Deze "munt" wordt ter beschikking als gedeelte van het loon en kan enkel worden gebruikt voor interne consumptie maar kan worden omgewisseld tegen Euro's tegen een wisselkoers die de verschillen in competitiviteit reflecteert. Nu doen!

Enkel indien de Eurozone van een dergelijke uitlaatklep wordt voorzien kunnen de oplopende spanningen worden afgeleid. In de huidige constellatie moeten economische verschillen hun weg zoeken via financiële renteverschillen. Dergelijk oneigenlijk gebruik van financiële instrumenten zal zich wreken, zoals dit ook met de banken gebeurde in 2008.

Door een gelijke nominale wisselkoers te behouden door een muntzone , terwijl de reële wisselkoersen een sterk divergerend pad volgen , installeert men ongewild een impuls voor import en een hindernis voor export.

De subsidiëring van import heeft zeer nefaste bijwerkingen. De belangrijkste is wellicht de systematische ophoping van tekorten op de oplopende rekening.

Dit fundamentele onevenwicht ligt aan de basis van de problemen in de Eurozone. Uit een regressie tussen de efficiëntieverschillen ( wijzigingen in de reële effectieve wisselkoers ) van Eurolanden en hun macro-economische parameters over de laatste 12 jaar , volgt een onmiskenbaar patroon : verschillen in productiviteit correleren vanzelfsprekend zeer sterk met afwijkingen in de lopende rekening maar ook voor meer dan 80% met verschillen in overheidsbudgetten en werkloosheid.

Wat kan een oplossing bieden?

De oplossing kan erin bestaan om via loonmoderatie de exportpositie de verbeteren. M.a.w. door de export -lijn naar boven te schuiven , waarbij voor een zelfde wisselkoers toch een groter afzetgebied in het buitenland kan worden gevonden en het verschil in prestatie met Duitsland kan worden weggewerkt.

Veel succes moet men hiervan niet verwachten. Duitsland is sowieso wereldkampioen in deze discipline en heeft intussen een voorsprong van 20 jaar. De inhaalbeweging zal gewoon veel te lang duren en intussen dermate grote financiële transfers vragen , dat geen zinnig mens dit nog wil ondersteunen.

Een probatere oplossing zal erin bestaan om de Importlijn substantieel te beïnvloeden. Hierdoor kan de nominale wisselkoers behouden blijven ( en dus de muntzone) verder blijven bestaan. De nominale wisselkoers komt dan meer in de buurt van een niveau waarbij de lopende rekening een evenwicht kan bereiken.

Invoering van vouchers

Deze verschuiving van de importlijn wordt gerealiseerd door de invoering van vouchers. Deze vouchers vervangen een gedeelte van het loon van de lokale werknemers en worden uitgegeven door de (in casu) Spaanse Nationale bank. (Hierdoor vervalt ook de Duitse kritiek over de "moral hazard" bij het gebruik van de geldpersen van de ECB).

Deze vouchers kunnen enkel worden gebruikt voor de aankoop van interne geproduceerde diensten en producten en zijn omwisselbaar tegen euro's aan een wisselkoers die de verschillen in productiviteit compenseren. Hierdoor wordt een ( onzinnige) subsidiëring van import ( gedeeltelijk) gestopt en krijgt de Spaanse industrie de gelegenheid om de nodige structurele maatregelen uit de werken.

Vanzelfsprekend vereist een dergelijke maatregel verdere concrete uitwerkingsmodaliteiten, controles en specificaties maar heeft een realistische kans om het gewenste resultaat te bereiken.

Laat ons hieromtrent zeer open zijn : de financiële maatregelen zoals die nu genomen worden versnellen enkel het proces van de ondergang van de Euro.

Indien de voorgestelde maatregelen ook niet tot een oplossing leiden, dan is er tenminste een begin gemaakt van een begeleide exit van Spanje ( en andere landen). Want dat is wellicht de grootste vrees van de financiële markten : Een chaotisch einde van de eurozone.

