Het gaat om het volgende: normaal is het beleid van de centrale banken van de landen bedoeld om prijsstabiliteit te bewerkstelligen.

Maar als het begint te dienen om de eigen munt naar beneden te krijgen om makkelijker te kunnen concurreren, dan kunnen andere landen daar nogal eens een probleem mee hebben.

Iemand zijn overschot is iemand anders zijn tekort, niet iedereen kan zijn weg uit de problemen exporteren. Het is per definitie een zero-sum game.

Als we zouden terechtkomen in een spelletje opbieden waarbij iedereen zijn buurman probeert te overtreffen in het quantitative easen dan kan dit tot heel wel volatiliteit op de valuta markten maar ook tot spanningen tussen landen leiden. Denken we hierbij maar aan Japan en China of China en de VS.

Maar het hoeft volgens Philippe Gijsels niet allemaal kommer en kwel te zijn. Ten eerste wordt de soep zelden zo heet gegeten dan dat ze geschonken wordt.

Daarenboven komt dat als de belangrijke landen elkaar proberen af te troeven in het quantatitive easen er wel een hoop extra liquiditeit in de markten komt.

Op lange termijn kan dit tot grote en onvoorziene problemen leiden. Maar op korte termijn is het wederom marktondersteunend. Hierbij is de recent het meer zachte standpunt van de ECB omwille van de (te) sterke euro een goed voorbeeld. Of zoals Cruyf al zei: ieder nadeel heb zijn voordeel.

Het gaat om het volgende: normaal is het beleid van de centrale banken van de landen bedoeld om prijsstabiliteit te bewerkstelligen. Maar als het begint te dienen om de eigen munt naar beneden te krijgen om makkelijker te kunnen concurreren, dan kunnen andere landen daar nogal eens een probleem mee hebben. Iemand zijn overschot is iemand anders zijn tekort, niet iedereen kan zijn weg uit de problemen exporteren. Het is per definitie een zero-sum game. Als we zouden terechtkomen in een spelletje opbieden waarbij iedereen zijn buurman probeert te overtreffen in het quantitative easen dan kan dit tot heel wel volatiliteit op de valuta markten maar ook tot spanningen tussen landen leiden. Denken we hierbij maar aan Japan en China of China en de VS. Maar het hoeft volgens Philippe Gijsels niet allemaal kommer en kwel te zijn. Ten eerste wordt de soep zelden zo heet gegeten dan dat ze geschonken wordt. Daarenboven komt dat als de belangrijke landen elkaar proberen af te troeven in het quantatitive easen er wel een hoop extra liquiditeit in de markten komt. Op lange termijn kan dit tot grote en onvoorziene problemen leiden. Maar op korte termijn is het wederom marktondersteunend. Hierbij is de recent het meer zachte standpunt van de ECB omwille van de (te) sterke euro een goed voorbeeld. Of zoals Cruyf al zei: ieder nadeel heb zijn voordeel.