De ECB heeft een paar maanden geleden voor Eur 1.000 mrd aan 3-jaarsleningen aan banken verstrekt. Dit heeft de liquiditeitspositie van de banken sterk verbeterd en er mede voor gezorgd dat de rente op Spaanse en Italiaanse staatsleningen kon dalen.

De verschillen tussen de sterke en zwakke banken zijn groot, waarbij de sterke veel op deposito zetten bij de ECB en de zwakkere hier juist lenen.

De ECB zal ervoor kiezen om het officiële tarief van 1%, waartegen banken lenen en waaraan ook die 3-jaarsleningen zijn gekoppeld, te verlagen en daarmee de zwakkere banken te steunen. De kans op een verlaging van het depositotarief van 0,25%, waartegen banken het geld bij de ECB uitzetten, naar 0% is toegenomen.

Daarmee zouden banken aangemoedigd worden om minder bij de ECB te parkeren en meer aan elkaar te lenen.

Onderling vertrouwen tussen banken is fragiel

Maar het is onzeker hoe de geldmarkt met minder steun van de ECB zal functioneren. Het onderlinge vertrouwen tussen banken is nog fragiel en de uitkomsten van de vereiste herkapitalisatie zullen pas later deze maand bekend worden. Verder zullen geldmarktfondsen, die Eur 1.100 mrd beheren, hiervan hinder ondervinden.

Een verlaging van het depositotarief leidt volgens Theodoor Gilissen Bankiers tot lagere marges voor de banken. Een renteverlaging lijkt inmiddels vooral een psychologisch effect te hebben.

De rente is immers al laag en door de Europese recessie en doordat hoge schulden afgestraft worden op de financiële markten is een echte impuls voor de kredietverlening voorlopig niet te verwachten.

Voor banken en ondernemingen is een verlaging van het officiële rentetarief gunstig voor de winstgevendheid als gevolg van lagere rentelasten.

Voor pensioenfondsen en (institutionele) beleggers beginnen de lagere renteniveaus steeds negatiever door te werken in de opbrengsten- en verplichtingenkant. Daarbij is ook nog sprake van een tekort aan veilig geachte beleggingen die nog enig rendement opleveren.

De stelling 'don't fight the Fed', waarbij verwezen wordt naar hogere aandelenkoersen als gevolg van de acties van centrale banken, lijkt terugkijkend volgens Theodoor Gilissen Bankiers inderdaad vaak het geval.

Maar belangrijk is om dan ook de economische situatie en winstontwikkeling in ogenschouw te nemen. Op dit moment verslechteren genoemde factoren, zodat voor een langdurig beursherstel toch uitzicht moet komen op een aantrekkende groei en een positief momentum in winsttaxaties.

Dat is mede afhankelijk van de uitwerking van de Europese plannen en een herstel in vertrouwen en daarmee bestedingen.

De ECB heeft een paar maanden geleden voor Eur 1.000 mrd aan 3-jaarsleningen aan banken verstrekt. Dit heeft de liquiditeitspositie van de banken sterk verbeterd en er mede voor gezorgd dat de rente op Spaanse en Italiaanse staatsleningen kon dalen. De verschillen tussen de sterke en zwakke banken zijn groot, waarbij de sterke veel op deposito zetten bij de ECB en de zwakkere hier juist lenen. De ECB zal ervoor kiezen om het officiële tarief van 1%, waartegen banken lenen en waaraan ook die 3-jaarsleningen zijn gekoppeld, te verlagen en daarmee de zwakkere banken te steunen. De kans op een verlaging van het depositotarief van 0,25%, waartegen banken het geld bij de ECB uitzetten, naar 0% is toegenomen. Daarmee zouden banken aangemoedigd worden om minder bij de ECB te parkeren en meer aan elkaar te lenen. Onderling vertrouwen tussen banken is fragiel Maar het is onzeker hoe de geldmarkt met minder steun van de ECB zal functioneren. Het onderlinge vertrouwen tussen banken is nog fragiel en de uitkomsten van de vereiste herkapitalisatie zullen pas later deze maand bekend worden. Verder zullen geldmarktfondsen, die Eur 1.100 mrd beheren, hiervan hinder ondervinden. Een verlaging van het depositotarief leidt volgens Theodoor Gilissen Bankiers tot lagere marges voor de banken. Een renteverlaging lijkt inmiddels vooral een psychologisch effect te hebben. De rente is immers al laag en door de Europese recessie en doordat hoge schulden afgestraft worden op de financiële markten is een echte impuls voor de kredietverlening voorlopig niet te verwachten. Voor banken en ondernemingen is een verlaging van het officiële rentetarief gunstig voor de winstgevendheid als gevolg van lagere rentelasten. Voor pensioenfondsen en (institutionele) beleggers beginnen de lagere renteniveaus steeds negatiever door te werken in de opbrengsten- en verplichtingenkant. Daarbij is ook nog sprake van een tekort aan veilig geachte beleggingen die nog enig rendement opleveren. De stelling 'don't fight the Fed', waarbij verwezen wordt naar hogere aandelenkoersen als gevolg van de acties van centrale banken, lijkt terugkijkend volgens Theodoor Gilissen Bankiers inderdaad vaak het geval. Maar belangrijk is om dan ook de economische situatie en winstontwikkeling in ogenschouw te nemen. Op dit moment verslechteren genoemde factoren, zodat voor een langdurig beursherstel toch uitzicht moet komen op een aantrekkende groei en een positief momentum in winsttaxaties. Dat is mede afhankelijk van de uitwerking van de Europese plannen en een herstel in vertrouwen en daarmee bestedingen.