecrisis ervoor dat obligaties in 2011 niet vlot van de hand gingen. Tussen augustus en december 2011 onttrokken Europese beleggers voor meer dan EUR 50 miljard aan obligatiefondsen terugkopen, omdat het risico van staatsfaillissementen groot leek en risicoaversie de overhand kreeg.

De recente instroom in obligatiefondsen mag echter niet worden beschouwd als een blijk van vertrouwen in de eurozone. Europese beleggers storten zich niet massaal op staatsobligatiefonden. Morningstar-categorieën gericht op bedrijfsobligaties, hoogrentende bedrijfsobligaties en opkomende markten domineerden de instroom in het eerste kwartaal.

De Morningstar-categorie 'Obligaties USD High Yield' realiseerde in het eerste kwartaal een autonome groei van 18,3 procent, waarmee dit één van de snelst groeiende categorieën was.

Europese beleggers maken duidelijk een onderscheid tussen overheden in nood en winstgevende ondernemingen, tussen het onder een hoge schuldenlast zuchtende Westen en de opkomende markten met voldoende geld in kas.

Belangstelling van beleggers in het hoogrentende segment en obligaties uit opkomende markten kan beschouwd worden als een wereldwijd fenomeen en als een trend die in Europa opnieuw aan kracht wint. In 2009-10 staken Europese beleggers ongeveer EUR 150 miljard in obligatiefondsen.

Met name bedrijfsobligaties (vooral hoogrentende) en schuldeffecten uit opkomende landen waren in trek. De zoektocht naar rendement speelt duidelijk een rol. Het is ook waarschijnlijk dat schichtige beleggers alternatieven zoeken voor aandelen.

Converteerbare obligaties lijken ook te profiteren van deze 'niet-echt-hetzelfde-als-aandelen'-perceptie. Europese beleggers staken in het eerste kwartaal meer dan EUR 1 miljard in fondsen voor converteerbare obligaties. Ondertussen dalen de obligatierendementen en wordt er steeds vaker gesproken over een 'obligatiezeepbel'.

Dit is geen verrassing, gezien de stijgende markten en een (relatief) rustig hoofdstuk in de schuldenkroniek van de eurozone. Beleggers stortten in maart meer dan EUR 16 miljard aan nieuwe middelen in langetermijnfondsen, waarmee de instroom in het kwartaal tot boven EUR 50 miljard uitsteeg. De geldmarktfondsen wisten in maart meer dan EUR 10 miljard aan te trekken, waarmee hun eerste kwartaal op een positieve EUR 5,5 miljard uitkwam. Europese fondsen moeten echter meer sterke kwartalen hebben om de uitstroom van 2011 goed te maken. Op niveau van de vermogenscategorieën is het beeld gemengd. Na twee maanden van bescheiden instroom zagen de aandelenfondsen in maart EUR 1,3 miljard aan netto uitstroom. Tegelijkertijd brachten Europese beleggers bijna EUR 14 miljard aan nieuwe middelen naar het obligatiesegment, waarmee het kwartaaltotaal voor obligatiefondsen op EUR 37 miljard uitkwam. Mixfondsen deden het ook prima, met een plus van EUR 3 miljard in maart en bijna EUR 7 miljard in het eerste kwartaal.Obligaties zijn koning In de Verenigde Staten zijn beleggers al maandenlang aandelen aan het inruilen voor obligaties. Aan onze kant van de Atlantische Oceaan zorgde de eurozonecrisis ervoor dat obligaties in 2011 niet vlot van de hand gingen. Tussen augustus en december 2011 onttrokken Europese beleggers voor meer dan EUR 50 miljard aan obligatiefondsen terugkopen, omdat het risico van staatsfaillissementen groot leek en risicoaversie de overhand kreeg. De recente instroom in obligatiefondsen mag echter niet worden beschouwd als een blijk van vertrouwen in de eurozone. Europese beleggers storten zich niet massaal op staatsobligatiefonden. Morningstar-categorieën gericht op bedrijfsobligaties, hoogrentende bedrijfsobligaties en opkomende markten domineerden de instroom in het eerste kwartaal. De Morningstar-categorie 'Obligaties USD High Yield' realiseerde in het eerste kwartaal een autonome groei van 18,3 procent, waarmee dit één van de snelst groeiende categorieën was. Europese beleggers maken duidelijk een onderscheid tussen overheden in nood en winstgevende ondernemingen, tussen het onder een hoge schuldenlast zuchtende Westen en de opkomende markten met voldoende geld in kas. Belangstelling van beleggers in het hoogrentende segment en obligaties uit opkomende markten kan beschouwd worden als een wereldwijd fenomeen en als een trend die in Europa opnieuw aan kracht wint. In 2009-10 staken Europese beleggers ongeveer EUR 150 miljard in obligatiefondsen. Met name bedrijfsobligaties (vooral hoogrentende) en schuldeffecten uit opkomende landen waren in trek. De zoektocht naar rendement speelt duidelijk een rol. Het is ook waarschijnlijk dat schichtige beleggers alternatieven zoeken voor aandelen. Converteerbare obligaties lijken ook te profiteren van deze 'niet-echt-hetzelfde-als-aandelen'-perceptie. Europese beleggers staken in het eerste kwartaal meer dan EUR 1 miljard in fondsen voor converteerbare obligaties. Ondertussen dalen de obligatierendementen en wordt er steeds vaker gesproken over een 'obligatiezeepbel'.