In de Belgische holdingwereld bevindt Brederode zich in het midden qua grootte. De portefeuillemaatschappij die enkele jaren geleden haar zetel van Brussel naar Luxemburg verhuisde, heeft de investeringsmicrobe in haar DNA. Dat blijkt niet enkel uit de jaarlijkse stijging van de intrinsieke waarde van de holding, maar ook uit hoe vurig de oprichter Pierre van der Mersch spreekt over zijn ervaringen. Alsof het gisteren was, vertelt hij hoe Brederode is ontstaan uit een bijeenraapsel van oud-koloniale bedrijven en mijnbouwers.
...

In de Belgische holdingwereld bevindt Brederode zich in het midden qua grootte. De portefeuillemaatschappij die enkele jaren geleden haar zetel van Brussel naar Luxemburg verhuisde, heeft de investeringsmicrobe in haar DNA. Dat blijkt niet enkel uit de jaarlijkse stijging van de intrinsieke waarde van de holding, maar ook uit hoe vurig de oprichter Pierre van der Mersch spreekt over zijn ervaringen. Alsof het gisteren was, vertelt hij hoe Brederode is ontstaan uit een bijeenraapsel van oud-koloniale bedrijven en mijnbouwers. Over de decennia heen bouwde Van der Mersch zijn investeringsvehikel uit en diversifieerde hij onder meer naar de verzekeringssector en de chemie. Brederode verdeelt zijn investeringen over de beurs- en de private-equitymarkten. Pierre van der Mersch overschouwt dagelijks de financiële markten, op zoek naar kansen. Met zijn palmares en ervaring is hij goed geplaatst om de huidige uitzonderlijke situatie te analyseren. Hoe kijkt hij aan tegen de hoge waarderingen? Welke toekomst ziet hij voor Europa? En is de beurs nog relevant voor investeerders? PIERRE VAN DER MERSCH. "Misschien overdrijf ik, maar in mijn ogen is een democratie zonder beurs niet mogelijk. In de Verenigde Staten zijn de beurzen van groot economisch belang. In Europa is dat minder het geval. In beurstermen is Brussel een lilliputter geworden. Dat is jammer, aangezien het voor 1914 een van de belangrijkste centra voor kapitaal ter wereld was." VAN DER MERSCH. "Geld is heilig. Het is het bloed van de economie. Daarom moet je er respect voor hebben. En de bank is het hart, maar die kan slechts werken als het bloed niet vergiftigd is. In sommige Europese landen, zoals Frankrijk en Italië, is dat bloed van oudsher vergiftigd. Daar hebben ze nooit respect voor geld gehad. De Duitsers hebben dat wel. Zij zijn hun geschiedenis van hyperinflatie in de jaren twintig niet vergeten." VAN DER MERSCH. "Niemand weet of de euro zal overleven. Als de euro verdwijnt, ligt dat niet aan het systeem maar wel aan het gebrek aan bereidwilligheid van de lidstaten. Dan zal dan niet de fout zijn van de Europese Centrale Bank, maar wel van onder meer de Fransen, de Italianen en de Grieken. En van de democratie. Democratie is een zwak en labiel systeem dat een discipline vereist die weinig mensen willen opbrengen." VAN DER MERSCH. "Dat onderschrijf ik ten volle. Gebrek aan stabiliteit boezemt kapitaal grote angst in. Politieke instabiliteit doet voor investeerders vaak de deur dicht. Kijk naar Brazilië dat al decennia de belofte van morgen is. Ik vraag me af wanneer die 'morgen' komt. Onze voornaamste verantwoordelijkheid als investeerders is het geïnvesteerde geld niet te verliezen." VAN DER MERSCH. "België is een heel klein landje, goed voor een procent van de wereldwijde beurskapitalisaties. Luxemburg is nog kleiner, maar veel internationaler. Het is ook na New Yorkde belangrijkste thuisbasis voor beleggingsfondsen." VAN DER MERSCH. "Dat baart me enorm veel zorgen. Let wel, de schulden zijn niet bij alle bedrijven gestegen. Wij investeren enkel in bedrijven met geen of weinig schulden, of waar de schulden een pluspunt zijn en geen rem op de bedrijfsvoering." VAN DER MERSCH. "Ja en nee. De meeste beursindexen noteren heel hoog. Maar als je alle mode-aandelen zoals de FAANG's (Facebook, Apple, Amazon, Netflix en Google, nvdr) en hun Aziatische tegenhangers eruithaalt, kom je aan waarderingen die veel dichter aanleunen bij het normale. Bovendien zijn de intrestvoeten veel lager dan voor 2008, hoewel die ongetwijfeld zullen stijgen. De huidige factoren ondersteunen nog altijd Brederodes investeringsmodel." VAN DER MERSCH. "Wij nemen risico's, maar we willen die te allen tijde kunnen meten. Wij willen ook op elk moment kunnen verkopen, dus de investering moet liquide genoeg zijn. Wij investeren alleen op lange termijn." VAN DER MERSCH. "De verklaring voor het succes van indexfondsen en indextrackers ligt in de ondermaatse prestaties van reguliere beleggingsfondsen. Uiteraard stappen beleggers dan over op iets met minder kosten en meer rendement. Maar dat brengt nieuwe risico's mee. Ten