De inflatiedruk in de Verenigde Staten neemt af, de importprijzen zijn in juli voor de vierde maand gedaald. Die daling was onder andere te wijten aan lagere olieprijzen.

Ook grondstoffen voor de industrie en een aantal consumentenproducten werden goedkoper.

Als gevolg van het afnemen van de inflatiedruk krijgt de FED meer ruimte om rente te verlagen. Volgens het Labor Department daalden de importprijzen met 0,60%, waar op een stijging met 0,10% was gerekend. De prijzen van de producten uit de belangrijkste handelspartners zijn gedaald.

De Amerikaanse beurzen noteren in het rood, met relatief beperkte verliezen voor de belangrijkste indices. Die indices moeten tussen een kwart en een half procent prijsgeven. Noch wat betreft bedrijfsnieuws, noch wat betreft macro-economisch nieuws viel er vandaag iets te melden.

Centrale banken boeken weinig of geen vooruitgang

De monetaire vergaderingen liepen vorige week af met een sisser. Noch de Federal Reserve, noch de Europese Centrale Bank (ECB) nemen op kortere termijn maatregelen om de groei te stimuleren.

De ECB toont zich volgens Royal Bank of Scotland wel bereid obligaties in te kopen om de rentekosten van landen in moeilijkheden te verminderen.

De modaliteiten moeten de komende weken nog worden bepaald. De Fed had evenmin veel nieuws in petto. In een begeleidend commentaar stelt het Federal Open Market Committee (FOMC) dat het 'informatie over de economische en financiële ontwikkelingen van dichtbij zal opvolgen en bijkomende accomodatie zal voorzien naargelang dat nodig is'.

De minimumrente, die zich in een vork tussen 0 en 0,25 procent bevindt, blijft aangehouden tot eind 2014. De ontgoocheling was maar van korte duur want een beter dan verwacht arbeidsmarktrapport in de Verenigde Staten was het alibi voor een nieuwe beursrally.

Er kwamen in juli 163.000 nieuwe banen bij, het hoogste aantal in vijf maanden en een stuk boven de verwachte 100.000. De

werkloosheidsgraad nam wel toe naar 8,3 procent tegenover een verwachte 8,2 procent.

De inflatiedruk in de Verenigde Staten neemt af, de importprijzen zijn in juli voor de vierde maand gedaald. Die daling was onder andere te wijten aan lagere olieprijzen. Ook grondstoffen voor de industrie en een aantal consumentenproducten werden goedkoper. Als gevolg van het afnemen van de inflatiedruk krijgt de FED meer ruimte om rente te verlagen. Volgens het Labor Department daalden de importprijzen met 0,60%, waar op een stijging met 0,10% was gerekend. De prijzen van de producten uit de belangrijkste handelspartners zijn gedaald. De Amerikaanse beurzen noteren in het rood, met relatief beperkte verliezen voor de belangrijkste indices. Die indices moeten tussen een kwart en een half procent prijsgeven. Noch wat betreft bedrijfsnieuws, noch wat betreft macro-economisch nieuws viel er vandaag iets te melden. Centrale banken boeken weinig of geen vooruitgang De monetaire vergaderingen liepen vorige week af met een sisser. Noch de Federal Reserve, noch de Europese Centrale Bank (ECB) nemen op kortere termijn maatregelen om de groei te stimuleren. De ECB toont zich volgens Royal Bank of Scotland wel bereid obligaties in te kopen om de rentekosten van landen in moeilijkheden te verminderen. De modaliteiten moeten de komende weken nog worden bepaald. De Fed had evenmin veel nieuws in petto. In een begeleidend commentaar stelt het Federal Open Market Committee (FOMC) dat het 'informatie over de economische en financiële ontwikkelingen van dichtbij zal opvolgen en bijkomende accomodatie zal voorzien naargelang dat nodig is'. De minimumrente, die zich in een vork tussen 0 en 0,25 procent bevindt, blijft aangehouden tot eind 2014. De ontgoocheling was maar van korte duur want een beter dan verwacht arbeidsmarktrapport in de Verenigde Staten was het alibi voor een nieuwe beursrally. Er kwamen in juli 163.000 nieuwe banen bij, het hoogste aantal in vijf maanden en een stuk boven de verwachte 100.000. De werkloosheidsgraad nam wel toe naar 8,3 procent tegenover een verwachte 8,2 procent.