Deze "munt" wordt ter beschikking als gedeelte van het loon en kan enkel worden gebruikt voor interne consumptie maar kan worden omgewisseld tegen Euro's tegen een wisselkoers die de verschillen in competitiviteit reflecteert. Nu doen! Enkel indien de Eurozone van een dergelijke uitlaatklep wordt voorzien kunnen de oplopende spanningen worden afgeleid. In de huidige constellatie moeten economische verschillen hun weg zoeken via financiële renteverschillen. Dergelijk oneigenlijk gebruik van financiële instrumenten zal zich wreken, zoals dit ook met de banken gebeurde in 2008. Door een gelijke nominale wisselkoers te behouden door een muntzone , terwijl de reële wisselkoersen een sterk divergerend pad volgen , installeert men ongewild een impuls voor import en een hindernis voor export. De subsidiëring van import heeft zeer nefaste bijwerkingen. De belangrijkste is wellicht de systematische ophoping van tekorten op de oplopende rekening. Dit fundamentele onevenwicht ligt aan de basis van de problemen in de Eurozone. Uit een regressie tussen de efficiëntieverschillen ( wijzigingen in de reële effectieve wisselkoers ) van Eurolanden en hun macro-economische parameters over de laatste 12 jaar , volgt een onmiskenbaar patroon : verschillen in productiviteit correleren vanzelfsprekend zeer sterk met afwijkingen in de lopende rekening maar ook voor meer dan 80% met verschillen in overheidsbudgetten en werkloosheid.Wat kan een oplossing bieden? De oplossing kan erin bestaan om via loonmoderatie de exportpositie de verbeteren. M.a.w. door de export -lijn naar boven te schuiven , waarbij voor een zelfde wisselkoers toch een groter afzetgebied in het buitenland kan worden gevonden en het verschil in prestatie met Duitsland kan worden weggewerkt. Veel succes moet men hiervan niet verwachten. Duitsland is sowieso wereldkampioen in deze discipline en heeft intussen een voorsprong van 20 jaar. De inhaalbeweging zal gewoon veel te lang duren en intussen dermate grote financiële transfers vragen , dat geen zinnig mens dit nog wil ondersteunen. Een probatere oplossing zal erin bestaan om de Importlijn substantieel te beïnvloeden. Hierdoor kan de nominale wisselkoers behouden blijven ( en dus de muntzone) verder blijven bestaan. De nominale wisselkoers komt dan meer in de buurt van een niveau waarbij de lopende rekening een evenwicht kan bereiken.Invoering van vouchers Deze verschuiving van de importlijn wordt gerealiseerd door de invoering van vouchers. Deze vouchers vervangen een gedeelte van het loon van de lokale werknemers en worden uitgegeven door de (in casu) Spaanse Nationale bank. (Hierdoor vervalt ook de Duitse kritiek over de "moral hazard" bij het gebruik van de geldpersen van de ECB). Deze vouchers kunnen enkel worden gebruikt voor de aankoop van interne geproduceerde diensten en producten en zijn omwisselbaar tegen euro's aan een wisselkoers die de verschillen in productiviteit compenseren. Hierdoor wordt een ( onzinnige) subsidiëring van import ( gedeeltelijk) gestopt en krijgt de Spaanse industrie de gelegenheid om de nodige structurele maatregelen uit de werken. Vanzelfsprekend vereist een dergelijke maatregel verdere concrete uitwerkingsmodaliteiten, controles en specificaties maar heeft een realistische kans om het gewenste resultaat te bereiken. Laat ons hieromtrent zeer open zijn : de financiële maatregelen zoals die nu genomen worden versnellen enkel het proces van de ondergang van de Euro. Indien de voorgestelde maatregelen ook niet tot een oplossing leiden, dan is er tenminste een begin gemaakt van een begeleide exit van Spanje ( en andere landen). Want dat is wellicht de grootste vrees van de financiële markten : Een chaotisch einde van de eurozone.