eerste heeft het mensen naar de beurs gelokt die anders niet zouden beleggen. Ten tweede weet men niet welk effect indexfondsen hebben tijdens een verkoopgolf op de beurzen, of ze die neerwaartse beweging zullen versterken." VAN DER MERSCH. "Wij zullen nooit in obligaties investeren. Fiscaal zijn ze ook niet interessant wegens de meerwaardebelasting. We staan aan de vooravond van renteverhogingen, wat nefast is voor alle vastrentende beleggingen. We komen uit een lange periode van gemakkelijk geld. Obligatiebeleggers pronken met hun resultaten, maar ik kijk liever naar de toekomst en die ziet er voor obligaties niet goed uit." VAN DER MERSCH. "Dat moet je niet veralgemenen. Je moet vooral naar de kwaliteit van de individuele bedrijven kijken. Daarnaast moet je ook de signalen van beursindexen wantrouwen, die zijn meestal overdreven. Het probleem daar is het kortetermijnbeheer van de beleggingsfondsen. De beurs overreageert vaak na bedrijfsberichten. Die veroorzaken soms verkoopgolven en een bedrijf krijgt vaak zelfs niet de tijd grondig te reageren." VAN DER MERSCH. "De rente zal stijgen, wat wederom slecht nieuws is voor de obligatiemarkten. Het effect op de aandelenmarkten zal afhangen van hoe snel de ECB haar programma afwikkelt. Als dat progressief gebeurt, zullen aandelen er niet te fel onder leiden." VAN DER MERSCH. "Wij zijn uit de banken gestapt nadat ze in 2008 vernietigd waren. De sector bevat veel meer risico's dan vroeger. Je moet wel een onderscheid maken tussen Amerikaanse en Europese banken. In de VS is het ' too big to fail'-probleem alleen maar toegenomen en Trumps deregulering is geen goede zaak. Amerikaanse banken zijn wel beter gekapitaliseerd en veel winstgevender dan de Europese. Los daarvan, zijn de gouden tijden van de banken voorbij. De crisis heeft aangetoond dat te veel vrijheid en zelfregulering in die sector niet werken." VAN DER MERSCH. "Wij hebben onze posities niet afgebouwd, die zijn enkel kleiner geworden in verhouding tot de rest van onze portefeuille. Die posities namen we vooral voor hun dividendrendement. Indertijd waren onze energie-investeringen terecht, want de bedrijven hadden weinig schulden en konden daardoor hun winst blijven uitkeren. Ecologisch gezien maken die bedrijven ook de juiste omslag door steeds meer in te zetten op gas in plaats van olie. Wij zijn ecologisten, maar we weten ook dat de omschakeling weg van olie tijd nodig zal hebben." VAN DER MERSCH. "Aandelen van energiebedrijven zijn cyclisch, maar zeer defensief en met een hoog dividendrendement. Bovendien geven ze ons een goede bescherming tegen een inflatiestijging die er ongetwijfeld zit aan te komen. Zeker in Europa, dat zijn financiën niet op orde heeft. Daarvoor krijgt het de rekening via de inflatie gepresenteerd." VAN DER MERSCH. "De beurs en private equity zijn complementair. Hoewel die laatste markt enorm is gegroeid, is ze nog geen tiende van de mondiale beurzen. De private-equitymarkten zijn nu wat gestagneerd, maar er is nog veel ruimte voor groei. Het interessante van die markt is dat de fondsen die er actief zichzelf constant heruitvinden." VAN DER MERSCH. "Dertig jaar geleden zetten private-equityfondsen onder de bedrijven die ze opkochten een grote schuldhefboom. Dat is nu veel minder het geval. Nu is de bijdrage van die fondsen vooral gericht op het verbeteren van de bedrijfskasstromen van hun investeringen. Het rendement van private equity moet wel hoger zijn dan dat van de beurs wegens het gebrek aan liquiditeit en omdat je je geld voor lange termijn kwijt bent." VAN DER MERSCH. "In theorie wel, omdat ze met die schuldhefboom werken. In de praktijk blijken de risico's niet hoger te liggen. In 2008 heeft onze private-equityportefeuille beter weerstand geboden dan onze genoteerde participaties. Dat blijft zo. Private-equity-investeerders zeggen hun kapitaal voor lange termijn toe, dat kan dus tegen een stootje. Bovendien is de risicospreiding van die fondsen enorm. Net als de motivering van de beheerders." VAN DER MERSCH. "Ze worden enorm goed betaald. Private-equityfondsbeheerders hebben recht op 20 procent van de winsten van het fonds. Let wel, dat is onder voorwaarde dat ze voor hun investeerders minstens 8 procent rendement per jaar halen. Een andere vereiste voor ons is dat zij met hun eigen centen in die fondsen zitten. In private equity zitten de beheerders en de aandeelhouders veel meer op dezelfde lijn dan bij beursgenoteerde bedrijven." VAN DER MERSCH. "Ja, dat zit in ons DNA. De behoefte aan investeerders zal blijven bestaan. Zonder investeringen gebeurt er niets in de wereld. De kracht van investeren is ongekend en onomstotelijk."